De regering moet alternatieven zoeken in plaats van huishoudelijke hulp uit de Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning) te schrappen. Deze hulp helpt ouderen en mensen met een beperking om langer zelfstandig thuis te wonen. Als de hulp wegvalt, komen de huisartsen en de wijkverpleging onder te grote druk te staan.
Motie van het lid Diederik van Dijk over alternatieve maatregelen voor het uit de Wmo schrappen van hulp bij het huishouden
De kamer,
constaterende dat de regering voornemens is de huishoudelijke hulp uit
de Wmo te schrappen;
constaterende dat huishoudelijke hulp een belangrijke bijdrage levert aan
het langer zelfstandig thuis wonen van ouderen en mensen met een
beperking;
overwegende dat het volledig schrappen van huishoudelijke hulp uit de
Wmo kan leiden tot een hogere zorgvraag in bijvoorbeeld de huisartsenzorg, wijkverpleging en langdurige zorg;
overwegende dat de arbeidsmarktkrapte vraagt om een toekomstbestendige inrichting van maatschappelijke ondersteuning;
verzoekt de regering om in overleg met gemeenten, cliëntenorganisaties
en zorgaanbieders alternatieve maatregelen te onderzoeken voor het
volledig schrappen van hulp bij het huishouden uit de Wmo, en de Kamer
hierover te informeren voordat hiervoor onomkeerbare stappen worden
gezet.
Argumenten voor: De partij pleit voor de invoering van een parlementaire wetsverkenning, zodat de Tweede Kamer de mogelijkheid krijgt om nieuwe wetgeving vroegtijdig te onderzoeken en adviezen van de samenleving en uitvoeringsorganisaties te verzamelen [2]. Daarnaast wil de partij het personeelstekort in de zorg aanpakken [1].
Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma geeft geen specifieke argumenten om tegen het behoud van huishoudelijke hulp in de Wmo te stemmen.
Bronnen:
"We pakken het personeelstekort in de zorg aan. Daarom schaffen we het collegegeld af voor mboen hbo-opleidingen in zorg en welzijn. We maken deze opleidingen aantrekkelijker met betere stages, meer persoonlijke begeleiding en uitzicht op een goede baan."
"Wij pleiten voor het invoeren van een parlementaire wetsverkenning. Hiermee krijgt de Tweede Kamer bij het ontwikkelen van nieuwe wetgeving al vroeg de gelegenheid om de beoogde wetgeving op hoofdlijnen te (laten) onderzoeken en adviezen van uitvoeringsorganisaties en de samenleving te verzamelen. Informatie die zo verkregen is, kan dan meegenomen worden bij de behandeling in de Kamer."