De regering moet de Kamer minstens elke zes maanden informeren over de voortgang van de Uitvoeringsagenda Diergeneeskundige zorg (een plan voor de zorg voor dieren). De kosten voor de dierenarts zijn hard gestegen. Hierdoor kunnen steeds meer mensen de rekening niet meer betalen.
Motie van het lid Kostić c.s. over de Kamer halfjaarlijks informeren over de voortgang van de Uitvoeringsagenda Diergeneeskundige zorg
De kamer,
constaterende dat dierenartskosten hard zijn gestegen, waardoor steeds
meer mensen de rekening niet kunnen betalen;
constaterende dat de Staatssecretaris met maatregelen is gekomen om dit
tegen te gaan en het belangrijk is dat de voortgang nauwlettend wordt
gevolgd en geëvalueerd, zodat het indien nodig tijdig kan worden
bijgesteld;
verzoekt de regering de Kamer minstens halfjaarlijks te informeren over
de voortgang van de Uitvoeringsagenda Diergeneeskundige zorg.
Argumenten voor: De partij wil dat het sociaal minimum voldoende is om van rond te kunnen komen [2] en wil dierenleed bestrijden [1].
Argumenten tegen:
Bronnen:
"Mensen hebben de verantwoordelijkheid en de plicht om op een goede manier met dieren om te gaan. Voor de dierhouderij betekent dit dat er eisen worden gesteld (en gehandhaafd) aan dierenwelzijn met betrekking tot het kunnen vertonen van natuurlijk gedrag. Boeren worden bij dit traject naar het voldoen aan de (wettelijke) verplichting, geholpen met voorlichting en met financiële prikkels. Er is ook aandacht voor weidegang, het voorkomen van stalbranden, het terugdringen van het gebruik van antibiotica, regels rond transport van dieren en het naleven van de regels in slachthuizen. Voor consumenten moet de registratie van huisdieren verbeterd worden, malafide handel op online platforms worden aangepakt en dierenleed worden bestreden."
"Het aantal mensen en kinderen dat in armoede leeft moet sterk omlaag. Voor een beter armoedebeleid is het advies van de Commissie Sociaal Minimum de leidraad. Het sociaal minimum moet voldoende zijn om van rond te kunnen komen. Periodiek wordt getoetst of het sociaal minimum nog voldoende is. Ook wordt het niet-gebruik van regelingen teruggedrongen (bijvoorbeeld via gegevensuitwisseling). De verschillen in armoederegelingen tussen gemeenten zijn nu te groot en een aantal verschillende regelingen te ingewikkeld. Dit moet eenvoudiger. Gemeenten moeten adequate financiële middelen hebben om goed, lokaal toegespitst armoedebeleid te voeren. De Rijksoverheid gaat weer werken met een doelstelling om de (kinder)armoede te verlagen in plaats van armoede niet te laten toenemen."