Hittebestendigheid bij woningbouw

De regering moet hittebestendigheid een vast onderdeel maken van de planning bij woningbouw en gebiedsontwikkeling. Dit is nodig om de doelen uit de Nationale Klimaatadaptatiestrategie (een plan tegen klimaatverandering) te halen. Beslissingen over hoe we bouwen en de buitenruimte inrichten liggen namelijk voor tientallen jaren vast.

Motie van het lid Zalinyan over de hitteambitie uit de Nationale Klimaatadaptatiestrategie vast onderdeel maken bij afwegingen inzake woningbouw en gebiedsontwikkeling

De kamer, constaterende dat het kabinet in de ontwerpNationale Klimaatadaptatiestrategie de ambitie uitspreekt dat steden en dorpen gezond en aantrekkelijk blijven bij hitte, maar dat deze ambitie nog niet is vertaald naar concrete keuzes in de ruimtelijke afweging; overwegende dat ruimtelijke keuzes over hoe we bouwen en onze buitenruimte inrichten voor decennia vastliggen, en dat hittebestendigheid daarom een vast onderdeel moet zijn van die afweging; verzoekt de regering de hitteambitie uit de Nationale Kimaatadaptatiestrategie een vast onderdeel te maken van de ruimtelijke afweging bij woningbouw en gebiedsontwikkeling.
25 juni | onbekend | Aangenomen: 104–46 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (erg zeker, 95%)

Argumenten voor: De partij stelt dat verdichting en vergroening hand in hand moeten gaan om hittestress te verminderen [1]. Er wordt expliciet benoemd dat het inpassen van verkoelende maatregelen de standaard werkwijze moet worden bij ruimtelijke keuzes, waarbij rekening wordt gehouden met zaken als stedelijke oververhitting en voldoende schaduw door bomen [2]. Daarnaast moet nieuwbouw klimaatbestendig zijn [4] en moet Nederland weerbaar worden gemaakt tegen extreme weersomstandigheden door middel van doortastend beleid [3].

Argumenten tegen: De beschikbare fragmenten bieden geen argumenten om tegen de motie te stemmen.

Bronnen:

  1. "Groen in de stad en het dorp zorgt voor een leefbare en koele buitenruimte. Elke Nederlander moet vanuit huis makkelijk in de natuur kunnen komen, daarvoor is een groen en waterrijk netwerk door het hele land - binnen en buiten stedelijk gebied nodig. Gemeenten houden meer ruimte in hun omgevingsplannen voor groenstroken, bomen, water en parken. Verdichting en vergroening moeten hand in hand gaan om hittestress te verminderen, de biodiversiteit in de stad te vergroten en bij te dragen aan schonere lucht en betere leefbaarheid. Er komen meer bomen en struiken op en rond bedrijventerreinen, luchthavens en langs (snel) wegen."
  2. "Bouwen in risicovolle gebieden wordt vermeden, bijvoorbeeld bij een kwetsbare bodem, overstromingsgevaar of ongezond leefklimaat. Rijk en gemeenten kijken minimaal 50 jaar vooruit in de keuzes waar wel en niet wordt gebouwd. Er wordt rekening gehouden met zaken zoals lokaal klimaat, voldoende schaduw door bomen, tegengaan van verstening en stedelijke oververhitting. Inpassen van verkoelende maatregelen wordt de standaard werkwijze. We willen dat nieuwbouwwoningen niet alleen energiezuinig zijn, maar ook duurzaam gebouwd worden. Daarom werken we mee aan een nieuwe Europese rekenmethode die kijkt naar de totale impact van een woning: van de CO2 uitstoot van de gebruikte bouwmaterialen tot het energieverbruik en de energieopwekking per uur. Wie kiest voor herbruikbare (circulaire) of biobased materialen, zoals duurzaam hout of hennep, wordt daarvoor beloond. Zo stimuleren we innovatief bouwen: klimaatbestendig, natuurinclusief en kostenefficiënt. We werken samen met de bouwsector en kennisinstellingen om dit verder te ontwikkelen. Zo verlagen we de woonlasten én versterken we de positie van Nederland als koploper in duurzame bouw."
  3. "Het veranderende klimaat vraagt om doortastend beleid. We nemen onze verantwoordelijkheid om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, en maken Nederland weerbaar tegen extreme weersomstandigheden. Tegelijkertijd kiezen we voor een ruimtelijke ordening waarin water en bodem sturend zijn. Zo gaan we verstandig om met de ruimte die we hebben en is er toekomst voor natuur, landbouw, wonen en energie."
  4. "Het Nationaal Isolatieprogramma wordt voortgezet en uitgebreid, richting een gerichte wijk-voor-wijkaanpak samen met woningcorporaties. Bij isoleren wordt gezond ventileren de norm. Slecht geïsoleerde huizen pakken we met voorrang aan, straat voor straat, zonder ingewikkelde procedures of subsidieaanvragen, met verplichte sturing op energielabels. Per wijk wordt bepaald wat de beste manier is om van het aardgas af te komen: met individuele opties zoals een (hybride) warmtepomp of via een collectieve voorziening zoals een warmtenet. Waar een warmtenet maatschappelijk optimaal is, moet dit ook voor de bewoner financieel de aantrekkelijkste optie zijn. Nieuwbouw is altijd gasloos, voorziet in ecologische oplossingen en is klimaatbestendig. De geschrapte normering voor hybride warmtepompen voeren we weer in per 2029."