De regering moet samen met andere landen de Europese wetgeving aanpassen. Nu bepalen bedrijven zelf of hun producten veilig zijn. Hierdoor blijven producten met asbest in de winkels te koop. Fabrikanten van bijvoorbeeld zand, natuursteen of talk moeten daarom met testen van erkende laboratoria bewijzen dat hun producten echt asbestvrij zijn.
Motie van het lid Beckerman over aanpassing van Europese wetgeving om fabrikanten en importeurs te laten aantonen dat hun producten daadwerkelijk asbestvrij zijn
De kamer,
constaterende dat de verantwoordelijkheid voor productveiligheid in
Europese wetgeving bij producenten en importeurs is belegd;
constaterende dat bedrijven op dit moment zelf invulling mogen geven
aan hoe ze dit naleven en daardoor in de meeste gevallen niet daadwerkelijk hoeven aan te tonen dat hun producten asbestvrij zijn;
overwegende dat zolang dit zo is, met asbest vervuilde producten wijd
verkrijgbaar zullen blijven;
verzoekt de regering zich met andere landen in te zetten voor een
aanpassing van Europese wetgeving die fabrikanten en importeurs van
minerale producten die van nature asbest kunnen bevatten zoals
(speel)zand, natuursteen, talk enzovoort opdraagt om voortaan middels
representatieve analyses door geaccrediteerde Europese laboratoria aan
te tonen dat hun producten daadwerkelijk asbestvrij zijn.
Argumenten voor: De partij wil dat regels die gelden voor Nederlandse bedrijven ook van kracht zijn op geïmporteerde goederen, om te voorkomen dat de Nederlandse productie wordt weggeconcurreerd door producten met lagere standaarden [1]. Daarnaast hanteert de partij het voorzorgsprincipe strikt bij stoffen die schadelijk kunnen zijn voor mens en natuur [2] en wil zij problemen bij de bron aanpakken [6]. De partij pleit bovendien regelmatig voor Europese regelgeving om een gelijk speelveld te creëren en weglekeffecten te voorkomen [4][3].
Argumenten tegen: De partij benadrukt dat bij het creëren van regels en verantwoordelijkheden van producenten moet worden voorkomen dat er onnodig zware administratieve verplichtingen worden opgetuigd [5].
Bronnen:
"Regels die voor Nederlandse bedrijven gelden, zijn ook van kracht op geïmporteerde goederen. Het kan en mag niet zo zijn dat Nederlandse productie die voldoet aan de hoogste standaarden wordt weggeconcurreerd doordat vergelijkbare producten met lagere standaarden wel geïmporteerd mogen worden, zoals gebeurt met dierlijke producten."
"Aanstichters van milieuvervuiling, zoals Chemours en TATA Steel, worden aangesproken op en verantwoordelijk gehouden voor de gevolgen van de vervuiling: kosten voor reiniging en eventuele gezondheidseffecten worden op hen verhaald. Bij nieuwe stoffen wordt het voorzorgsprincipe strikt gehanteerd. Er wordt een inventarisatie uitgevoerd naar stoffen waarvan onbekend is of ze schadelijk zijn voor mens en natuur. Daarmee voorkomen we situaties zoals bij PFAS, waarbij na decennia de gevolgen bijna niet meer te overzien zijn. Bermen en struiken liggen vol met plastic verpakkingsmateriaal. Al dit plastic afval draagt bij aan de wereldwijde plasticsoep. Er wordt daarom toegewerkt naar een verbod op het gebruik van niet-afbreekbaar plastic ten behoeve van eenmalige verpakkingen."
"De ChristenUnie is voor repareerbare een duurzame producten. We moeten terug naar de situatie dat mensen spullen kopen die (levens)lang meegaan. Niet-repareerbare gebruiksproducten worden geweerd van de Nederlandse markt: fabrikanten worden verplicht om tien jaar reserveonderdelen aan te houden en hierbij service te bieden. Hiermee gaan we 'geplande veroudering' van producten en onnodig milieubeslag tegen. We maken ons hard voor een Europese wettelijke grondslag die regelt dat producten én (online aanbieders) met minder dan 5 jaar garantie kunnen worden verboden op de Nederlandse markt. Waar nodig zetten we hiervoor ook nationaal stappen."
"Duurzame producten die voldoen aan milieu- en productiestandaarden zijn doorgaans duurder dan vervuilende alternatieven of producten waarbij arbeiders worden uitgebuit. We willen dat die kosten worden meegerekend, zodat de werkelijke prijs ('true price') van producten wordt betaald. Dat stimuleert bedrijven om duurzame en eerlijk geproduceerde producten aan te bieden. Bovendien sturen we zo met een simpele maatregel, in plaats van met een web aan rapportageregels en afspraken. Deze vorm van beprijzing vindt idealiter plaats op Europees niveau, om weglekeffecten te voorkomen."
"Circulaire bedrijven hebben het zwaar terwijl de circulaire economie de toekomst is. Circulaire producten zijn duurder dan wegwerpproducten en de vraag blijft achter. Normering van de vraag op Europees niveau is noodzakelijk om het circulair maken van de economie te laten slagen. We stimuleren de circulaire capaciteit van de industrie, bijvoorbeeld met ketenafspraken. Ketenafspraken met onvoldoende resultaat, zoals statiegeld op blikjes, worden dwingender opgelegd. Producenten worden waar mogelijk verantwoordelijk voor identificeerbare stromen, zoals luiers of plastics. Bij dit alles is van belang dat een eerlijk speelveld ontstaat en dat geen onnodig zware administratieve verplichtingen worden opgetuigd. Bestaande, soms prille hergebruikketens worden indien nodig financieel ondersteund. Met verplichte bronscheiding of nasortering en een verbrandingsverbod op recyclebare materialen, blijven deze langer beschikbaar voor de economie. Er komt een heffing op het gebruik van nieuw plastic (virgin plastic), zodat hergebruik van plastic lonend wordt."
"PFAS-vervuiling is een ongekend probleem. De gezondheidsrisico's zijn enorm, terwijl deze stoffen al overal in onze leefomgeving en zelfs in ons lichaam zitten. We pakken het probleem bij de bron aan en zorgen voor een Europees verbod op PFAS. Zodra er van een product een PFAS-vrij alternatief is, verbieden we het PFAS-houdende product."