De regering moet gemeenten helpen om hun omgevingsplannen sneller geschikt te maken voor woningbouw. Een omgevingsplan is een regeling die bepaalt wat er op een plek mag gebeuren. Een actueel plan geeft namelijk meer duidelijkheid en zekerheid aan bewoners, de gemeente en mensen die willen bouwen.
Motie van het lid Van Asten c.s. over gemeenten gericht ondersteunen bij het versneld woningbouwgeschikt maken van hun omgevingsplannen
De kamer,
constaterende dat gemeenten uiterlijk op 1 januari 2032 hun tijdelijke deel
van het omgevingsplan moeten hebben omgezet;
overwegende dat buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (BOPA’s) een
nuttig instrument zijn om woningbouw te versnellen, maar dat een
actueel omgevingsplan meer duidelijkheid en voorspelbaarheid biedt voor
initiatiefnemers, bewoners en gemeenten;
verzoekt de regering om gemeenten gericht te ondersteunen bij het
versneld woningbouwgeschikt maken van hun omgevingsplannen, en de
Kamer hierover voor het einde van het jaar te informeren.
Argumenten voor: De partij stelt dat tijdelijke maatregelen de woningtekorten niet structureel verhelpen [1]. In plaats daarvan pleit de partij voor een gedegen en goed functionerende volkshuisvesting [1] en een beleid met een duidelijke visie [2]. Het versneld mogelijk maken van permanente omgevingsplannen helpt om de gewenste structuur en duidelijkheid in de woningbouw te realiseren.
Argumenten tegen: Het programma bevat geen directe argumenten tegen het ondersteunen van gemeenten bij het opstellen van omgevingsplannen. Wel wordt benadrukt dat de focus niet enkel moet liggen op 'sneller, meer, goedkoper', maar op kwaliteit [1], wat de partij zou kunnen gebruiken om te waarschuwen dat versnelling van plannen de kwaliteit van de leefomgeving niet in gevaar mag brengen.
Bronnen:
"De geschiedenis laat zien dat tijdelijke maatregelen - zoals versnelde bouw zonder kwaliteitsborging of integrale visie - woningtekorten niet structureel verhelpen. Een gedegen en goed functionerende volkshuisvesting is essentieel bij het streven naar brede welvaart voor Nederland. De woningnood vraagt niet alleen een kwantitatieve, maar vooral een kwalitatieve benadering. Terecht pleit het College van Rijksbouwmeester en Rijksadviseurs voor 'duurzamer, mooier en gezonder', in plaats van 'sneller, meer, goedkoper.' De gebouwde omgeving is nu verantwoordelijk voor 15% van de landelijke CO2-uitstoot. Het verduurzamen van de woningvoorraad verloopt nu onrechtvaardig en leidt tot energiearmoede. Mensen in sociale huurwoningen worden opgezadeld met hoge energierekeningen doordat woningcorporaties te weinig vaart maken met isoleren. Bovendien kan niet elke huiseigenaar investeren in zonnepanelen en zijn huurders voor een duurzaam en comfortabel huis afhankelijk van de wil en mogelijkheden van hun huisbazen. Het is dus vooral een kwestie van politieke wil om deze ontwikkeling te versnellen."
"De vraag naar woningen is groter dan het aanbod. Vooral het aantal éénpersoonshuishoudens zal sterk toenemen. Veel mensen kunnen geen betaalbare woning meer vinden. De afgelopen jaren zijn er pleisters geplakt op de wonden die het woonbeleid van de afgelopen decennia heeft achtergelaten. Jongeren kunnen amper aan een betaalbaar dak boven hun hoofd komen en de (ver)bouw zit klem in de stikstofcrisis. Daarom is het noodzakelijk dat het visieloze grondbeleid plaatsmaakt voor volkshuisvesting."