De regering moet extra geld inzetten om de leefbaarheid in Moerdijk te verbeteren. Dit geld moet komen uit het gemeenschapsfonds. Met dit geld kunnen er meer groene plekken komen en kunnen lokale sportverenigingen worden versterkt. Zo voorkom je dat Moerdijk als leefbare plek verdwijnt.
Motie van het lid Teunissen c.s. over extra middelen voor de leefbaarheid in Moerdijk
De kamer,
overwegende dat er ingezet zal moeten worden op het versterken van de
leefbaarheid in Moerdijk in plaats van het laten verdwijnen van Moerdijk;
verzoekt de regering extra middelen in te zetten gericht op het verbeteren
van de leefbaarheid in Moerdijk, zoals extra groen en het versterken van
de lokale sportverenigingen, en dit te financieren vanuit de middelen voor
het gemeenschapsfonds uit de aanvullende post van de Financiënbegroting.
Argumenten voor: De partij stelt dat leefbaarheid in dorpen en regio's essentieel is en wil inzetten op een integrale versterking hiervan [1]. Zij willen investeren in leefbare buurten, goede voorzieningen en de verbondenheid tussen stad en regio [3]. Specifiek spreekt de partij zich uit voor het laten bloeien van het verenigingsleven [3][6] en het creëren van ontmoetingsplekken in de wijk [4]. Ook het vergroten van de leefbaarheid door meer groen in de leefomgeving (waaronder rondom bedrijventerreinen) is een expliciet punt van de partij [5]. Verder vindt de partij dat investeringen van het Rijk moeten bijdragen aan sterke regio's om de kwaliteit van leven, wonen en werken te verhogen [2].
Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma geeft geen informatie over de specifieke financieringsbron die de motie voorstelt, zoals het 'gemeenschapsfonds'.
Bronnen:
"Voor de ChristenUnie is leefbaarheid geen bijzaak, maar een kwestie van goed bestuur. Ieder mens, of je nu in de stad woont of in een krimpregio, verdient een veilige, schone en mooie omgeving om te wonen, werken en op te groeien. Toch staat die leefbaarheid in veel dorpen en wijken onder druk door het verdwijnen van voorzieningen, zoals bushaltes, bibliotheken en winkels. Verschillen in gezondheid, veiligheid en toekomstkansen nemen hierdoor toe. Dat accepteren we niet. Daarom zetten we het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV) voort. We zien dat dit programma effect heeft in wijken als Amsterdam Zuid-Oost, Delft-West en Dordrecht-West. We breiden dit programma uit naar regio's die nu nog buiten de boot vallen, zoals Zeeuws-Vlaanderen, de Veenkoloniën, Twente en zogenaamde New Towns (voormalige groeikernen zoals Zoetermeer). We zetten in op een integrale versterking van de leefbaarheid door verouderde wijken te vernieuwen, sociale samenhang te bevorderen en kansen voor jongeren te vergroten. We bundelen het geld in één krachtig en meerjarig budget, zodat gemeenten gericht en langdurig kunnen investeren. We leren van de ervaringen van de New Towns en passen die toe bij nieuw te bouwen wijken."
"Investeringen van het Rijk moeten meer bijdragen aan sterke regio's. Het Rijk stelt met regiodeals geld beschikbaar om de kwaliteit van leven, wonen en werken in de regio te verhogen. Uitvoeringsorganisaties van het Rijk worden door heel het land gevestigd. Elke regio heeft genoeg OV, zorg- en onderwijsvoorzieningen en krijgt hiervoor geld van het Rijk. Zo houden we gebieden leefbaar. We behouden de toeslag voor kleine scholen. Hogescholen krijgen geld om kleine en kwetsbare opleidingen in de regio overeind te houden. We houden posten voor spoedeisende hulp en andere vormen van acute zorg open door het hele land."
"Mensen zijn geschapen om met elkaar te leven. Dat gebeurt in de eerste plaats in het gezin en familie, maar ook in buurt, wijk en dorp. We willen meer ruimte geven aan mensen die de handen ineenslaan en samen zorg dragen voor elkaar of met elkaar het verenigingsleven laten bloeien. De overheid moet dit stimuleren en ruimte geven, in plaats van in de kiem te smoren met onnodig veel regelgeving. De ChristenUnie zet zich in voor wijken waar mensen elkaar ontmoeten en ondersteunen. We investeren in leefbare buurten, goede voorzieningen en verbondenheid tussen stad en regio."
"Jongeren gezond laten opgroeien gaat in eerste instantie over een stabiele en gezonde basis in het eigen gezin, op school, in de buurt. Zo'n stevige basis kan hulpvragen en problemen voorkomen. Daarom investeren we in gezinnen en relaties met bijvoorbeeld makkelijk toegankelijke opvoedondersteuning en relatietherapie. We versterken de buurt met voldoende ontmoetingsplekken in de wijk, zoals speeltuinen en ontmoetingsplekken. Ook maken we ruimte voor (sport)verenigingen en cultuurparticipatie en investeren in welzijns- en jongerenwerk."
"Groen in de stad en het dorp zorgt voor een leefbare en koele buitenruimte. Elke Nederlander moet vanuit huis makkelijk in de natuur kunnen komen, daarvoor is een groen en waterrijk netwerk door het hele land - binnen en buiten stedelijk gebied nodig. Gemeenten houden meer ruimte in hun omgevingsplannen voor groenstroken, bomen, water en parken. Verdichting en vergroening moeten hand in hand gaan om hittestress te verminderen, de biodiversiteit in de stad te vergroten en bij te dragen aan schonere lucht en betere leefbaarheid. Er komen meer bomen en struiken op en rond bedrijventerreinen, luchthavens en langs (snel) wegen."
"Want samenleven gebeurt niet in systemen, maar in gemeenschappen: in straten, buurten, families, kerken en sportverenigingen. Nederland heeft een rijke traditie van vrijwilligerswerk, mantelzorg en onderlinge betrokkenheid. Juist in regio's waar de onderlinge verbondenheid sterk is, zijn mensen minder eenzaam en gelukkiger. De overheid kan dit niet van bovenaf organiseren, maar moet wel ruimte geven, aanmoedigen en ondersteunen."