Geen eigen bijdrage voor wijkverpleging

De regering moet geen eigen bijdrage invoeren voor wijkverpleging. Een eigen bijdrage zorgt ervoor dat mensen zorg gaan mijden. Dit is ongewenst, omdat wijkverpleging juist bedoeld is om problemen in een vroeg stadium te voorkomen.

Motie van het lid Van Brenk over geen eigen bijdrage bij de wijkverpleging

De kamer, overwegende dat een eigen bijdrage in de wijkverpleging zorgmijding in de hand kan werken; overwegende dat dit zeer ongewenst is, gezien de preventieve taak van wijkverpleging; verzoekt de regering af te zien van het invoeren van een eigen bijdrage op de wijkverpleging.
18 juni | 50PLUS | Verworpen: 67–82 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij stelt dat investeren in preventie en een sterke sociale basis veel specialistische zorg voorkomt [2]. Daarnaast wil de partij zorg dicht bij de mensen organiseren, waarbij de wijkverpleegkundige een belangrijke rol speelt in de nabijheid van de burger [3]. Het voorkomen van zorgmijding ondersteunt deze doelen.

Argumenten tegen: De partij geeft aan dat de eigen bijdrage voor de Wmo zo snel mogelijk inkomensafhankelijk moet worden [1]. Dit suggereert dat de partij niet per se tegen het principe van een eigen bijdrage is, maar wel tegen een ongelijkwaardige verdeling van kosten.

Bronnen:

  1. "Huishoudelijke hulp blijft via de Wmo toegankelijk voor mensen die dit nodig hebben. De eigen bijdrage wordt zo snel mogelijk inkomensafhankelijk."
  2. "Medisch en sociaal domein sluiten beter elkaar aan om (informele) zorg en welzijn te faciliteren. Vanuit de zorgverzekeraars wordt er geïnvesteerd in preventie en de sociale basis. Dit gebeurt nu nauwelijks terwijl preventie en een stevige sociale basis veel (gespecialiseerde) zorg voorkomen."
  3. "Wij willen zorg dichtbij mensen. Veel zorg is (gelukkig) informeel en nabij: buurtbewoners die boodschappen doen voor een oudere met beginnende dementie of een groep vrijwilligers die een vervuild huis schoonmaken. Ook formele zorg moet dichtbij georganiseerd zijn. Een huisarts die zijn patiënten kent, betrokken is en goed helpt of verwijst. De wijkverpleegkundige die regelmatig langskomt en naast de zorgtaken ook tijd heeft voor een praatje. De jongen met een beperking die samen met andere kinderen kan spelen in de speeltuin. De psycholoog die in de wijk samenwerkt met andere hulpverleners."