Beter landelijk regelen van zorg voor jongeren

De regering moet onderzoeken of de organisatie en de financiering van de zorg voor jongeren met complexe problemen beter landelijk geregeld kan worden. Jongeren met ernstige psychische problemen lopen nu vaak vast tussen verschillende instanties en loketten. Hierdoor moeten zij en hun ouders te lang wachten op de juiste hulp en behandeling.

Motie van het lid Wiersma over onderzoek naar de organisatie van zorg voor jongeren met complexe multiproblematiek

De kamer, constaterende dat jongeren met ernstige psychische problemen en complexe multiproblematiek nog te vaak vastlopen tussen verschillende loketten, instanties en vormen van zorg; constaterende dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor deze zorg, maar dat juist voor deze groep de beschikbaarheid van passende specialistische hulp onder druk staat; overwegende dat jongeren en hun ouders hierdoor soms langdurig moeten wachten op passende ondersteuning en behandeling; verzoekt de regering te onderzoeken of de organisatie en financiering van zorg voor jongeren met complexe multiproblematiek beter landelijk kan worden vormgegeven, en de Kamer hierover voor het einde van het jaar te informeren.
18 juni | BBB | Verworpen: 52–97 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma PvdD

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij erkent dat de jeugdzorg na de decentralisatie naar gemeenten is achteruitgegaan [2] en dat de verschillen in aanbod en kwaliteit tussen gemeenten onaanvaardbaar zijn [1]. Voor mensen met complexe psychische problemen wil de partij de samenwerking tussen de GGZ, het sociaal domein en gemeenten structureel versterken [3]. Bovendien wil de partij een einde maken aan de situatie waarin complexe zorg financieel onaantrekkelijk is, door deze weer structureel en toereikend te financieren zodat niemand buiten de boot valt [4].

Argumenten tegen: De partij stelt dat zorg lokaal aangeboden moet worden waar dat kan en (boven)regionaal waar dat moet [1]. Daarnaast legt de partij de nadruk op het verschaffen van voldoende middelen aan gemeenten om de jeugdzorg te kunnen leveren [2][1][5].

Bronnen:

  1. "Kinderen, gezinnen en scholen krijgen op een eerder moment ondersteuning om erger te voorkomen. Hiervoor komt extra geld beschikbaar. Verschillen tussen gemeenten in aanbod en kwaliteit van jeugdhulp zijn onaanvaardbaar. We zorgen dat elke gemeente voldoende middelen heeft voor een goed en gelijkwaardig georganiseerde lokale en bovenregionale jeugdzorg. De leeftijdsgrens gaat naar 21 jaar en de jeugdhulp wordt vanaf 18 jaar geleidelijk afgebouwd. Zorg wordt lokaal aangeboden waar dat kan en (boven)regionaal waar dat moet."
  2. "De jeugdzorg is na de decentralisatie naar gemeentes achteruitgegaan. De kosten voor jeugdzorg zijn sterk gestegen omdat er meer en meer complexe zorg wordt ingezet en het aantal jeugdigen in de zorg toeneemt. Gemeenten krijgen daarom voldoende geld om goede jeugdzorg aan te bieden. Tegelijk is het nodig om meer in te zetten op preventie en ondersteuning van het gezin en op school. Voor kinderen in de pleegzorg is een stabiele en liefdevolle omgeving van essentieel belang om goed op te groeien, liefst bij pleegouders en anders in een gezinshuis. Helaas staat de pleegzorg onder grote druk: de werkdruk voor medewerkers is heel hoog en daardoor is het verloop groot."
  3. "Mentale gezondheidsnetwerken spelen een sleutelrol in de ondersteuning van mensen met complexe psychische problemen. We investeren in deze netwerken, zodat samenwerking tussen GGZ, het sociaal domein, ervaringsdeskundigen en gemeenten structureel wordt versterkt. Ook zorgen we voor een meer zorgvuldige overgang en begeleiding van jeugd-GGZ naar volwassen-GGZ."
  4. "Door marktwerking in de zorg is het financieel onaantrekkelijk geworden om langdurige en complexe zorg te bieden aan mensen met ernstige psychische aandoeningen (EPA). We maken hier een einde aan: deze zorg wordt weer structureel en toereikend gefinancierd, zodat niemand buiten de boot valt. We bevorderen integrale zorg waarbij huisartsen, GGZ en somatische zorg samenwerken om toereikende zorg voor hun psychische en lichamelijke klachten, die vaak te laat worden herkend, te bieden."
  5. "Voor veel kinderen is geen pleeggezin, waardoor ze vaak (tijdelijk) in een gezinshuis opgroeien. De gemeentes krijgen voor pleegzorg significant meer financiële steun, en er komen landelijke campagnes om meer pleegouders te vinden. Ook krijgen gemeentes extra financiële steun voor bijvoorbeeld Veilig Thuis."