De regering moet een nationaal verbod op verzamelplaatsen voorbereiden en zich inzetten voor een internationaal verbod. Dit mag volgens de Europese regels. Op deze verzamelplaatsen worden dieren mishandeld, zoals geslagen of geschopt. Ook komen dieren er vaak gewond, ziek of extreem mager aan.
Motie van het lid Ouwehand over een nationaal verbod op verzamelplaatsen
De kamer,
constaterende dat dieren vaak extreem mager, gewond en doodziek
aankomen op verzamelplaatsen en daar ook nog eens worden geslagen
en geschopt;
constaterende dat de Europese regels Nederland de ruimte laten om
verzamelplaatsen voor binnenlands transport en slacht nationaal te
verbieden;
verzoekt de regering een nationaal verbod op verzamelplaatsen voor te
bereiden en zich in te zetten voor een internationaal verbod.
Argumenten voor: De partij streeft naar een verbetering van het dierenwelzijn waarbij alle huisvesting aan de hoogste normen moet voldoen [1]. In het kader van transport wil de partij specifiek de maximale duur van veetransporten verlagen [1]. Bovendien ziet de partij de huidige industriële landbouw als slecht voor het dierenwelzijn en wil zij deze sector beëindigen [2].
Argumenten tegen:
Bronnen:
"Dierenwelzijn. We verbeteren dierenwelzijn. Alle huisvesting voor landbouwdieren moet voldoen aan de hoogste normen voor dierenwelzijn en volksgezondheid. Melkveehouderijen krijgen alleen een vergunning als koeien een deel van het jaar naar buiten mogen, en uiteindelijk moeten alle dieren naar buiten kunnen. Er worden geen nieuwe stallen gebouwd waarin dieren permanent binnen worden opgesloten. We stimuleren het 'kalf bij de koe' principe. In slachthuizen komt verplicht cameratoezicht en de maximale slachtsnelheid wordt verlaagd, net als de maximale duur en temperatuur bij veetransporten. Producten die in Nederland worden verkocht of verwerkt moeten een Beter Leven-keurmerk halen van minimaal 2 sterren, en vanaf 2040 zijn dat er 3. Dierenbeulen worden hard aangepakt en mogen geen dieren meer houden."
"Van industriële naar duurzame landbouw. De jarenlange focus op schaalvergroting en intensivering heeft de natuur en boeren uitgeput. Het aantal boeren neemt af terwijl het aantal megastallen stijgt. Industriële landbouw is slecht voor ons klimaat, onze natuur, ons landschap, dierenwelzijn en onze gezondheid. Een groot deel van het geproduceerde eten exporteren we naar het buitenland, terwijl wij met de vervuiling blijven zitten. We passen daarom onze productiecapaciteit aan naar wat onze natuur aankan. Daarbij kiezen wij voor een grondgebonden en natuurinclusieve landbouw, waarbij het aantal landbouwdieren wordt aangepast aan de hoeveelheid veevoer die in de directe omgeving kan worden geproduceerd, en de hoeveelheid mest die daar kan worden uitgereden. Dat leidt onvermijdelijk tot een krimp van de veestapel en een einde aan de bio-industrie. Sectoren die voor het overgrote deel produceren voor de export, moeten als eerste krimpen. Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen en kunstmest wordt tot een minimum beperkt."