De regering moet de inflatiecompensatie in het gemeentefonds aanpassen naar een nacalculatie. Dit betekent dat de compensatie achteraf wordt berekend op basis van de echte inflatiecijfers. Nu wordt de compensatie namelijk bepaald op basis van ramingen in het voorjaar. Omdat de echte inflatie vaak hoger uitvalt, krijgen gemeenten te weinig geld en ontstaan er tekorten.
Motie van de leden Struijs en Van Brenk over compensatie voor inflatie binnen het gemeentefonds op basis van nacalculatie
De kamer,
overwegende dat steeds meer gemeenten structurele tekorten hebben;
overwegende dat de compensatie van gemeenten voor inflatie ontoereikend is, omdat de hoogte hiervan wordt bepaald op basis van
ramingen in het voorjaar, waardoor het werkelijke inflatiecijfer over het
gehele jaar hoger kan uitvallen;
overwegende dat dat de laatste jaren ook het geval was, waardoor de
structurele tekorten van gemeenten alleen maar verder zijn opgelopen
vanwege deze te lage inflatiecompensatie;
overwegende dat het voor de houdbaarheid van de gemeentefinanciën
noodzakelijk is dat inflatiecompensatie plaatsvindt op basis van de
werkelijke inflatiecijfers;
verzoekt de regering het mogelijk te maken dat compensatie voor inflatie
binnen het gemeentefonds plaats zal gaan vinden op basis van
nacalculatie.
Argumenten voor: De partij vindt dat de Rijksoverheid gemeenten voldoende geld moet geven om hun taken uit te voeren [1]. Er wordt expliciet benoemd dat het Rijk moet stoppen met het overdragen van taken zonder een toereikend budget, onder de noemer 'geen taken zonder knaken' [1]. Daarnaast stelt de partij dat gemeenten adequate financiële middelen moeten hebben om specifiek lokaal armoedebeleid goed te kunnen voeren [2].
Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma biedt geen directe argumenten tegen het verzoek om inflatiecompensatie via nacalculatie.
Bronnen:
"De Rijksoverheid moet recht doen aan gemeenten als eerste overheid. Van alle overheden krijgen burgers vaak het meest te maken met de eigen gemeente, van de wieg tot het graf. Het Rijk geeft gemeenten daarom ruimte, vertrouwen en voldoende geld om hun werk te kunnen doen. De Rijksoverheid stopt met het overhevelen van taken aan gemeenten zonder toereikend budget en herstelt waar dit de afgelopen jaren is misgegaan: geen taken zonder knaken. Gemeenten worden beter gefinancierd zodat ze ruimte hebben voor eigen beleid."
"Het aantal mensen en kinderen dat in armoede leeft moet sterk omlaag. Voor een beter armoedebeleid is het advies van de Commissie Sociaal Minimum de leidraad. Het sociaal minimum moet voldoende zijn om van rond te kunnen komen. Periodiek wordt getoetst of het sociaal minimum nog voldoende is. Ook wordt het niet-gebruik van regelingen teruggedrongen (bijvoorbeeld via gegevensuitwisseling). De verschillen in armoederegelingen tussen gemeenten zijn nu te groot en een aantal verschillende regelingen te ingewikkeld. Dit moet eenvoudiger. Gemeenten moeten adequate financiële middelen hebben om goed, lokaal toegespitst armoedebeleid te voeren. De Rijksoverheid gaat weer werken met een doelstelling om de (kinder)armoede te verlagen in plaats van armoede niet te laten toenemen."