Onderzoek naar plantaardig voedsel en kweekvlees

De regering moet onderzoeken hoe plantaardige eiwitten, stikstofbindende gewassen (zoals peulvruchten en zeewier) en kweekvlees kunnen worden ingezet naast het stikstofpakket. Een klimaatbestendig voedselsysteem met weinig uitstoot heeft namelijk meer nodig dan alleen de stimulering van biologische landbouw.

Motie van het lid Dassen over ook strategieën voor plantaardige eiwitten, stikstofbindende gewassen en innovaties zoals kweekvlees meenemen

De kamer, constaterende dat het kabinet met een stikstofpakket inzet op de stimulering van biologische landbouw, terwijl een toekomstbestendig, klimaatbestendig en emissiearm voedselsysteem ook gebaat is bij andere voedselstrategieën; verzoekt de regering te onderzoeken hoe plantaardige eiwitten, stikstofbindende gewassen zoals peulvruchten en zeewier, en innovaties zoals kweekvlees parallel aan het stikstofpakket kunnen worden meegenomen.
1 juli | Volt | Aangenomen: 101–49 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 80%)

Argumenten voor: De partij zet sterk in op innovatie en schone productietechnieken binnen de agrarische sector om klimaatdoelen te behalen [1]. Er wordt gestreefd naar een beter sluitend kringloopsysteem van gewas, voer en voedsel [2], wat aansluit bij het onderzoek naar alternatieve eiwitbronnen en gewassen. Daarnaast wil de partij de afhankelijkheid van geïmporteerd veevoer verminderen [2] en de biodiversiteit versterken door meer variatie in gewassen en natuurlijke elementen [4]. Het stimuleren van de samenwerking tussen wetenschap, kennisinstituten en bedrijven is bovendien een kernpunt voor toekomstige welvaart [3].

Argumenten tegen: Het programma legt de nadruk op het ondersteunen van de huidige agrarische sector en boeren bij de transitie naar een gebalanceerde veestapel en extensivering [4396, 4404, 4406]. Er wordt geen specifieke informatie gegeven die zich tegen de exploratie van alternatieve voedselbronnen keert.

Bronnen:

  1. "De agrarische sector kan een grote bijdrage leveren aan de klimaatdoelen. De landelijke doelen worden bedrijfsspecifiek gemaakt. Innovatieve bronmaatregelen en schone productietechnieken worden gestimuleerd. Daarom krijgt de landbouwsector toegang tot het Klimaatfonds. Door vernatting en minder intensieve grondbewerking wordt de CO2-uitstoot door landgebruik teruggedrongen."
  2. "De komende tien jaar werken we toe naar een melkveesector in balans met de omgeving. Daarom komt er een onderbouwde norm voor de verhouding tussen productie en bijbehorende grond per bedrijf. Dit kan op verschillende manieren worden ingevuld, waarbij grasland behouden blijft en de samenwerking tussen veehouders en akkerbouwers wordt bevorderd. Door het schrappen van de derogatie blijven Nederlandse boeren met enorme mestoverschotten zitten. Om deze te dempen, streven we voor alle diersectoren naar een beter sluitend kringloopsysteem van mest, gewas, voer, voedsel en restproducten. Dat houdt ook in dat we veel minder veevoer uit bijvoorbeeld Zuid-Amerika gaan importeren. De kalverhouderij wordt in balans gebracht met de melkveehouderij en de import van kalveren wordt ingeperkt. Het verbod op nieuwe geitenstallen blijft van kracht gedurende"
  3. "Om onze toekomstige welvaart zeker te stellen is het van belang om nu te investeren in innovatie en productiviteit. Dat vraagt om een beter samenspel van wetenschap, kennisinstituten, opleidingen en bedrijven. Er komt een nationale investeringsbank, als voortzetting van InvestNL. Op macroniveau bedragen op termijn de publieke en private uitgaven aan innovatie en onderzoek 3% van het nationaal inkomen. We verbeteren de toegang van het mkb, start-ups en scale-ups tot groeikapitaal, ook via nonbancaire financiers als Qredits. We versterken de regionale industrieclusters, bijvoorbeeld via een investeringsdeal waar huisvesting onderdeel van is. Hierbij valt te denken aan de herbestemming van ongebruikte kantoorpanden."
  4. "Landbouw en natuur kunnen niet zonder elkaar. Een hoge biodiversiteit is van levensbelang voor bestuiving van allerlei gewassen, goede bodemvruchtbaarheid en daarmee weerbaarheid tegen ziekten en plagen. Voldoende afwisseling tussen soorten gewassen, natuur en landschapselementen is essentieel. We zetten in op fors minder gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen en stellen daarom met de sector een reductiedoel op. Groene middelen moeten sneller beschikbaar komen. De toelating van gewasbeschermingsmiddelen door het Ctgb wordt in lijn gebracht met kwaliteitsnormen voor de natuur, water en volksgezondheid. We willen een gericht verbod op het gebruik van glyfosaat voor grasland en groenbemesters. Hardnekkige uitbraken van ziekten en plagen vanwege afnemende resistentie door klimaatverandering vragen om realistisch beleid. Dat betekent enerzijds een sterke reductie van gewasbeschermingsmiddelen door bijvoorbeeld precisietechnieken. Anderzijds verdienen kleinschalige teelten en de oer-Hollandse vollegrondsgroenteteelt bescherming."