De regering moet álle agrarische belangenorganisaties en vakbonden uitnodigen bij overleggen over de landbouw. Nu wordt vaak alleen LTO Nederland uitgenodigd. Door alle groepen uit te nodigen, worden alle boeren goed vertegenwoordigd en niet slechts een deel van de boeren.
Motie van het lid Van der Plas over alle agrarische belangenorganisaties en vakbonden uitnodigen bij maatschappelijke overleggen over landbouw
De kamer,
verzoekt de regering bij maatschappelijke overleggen over landbouw
waarbij ook LTO Nederland wordt uitgenodigd voortaan alle agrarische
belangenorganisaties en vakbonden uit te nodigen, zodat alle boeren
worden vertegenwoordigd en niet een deel van de boeren.
Argumenten voor: De partij stelt het principe dat maatschappelijke organisaties en vakbonden een duidelijke stem moeten krijgen bij besluitvorming, omdat er geen besluiten over hen genomen mogen worden zonder hen [3]. Daarnaast is er aandacht voor het feit dat boeren slachtoffer zijn van het huidige systeem [1] en de partij wil boeren helpen bij de omschakeling naar een gezonde en toekomstbestendige landbouw [2]. Het breed betrekken van diverse organisaties sluit aan bij de visie dat maatschappelijke organisaties continu geraadpleegd moeten worden [4].
Argumenten tegen: Het programma bevat geen specifieke argumenten tegen het uitnodigen van meer belangenorganisaties of vakbonden bij landbouwoverleggen.
Bronnen:
"Ook boeren zijn slachtoffer van het huidige systeem. Nederlandse boeren zijn door de overheid en banken decennialang voor de keuze geplaatst: zich in de schulden steken voor peperdure schijnoplossingen of stoppen. Het is dan ook niet verrassend dat sinds het begin van deze eeuw niet het aantal dieren in de veehouderij, maar het aantal veeboeren is gehalveerd. Tegelijkertijd is de gemiddelde bedrijfsgrootte met 75 procent toegenomen. Deze schaalvergroting leidt tot minder zelfstandige boerderijen en meer grote, intensieve bedrijven. De Partij voor de Dieren vindt dat deze trend moet stoppen. De enigen die baat hebben gehad bij het enorme aantal dieren in de Nederlandse veehouderij zijn de grote agro-industriële bedrijven zoals veevoerbedrijven, slachthuizen en stallenbouwers, en hun financier, de Rabobank. Een krimp van het aantal dieren in de veehouderij was decennialang taboe, maar bijna iedereen ziet nu dat dit onvermijdelijk is."
"We willen een landbouw die ruimte biedt aan kleinschalige, biologische, lokaal verankerde boeren. Deze vorm van landbouw draagt juist bij aan biodiversiteit, natuur en uiteraard een gezonde voedselproductie. In plaats van minder boeren, hebben we méér boeren nodig. En ook hier geldt: de toekomst is plantaardig. De Partij voor de Dieren is van mening dat het enige toekomstbestendige verdienmodel in de landbouw een model is waarin dieren niet worden uitgebuit. Een land- en tuinbouw die volledig inzet op plantaardige productie en natuurinclusieve methoden biedt de beste garantie voor een ecologisch, economisch en sociaal duurzame sector. De Partij voor de Dieren wil boeren helpen omschakelen naar een gezonde en toekomstbestendige landbouw."
"Bij onderhandelingen met laag- of middeninkomenslanden eisen we dat maatschappelijke organisaties, inheemse volken en vakbonden uit die landen een duidelijke stem krijgen. Zonder hen geen besluiten over hen."
"Bij het opstellen, uitvoeren en evalueren van buitenlandbeleid worden maatschappelijke organisaties continu geraadpleegd, zowel in landen in het Mondiale Zuiden als in Nederland."