De regering moet de belastingwetten en begrotingswetten voor 2027 voor 1 januari 2027 in beide Kamers behandelen. Beide Kamers moeten namelijk over deze wetten kunnen beslissen voordat het nieuwe begrotingsjaar begint.
Motie van het lid Stultiens c.s. over er alles aan te doen om voor 1 januari 2027 de belastingwetten en begrotingswetten van begrotingsjaar 2027 in beide Kamers behandeld te hebben
De kamer,
constaterende dat sommige begrotingswetten voor 2026 pas zeer recent
zijn aangenomen;
van mening dat beide Kamers zich over de belastingwetten en begrotingswetten moeten kunnen uitspreken voordat het betreffende begrotingsjaar
begint;
verzoekt de regering er alles aan te doen om voor 1 januari 2027 de
belastingwetten en begrotingswetten van begrotingsjaar 2027 in beide
Kamers behandeld te hebben.
Argumenten voor: De partij is kritisch over de huidige systematiek waarbij begrotingen en beleid vaak beperkt blijven tot een kortetermijnfocus van vier jaar [5][1]. Zij stellen dat dit een visie voor de lange termijn in de weg staat [1] en ertoe leidt dat er slechts wordt herschikt binnen het bestaande beleidskader in plaats van echte vernieuwing [3]. Daarnaast vindt de partij dat de financiële implicaties van grote plannen duidelijk aan de kiezer voorgelegd moeten worden [2] om een weloverwogen stem mogelijk te maken [4].
Argumenten tegen: De partij geeft in de beschikbare fragmenten geen redenen aan om tegen een eerdere behandeling van belasting- en begrotingswetten te stemmen.
Bronnen:
"Deze inkadering maakt het onmogelijk om een visie voor de lange termijn aan het CPB voor te leggen. Ons parlementaire systeem wordt immers gekenmerkt door lange lijnen, trage aanpassingsprocedures en eindeloze beroepstermijnen. Verleende vergunningen, vergunde aanbestedingen, gesloten verdragen: je bent er niet zomaar vanaf. Daardoor blijkt een 'doorrekening' met een tijdsbestek van slechts vier jaar vooral een sta-in-de-weg om een heldere toekomstvisie te kunnen presenteren."
"Want hoewel het op zichzelf natuurlijk klopt, dat je het gehele klimaatbeleid - dat in vele jaren is opgebouwd, dat ten uitvoer wordt gebracht door vele bestuurslagen en verdeeld wordt over vele instanties die daarbij gebruik maken van talloze (inter)nationale subsidies en publiek-private 'investeringsfondsen' - niet zomaar in één regeerperiode, met een enkele pennenstreek, kunt afschaffen (en je in onze parlementaire democratie überhaupt slechts langzaam grote veranderingen kunt doorvoeren), vinden wij dat de financiële implicaties van dergelijke 'grote plannen' juist wél aan de kiezer zouden moeten worden voorgelegd."
"Wanneer je louter in het bestaande beleidskader voor de komende vier jaar blijft hangen, kun je je nooit oriënteren op de hoofdrichting, de 'megatrend'. En ben je dus slechts bezig de bestaande begroting te herschikken, de punten van de taart anders te verdelen - maar niet met het bakken van een veel grotere taart of een geheel andersoortig gerecht."
"In Nederland bestaat de traditie dat partijen hun verkiezingsprogramma laten 'doorrekenen' door het Centraal Planbureau (CPB). De bedoeling hiervan is dat kiezers een beeld krijgen bij de (financiële) implicaties van het voorgestelde beleid van politieke partijen en daar hun stem weloverwogen op kunnen baseren. Geen luchtfietserij, geen loze beloftes: maar serieus onderbouwde voorstellen."
"Met de huidige doorrekeningssystematiek is echter iets grondig mis. Want het Centraal Planbureau wil enkel voorstellen in overweging nemen die binnen de huidige beleidskaders vallen. Voorstellen die daadwerkelijk binnen een regeerperiode gerealiseerd kunnen worden als je uitgaat van de huidige juridische beperkingen, de internationale afspraken en de bestaande vergunningen, licenties, enzovoorts."