Meer hulp voor mantelzorgers

De regering moet samen met gemeenten zorgen voor een minimumaanbod aan respijtzorg en logeeropvang. Mantelzorgers zijn onmisbaar in de zorg, maar raken vaak overbelast. Er is te weinig tijdelijke hulp beschikbaar, zoals respijtzorg (vervangende zorg voor een korte tijd) of logeeropvang (een plek waar iemand kan slapen).

Motie van het lid El Abassi over een regionaal minimumaanbod aan respijtzorg en logeeropvang

De kamer, constaterende dat mantelzorgers een onmisbare rol spelen in de ouderenzorg; constaterende dat veel mantelzorgers overbelast raken en respijtzorg of logeeropvang niet altijd tijdig beschikbaar of toegankelijk is; verzoekt de regering om samen met gemeenten toe te werken naar een regionaal minimumaanbod aan respijtzorg en logeeropvang, en bij de komende begroting inzichtelijk te maken welke middelen nodig zijn om dit structureel te organiseren.
24 juni | DENK | Verworpen: 64–86 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma Volt

Stemverwachting: voor (erg zeker, 95%)

Argumenten voor: De partij pleit expliciet voor goede ondersteuning voor mantelzorgers, waarbij zij specifiek respijtzorg noemt als middel om overbelasting te voorkomen [1]. Daarnaast streeft de partij naar het creëren van meer ruimte voor mantelzorg [2] en wil zij mantelzorgers ontlasten door de toepassing van nieuwe technologieën [3].

Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma bevat geen argumenten tegen het bieden van respijtzorg of het organiseren van een regionaal aanbod hiervan.

Bronnen:

  1. "Volt pleit voor goede ondersteuning voor mantelzorgers. Zij moeten genoeg hulp krijgen, zoals respijtzorg (tijdelijke vervanging) om overbelasting te voorkomen. Ook moet er voldoende financiële steun zijn. In onze plannen voor het basisinkomen is er extra aandacht voor mantelzorg."
  2. "Daarnaast creëren we meer ruimte voor mantelzorg, zodat zorg persoonlijker en menselijker wordt."
  3. "We stimuleren de ontwikkeling en toepassing van nieuwe technologieën in de ouderenzorg, zoals robots en AI. Zo ontlasten we de ouderen zelf, de professionele zorgverleners en de mantelzorgers."