Ondersteuning Noordzee-gasverbindingen

De regering moet onderzoeken hoe zij gasverbindingen op de Noordzee, zoals NOGAT, kan ondersteunen met vergunningen of financiering. Dit zorgt voor een betere energievoorziening en minder afhankelijkheid van Rusland. Ook stoot Noors gas veel minder schadelijke stoffen uit dan ingekocht lng (vloeibaar gas). De Kamer moet hier vóór 1 oktober 2026 over worden geïnformeerd.

Motie van het lid Van den Berg c.s. over onderzoeken hoe het kabinet initiatieven waar mogelijk kan ondersteunen

De kamer, constaterende dat aardgas de komende jaren noodzakelijk blijft voor leveringszekerheid, elektriciteitsvoorziening en industrie; constaterende dat het Sectorakkoord gaswinning in de energietransitie inzet op leveringszekerheid, verantwoord gebruik van Nederlandse Noordzee-infrastructuur en toekomstig hergebruik van infrastructuur; constaterende dat de uitstoot van broeikasgassen bij winning en transport van gas uit Nederlandse kleine velden en Noors pijpleidinggas 30% tot 50% lager ligt dan bij geïmporteerd lng; constaterende dat Noors pijpleidinggas kan bijdragen aan minder afhankelijkheid van Rusland en volatiele lng-markten; constaterende dat NOGAT bestaande Nederlandse, Duitse en Deense offshore-infrastructuur verbindt met Den Helder, en dat EBN daarin reeds aandeelhouder is; overwegende dat eerste projectinformatie wijst op een relatief korte interconnectie tussen NOGAT-gerelateerde infrastructuur en Europipe l, met mogelijke voordelen voor leveringszekerheid, redundantie, systeemkosten en toekomstig waterstoftransport op de Noordzee; overwegende dat tijdige voorbereiding noodzakelijk is met het oog op de verwachte PCI/PMI-ronde in Q4 «26 en een mogelijk investeringsbesluit in «27; verzoekt de regering te onderzoeken hoe het kabinet deze typen initiatieven waar mogelijk kan ondersteunen, bijvoorbeeld op het gebied van vergunningen, internationale afstemming, indien van toepassing EBN-participatie en financieringsmogelijkheden, en de Kamer daar voor 1 oktober «26 over te informeren, kst-29023-708 ISSN 0921 - 7371 ’s-Gravenhage 2026 Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 708 1.
30 juni | JA21, D66, VVD | Aangenomen: 124–26 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CDA

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 85%)

Argumenten voor: De partij wil de realisatie van vitale energie-infrastructuurprojecten versnellen [5] en ziet het huidige gebrek aan groene infrastructuur als een knelpunt [7]. De partij zet specifiek in op de versnelling van een duurzame waterstofeconomie [1], wat aansluit bij de motie over het toekomstige hergebruik van de infrastructuur voor waterstoftransport. Daarnaast wil de partij de leveringszekerheid borgen [2] en de wetgeving aanpassen zodat energieprojecten niet stil komen te liggen [4]. Ook de wens voor een overheid die via beleid problemen daadwerkelijk oplost [3], sluit aan bij het verzoek om de regering te laten onderzoeken hoe zij initiatieven kan ondersteunen.

Argumenten tegen: De partij wil de import van LNG verminderen vanwege de klimaatschade [1] en zet sterk in op de transitie naar schone energie [6], terwijl de motie primair gaat over de ondersteuning van gasinfrastructuur.

Bronnen:

  1. "We zetten in op het verminderen van LNG-import vanwege de hoge klimaatschade en op de versnelling van een duurzame waterstofeconomie."
  2. "We dragen zorg voor voldoende CO₂-vrij regelbaar vermogen (bijvoorbeeld kleine kerncentrales) om leveringszekerheid ook op de langere termijn te borgen. We stimuleren de ombouw van bestaande gascentrales en benutten locaties van kolencentrales voor andere vormen van schone energie."
  3. "Er liggen ook kansen: door de energietransitie worden we strategisch autonomer. Innovatief ondernemerschap geeft Nederland een voortrekkerspositie. Een overheid die levert door een stevige inzet op groene industriepolitiek en beleid zo toepast dat problemen daadwerkelijk worden opgelost. Door creativiteit en innovatie te omarmen en hoopvol te kijken naar wat wij allemaal wél kunnen doen op het gebied van klimaatmitigatie, -adaptatie en duurzaamheid. Zo bouwen we samen met overheid, industrie en samenleving een land dat we kunnen doorgeven."
  4. "We passen wetgeving aan zodat energieprojecten die uiteindelijk leiden tot minder stikstofuitstoot niet stil komen te liggen."
  5. "Met een Wet vitale infrastructuur zorgen we ervoor dat (energie)infrastructuurprojecten van nationaal belang versneld gerealiseerd kunnen worden door andere regelingen tijdelijk en selectief buiten werking te stellen. financiële ondersteuning."
  6. "De transitie naar een duurzame wereld vraagt om duidelijke politieke keuzes. Keuzes voor een ambitieus Europees klimaatbeleid, het klimaat stopt niet aan de grens. Keuzes voor een stevige, tijdige en onvoorwaardelijke aanpak van de uitstoot van CO₂ en stikstof om ons land van het slot te halen. Keuzes voor de transitie naar schone energie, op een manier die iedereen kan meemaken. Dat alles vraagt om een langetermijnvisie, met voorspelbaar beleid, behapbare kosten voor inwoners en een gelijk Europees speelveld voor ondernemers wanneer zij verduurzamen."
  7. "Om de energietransitie mogelijk en betaalbaar te maken is betrouwbaar en stabiel langetermijnbeleid nodig. Juist ook om de maakindustrie, die wil verduurzamen, te behouden voor Nederland. Op dit moment loopt de uitvoering vast door een overbelast elektriciteitsnet, gebrek aan betaalbare en groene infrastructuur, door lange procedures en een tekort aan arbeidskrachten."