Lagere schoolkosten voor mbo-studenten

Het kabinet moet uiterlijk begin 2027 de schoolkosten voor mbo-studenten (middelbaar beroepsonderwijs) flink verlagen. Veel studenten geven honderden euro's uit aan spullen zoals boeken en gereedschap. Dit is een te grote kostenpost voor gezinnen. Goed opgeleide vakmensen zijn bovendien hard nodig voor Nederland.

Motie van het lid Raijer over concrete maatregelen voor het aanzienlijk verlagen van de verplichte schoolkosten in het mbo

De kamer, constaterende dat mbo-studenten vaak honderden euro’s kwijt zijn aan verplichte leermiddelen, licenties, werkkleding, gereedschappen, laptops en veiligheidsmiddelen; constaterende dat steeds meer Nederlandse gezinnen moeite hebben om de eindjes aan elkaar te knopen en deze kosten voor veel ouders een zware financiële last vormen; overwegende dat jongeren die kiezen voor een vakopleiding, niet mogen worden geconfronteerd met financiële belemmeringen die hun studiekeuze of toekomstperspectief beperken; overwegende dat Nederland juist afhankelijk is van goed opgeleide vakmensen in de zorg, techniek, bouw en veiligheidssector; verzoekt het kabinet uiterlijk in het eerste kwartaal van 2027 met concrete maatregelen te komen om de verplichte schoolkosten in het mbo aanzienlijk te verlagen, en de Kamer hierover te informeren.
23 juni | PVV | Verworpen: 73–77 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 85%)

Argumenten voor: De partij stelt dat de samenleving en de arbeidsmarkt niet zonder vakmensen uit de zorg, techniek en bouw kunnen [1]. Om het mbo toegankelijk te houden [1] en gelijke kansen te waarborgen [2], is het essentieel om financiële barrières voor studenten weg te nemen. Daarnaast is het een belangrijk doel van de partij om armoede onder kinderen en gezinnen structureel te bestrijden [3][5][4], wat direct aansluit bij het verzoeken om de financiële last van verplichte schoolkosten voor ouders te verlichten.

Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma bevat geen argumenten die zich verzetten tegen het verlagen van de kosten voor het mbo of die de financiële druk op gezinnen rechtvaardigen.

Bronnen:

  1. "Of het nu in de zorg, techniek of bouw is: onze samenleving en arbeidsmarkt kan niet zonder vakmensen. We zetten in op positieve beeldvorming en stimuleren jongeren om vol vertrouwen te kiezen voor het vmbo en het mbo. Er komt gericht beleid voor meer praktisch gericht onderwijs, bijvoorbeeld de techniekhavo. Het mbo moet toegankelijk zijn voor instromers zonder startkwalificatie na beoordeling door de opleiding. De samenwerking tussen mboinstellingen en werkgevers wordt versterkt, zodat elke jongere verzekerd is van een kwalitatief goede stageplaats, inclusief stagevergoeding."
  2. "Voor het creëren van gelijke kansen is het belangrijk om gericht te investeren. Via de bekostiging en het onderwijsachterstandenbeleid blijven we extra middelen vrijmaken voor scholen waar veel uitdagingen en achterstanden zijn. De ouderbijdrage blijft vrijwillig en de inspectie ziet erop toe dat scholen dit respecteren, niet discrimineren, en dat het vrijwillig karakter voor iedereen duidelijk is. Komen scholen tekort, dan kunnen ze worden gecompenseerd zodat er geen onacceptabele verschillen tussen scholen ontstaan. Het is onwenselijk als er een omvangrijk buitenschools circuit van bijlesorganisaties ontstaat ('schaduwonderwijs'), mede als symptoom van een prestatiecultuur. Als een leerling bijles of extra ondersteuning nodig"
  3. "**De financiële ondersteuning van gezinnen.** Wij vinden het niet acceptabel dat er kinderen in armoede opgroeien. Gezinnen moeten kunnen rekenen op voldoende en eenvoudige financiële steun. In plaats van de huidige kinderbijslag en het kindgebonden budget, komt er voor elk kind € 4.500 per jaar beschikbaar. Het verlagen van kinderarmoede wordt een wettelijk doel."
  4. "Het aantal mensen en kinderen dat in armoede leeft moet sterk omlaag. Voor een beter armoedebeleid is het advies van de Commissie Sociaal Minimum de leidraad. Het sociaal minimum moet voldoende zijn om van rond te kunnen komen. Periodiek wordt getoetst of het sociaal minimum nog voldoende is. Ook wordt het niet-gebruik van regelingen teruggedrongen (bijvoorbeeld via gegevensuitwisseling). De verschillen in armoederegelingen tussen gemeenten zijn nu te groot en een aantal verschillende regelingen te ingewikkeld. Dit moet eenvoudiger. Gemeenten moeten adequate financiële middelen hebben om goed, lokaal toegespitst armoedebeleid te voeren. De Rijksoverheid gaat weer werken met een doelstelling om de (kinder)armoede te verlagen in plaats van armoede niet te laten toenemen."
  5. "Nederland is een welvarend land. Het is onacceptabel dat veel kinderen in armoede, met schaamte en tekorten, opgroeien. Veel gezondheidsklachten komen voort uit zorgen over de kosten van het dagelijks leven. Het is bovendien onrechtvaardig dat er in Nederland werkenden zijn die nauwelijks rond kunnen komen. De ChristenUnie wil armoede structureel terugdringen. Met eerlijke lonen, een rechtvaardiger belastingstelsel en goede schuldhulpverlening."