Hulp voor kinderen in de vrouwenopvang

De regering moet zorgen dat kinderen in de vrouwenopvang snel de juiste psychische hulp krijgen. Veel van deze kinderen hebben geweld of mishandeling gezien. Nu krijgen zij vaak geen hulp door ingewikkelde regels in de Jeugdwet (de wet voor jeugdzorg). Het belang van het kind moet altijd voorop staan.

Motie van de leden Synhaeve en Van der Werf over passende psychische zorg voor kinderen in de vrouwenopvang

De kamer, constaterende dat kinderen in de vrouwenopvang en maatschappelijke opvang vaak getuige geweest zijn van geweld, dreiging en angst, en regelmatig zelf mishandeld zijn; constaterende dat deze kinderen snel passende psychische hulp nodig hebben; overwegende dat de Jeugdwet stelt dat de gemeente van herkomst deze psychische hulp moet regelen; overwegende dat dit er vaak toe leidt dat er geen psychische hulp komt voor deze kinderen; overwegende dat het belang van het kind leidend moet zijn; verzoekt de regering te bewerkstelligen dat kinderen in de vrouwenopvang die dat nodig hebben tijdig passende psychische zorg kunnen ontvangen, en de Kamer voor het einde van het jaar te informeren over een oplossing voor de knelpunten die zich nu voordoen.
24 juni | D66 | Aangenomen: 150–0 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 85%)

Argumenten voor: De partij wil de specialistische jeugdhulp, zoals voor trauma, beter beschikbaar maken [2] en wil dat gemeenten over voldoende financiële middelen beschikken voor passende jeugdhulp [2]. Er is aandacht voor het versterken van de opvang van slachtoffers van geweld [4] en het aanpakken van capaciteitstekorten en wachtlijsten in de GGZ om de zorg voor kwetsbare mensen te verbeteren [5].

Argumenten tegen: De partij uit wel de zorg dat de vraag naar jeugdhulp sterk toeneemt en dat kinderen niet onnodig afhankelijk zouden moeten worden van professionele zorg [1]. Ook wordt benadrukt dat zorg zoveel mogelijk in de eigen omgeving van het kind moet worden georganiseerd in plaats van het verwijzen naar individuele zorgtrajecten [3].

Bronnen:

  1. "De druk in onze samenleving is hoog, ook voor kinderen en jongeren. Onder invloed van de prestatiecultuur en sociale media lijkt alles goed en snel te moeten. In veel situaties is de boodschap dat afwijken van de norm niet oké is. Zo leggen we elkaar en vooral kinderen en jongeren veel druk op. En als het even niet gaat, kijken we al gauw naar professionele hulp. Daarmee geven we kinderen ten onrechte de boodschap dat zij het probleem zijn en worden steeds meer kinderen afhankelijk van professionele zorg. De vraag naar jeugdhulp neemt al jaren toe. Dat is geen goed teken en is niet vol te houden. Als 1 op de 7 kinderen jeugdhulp nodig heeft om op te groeien, is er wat aan de hand in de samenleving."
  2. "We organiseren de jeugdhulp beter door slimmere regionale (en waar nodig landelijke) inkoop en minder papierwerk. Daardoor wordt juist de specialistische jeugdhulp beter beschikbaar, zodat jongeren met bijvoorbeeld suïcidale gedachten, trauma of een eetstoornis sneller geholpen worden. Gemeenten krijgen structureel voldoende financiële middelen krijgen voor passende inzet van jeugdhulp. Daarbij wordt heroverwogen of de huisarts en de jeugdbescherming zonder overleg met de gemeente jeugdzorg kunnen inzetten. De ChristenUnie is tegen de invoering van een eigen bijdrage in de jeugdzorg."
  3. "Op school ontwikkelen kinderen en jongeren zich en doen ze belangrijke vaardigheden op voor het leven. Maar niet elk maatschappelijk probleem wordt opgelost door het onderwijs. We stoppen met over-diagnostisering en geven het onderwijs ruimte voor brede persoonsontwikkeling. Gemeenten, scholen en samenwerkingsverbanden werken samen aan een goede pedagogische basis, waarin pedagogische relaties worden aangegaan en op elkaar afgestemd. De pedagogische ondersteuning is binnen de school beschikbaar en wordt op een collectieve manier aangeboden en gefinancierd. Zo halen we zorg erbij in de eigen omgeving van het kind, in plaats van dat we kinderen verwijzen naar individuele zorgtrajecten buiten de school."
  4. "Teveel volwassenen en kinderen zijn jaarlijks slachtoffer van ernstig geweld in huiselijke kring, straatintimidatie, seksueel geweld, femicide of van eerwraak. Ook worden in Nederland veel vrouwen vermoord door vaak - hun (ex-)partner. Dit is onverteerbaar. Om het tij te keren, verlagen we drempels om geweld of stalking te melden, zorgen we voor gezinsgerichte ondersteuning en opvangplaatsen voor slachtoffers, maken het voor instanties eenvoudiger om gegevens uit te wisselen ter bevordering van de veiligheid en versterken we de Centra voor Seksueel Geweld. We leren van de aanpak uit andere landen om femicide te voorkomen. Daders van huiselijk geweld en eerwraak worden streng gestraft en met begeleiding en therapie willen we spiralen en patronen van geweld, die soms van generatie op generatie worden doorgegeven, doorbreken."
  5. "Ongeveer 1 op de 13 Nederlanders maakt jaarlijks gebruik van GGZ. Deze zorg is hard nodig, zeker voor de meest kwetsbare cliënten. Tegelijkertijd zijn de wachtlijsten fors en is er een gebrek aan capaciteit. Dat vraagt een andere benadering van omgaan met GGZvraagstukken om onnodige medicalisering van levensvragen tegen te gaan. Er komen meer praktijkondersteuners GGZ bij de huisarts om verergering van mentale gezondheidsproblemen en inzet van zwaardere gespecialiseerde zorg te voorkomen. Herstelacademies gerund voor en door mensen met een psychische kwetsbaarheid krijgen prioriteit in de financiering. Voor ernstig psychiatrische patiënten komt er een adequaat en landelijk dekkend systeem waarvan de financiering op beschikbaarheid wordt geregeld. Er komt een einde aan de cherry-picking door GGZinstellingen. Zorgaanbieders blijven patiënten ondersteunen in hun zoektocht naar passende zorg, ook als de zorgaanbieder zelf niet de beste zorg kan bieden."