Nederland moet eigen belastingregels behouden

De regering moet zich internationaal niet inzetten voor het gelijk maken van belastingstelsels. Verschillen tussen landen laten namelijk eigen keuzes zien. Belastingconcurrentie zorgt er ook voor dat de belastingdruk niet te hoog wordt. De inzet van Nederland moet beperkt blijven tot samenwerking die de fiscale soevereiniteit (het recht om zelf belastingregels te bepalen) beschermt.

Motie van het lid Dekker over zich internationaal niet inzetten voor verdergaande gelijkschakeling van belastingstelsels

De kamer, constaterende dat internationaal wordt gewerkt aan verdergaande fiscale uniformiteit, onder meer via het VN-raamwerkverdrag over internationale belastingsamenwerking; van mening dat verschillen tussen nationale belastingstelsels een afspiegeling zijn van verschillende maatschappelijke keuzes, en dat belastingconcurrentie een gezonde rem vormt op een steeds verder oplopende lastendruk; verzoekt de regering zich internationaal niet in te zetten voor verdergaande gelijkschakeling van belastingstelsels, en de Nederlandse inzet te beperken tot samenwerking die de nationale fiscale soevereiniteit onverlet laat.
2 juli | FVD | Verworpen: 49–101 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: tegen (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij voert aan dat besluiten bij voorkeur op het laagst mogelijke niveau moeten worden genomen (subsidiariteit) en dat er, zelfs bij Europese samenwerking, ruimte moet blijven voor eigenheid en verschillen tussen lidstaten [2].

Argumenten tegen: De partij stelt dat de huidige belastingconcurrentie, waarbij landen bedrijven proberen aan te trekken, moet veranderen en pleit voor Europese ondergrenzen en een vergelijkbaar fiscaal speelveld [1]. Daarnaast wordt Europese samenwerking als noodzakelijk beschouwd voor het aanpakken van uitdagingen zoals belastingontwijking [3].

Bronnen:

  1. "Nederlandse bedrijven ervaren momenteel geen gelijk Europees speelveld, bijvoorbeeld als het gaat om staatssteun of Nederlandse nettarieven die hoger zijn dan in buurlanden. Ook vangen verschillende Europese landen elkaar vliegen af door belastingconcurrentie om grote bedrijven binnen te halen. Dat moet anders. Er komen Europese ondergrenzen en een vergelijkbaar én mondiaal aantrekkelijk Europees (fiscaal) speelveld met duidelijke en handhaafbare kaders voor nationale staatssteun."
  2. "Europese samenwerking begint met duidelijkheid over bevoegdheden. Het moet helder zijn waar lidstaten zelf verantwoordelijk voor zijn en waar de Europese Unie wel of niet over gaat. Voor de ChristenUnie is subsidiariteit het uitgangspunt: besluiten worden genomen op het laagst mogelijke niveau, zo dicht mogelijk bij mensen. Wij verzetten ons tegen Europese bemoeizucht op terreinen waar de EU geen mandaat heeft, zoals gezondheidszorg, medische ethiek, onderwijs of woningbouw. Zelfs wanneer Europese besluitvorming wenselijk of noodzakelijk is, blijft ruimte voor eigenheid en verschillen tussen lidstaten en regio's essentieel. Bij wijzigingen in de EU-verdragen besluit de Tweede Kamer met tweederdemeerderheid."
  3. "Voor grote grensoverschrijdende uitdagingen is Europese samenwerking noodzakelijk: (arbeids)migratiebeleid, klimaatverandering, belastingontwijking en een eerlijke (digitale) economie. In deze tijd met geopolitiek schuivende panelen is strategische autonomie op Europees niveau cruciaal. We willen dat Nederland (en Europa) minder afhankelijk wordt van anderen waar het gaat om essentiële producten zoals grondstoffen, basisproducten, digitale diensten (incl. onafhankelijkheid van Amerikaanse techreuzen), voedsel en energie. Het Europees Parlement vergadert voortaan alleen nog in Brussel. Reizen tussen Brussel en Straatsburg is kostbaar en inefficiënt."