De sector food en agri in rapport-Wennink

De regering moet de food- en agrisector een duidelijke plek geven in het rapport-Wennink. Voedselzekerheid en nieuwe landbouwtechniek zijn namelijk van groot belang voor de economie en de veiligheid van Nederland. De regering moet ook concrete plannen maken met projecten, financiering en een tijdpad.

Motie van de leden Vermeer en Schenk over food en agri een volwaardige en herkenbare positie geven bij de uitwerking van het rapport-Wennink

De kamer, constaterende dat voedselzekerheid, hoogwaardige voedselproductie en agrarische technologie van economisch en strategisch belang zijn; overwegende dat de Nederlandse food- en agrisector bestaat uit een breed ecosysteem van boeren, tuinders, veredelaars, machinebouwers, kennisinstellingen, familiebedrijven en innovatief mkb; verzoekt de regering food en agri een volwaardige en herkenbare positie te geven in de uitwerking van het rapport-Wennink en daarbij specifiek aandacht te besteden aan biotechnologie, robotica, AI, veredeling, agrarische techniek en innovatieve voedselproductie; verzoekt de regering tevens hiervoor concrete projecten, verantwoordelijke bewindspersonen, financieringsmogelijkheden en een tijdpad te presenteren.
3 september | BBB, FVD | Verworpen: 43–107 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij ziet investeren in innovatie en productiviteit als essentieel voor de toekomstige welvaart [2]. Daarnaast kan de landbouwsector door middel van innovatieve bronmaatregelen en schone productietechnieken een grote bijdrage leveren aan de klimaatdoelen [3]. De partij ziet slimme innovaties en precisietechnieken specifiek als een middel om emissies te reduceren [4][5].

Argumenten tegen: De partij streeft naar een gebalanceerde landbouwsector met meer oog voor de natuur en extensivering [1], en wil dat de economie de grenzen van de schepping respecteert [6].

Bronnen:

  1. "Onze boeren, tuinders en vissers werken dagelijks in weer en wind om ons van ons voedsel te voorzien. Vaak zijn het familiebedrijven die, ondanks vaak te lage prijzen en ingewikkelde regels en rechtsonzekerheid, ons van voedsel voorzien en voor onze omgeving zorgen. Als rentmeesters geven ze invulling aan Gods opdracht om de schepping te bewerken en bewaren. Ze onderhouden ons prachtige Nederlandse landschap. Helaas is het huidige landbouw- en voedselsysteem door politieke en commerciële druk niet meer in balans met de omgeving en natuur. De ChristenUnie streeft naar een gebalanceerde landbouwsector: extensiever en met meer oog voor de natuur. Krimp van de veestapel gaat daarbij gepaard met een passend hernieuwd verdienmodel voor de boer."
  2. "Om onze toekomstige welvaart zeker te stellen is het van belang om nu te investeren in innovatie en productiviteit. Dat vraagt om een beter samenspel van wetenschap, kennisinstituten, opleidingen en bedrijven. Er komt een nationale investeringsbank, als voortzetting van InvestNL. Op macroniveau bedragen op termijn de publieke en private uitgaven aan innovatie en onderzoek 3% van het nationaal inkomen. We verbeteren de toegang van het mkb, start-ups en scale-ups tot groeikapitaal, ook via nonbancaire financiers als Qredits. We versterken de regionale industrieclusters, bijvoorbeeld via een investeringsdeal waar huisvesting onderdeel van is. Hierbij valt te denken aan de herbestemming van ongebruikte kantoorpanden."
  3. "De agrarische sector kan een grote bijdrage leveren aan de klimaatdoelen. De landelijke doelen worden bedrijfsspecifiek gemaakt. Innovatieve bronmaatregelen en schone productietechnieken worden gestimuleerd. Daarom krijgt de landbouwsector toegang tot het Klimaatfonds. Door vernatting en minder intensieve grondbewerking wordt de CO2-uitstoot door landgebruik teruggedrongen."
  4. "Landbouw en natuur kunnen niet zonder elkaar. Een hoge biodiversiteit is van levensbelang voor bestuiving van allerlei gewassen, goede bodemvruchtbaarheid en daarmee weerbaarheid tegen ziekten en plagen. Voldoende afwisseling tussen soorten gewassen, natuur en landschapselementen is essentieel. We zetten in op fors minder gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen en stellen daarom met de sector een reductiedoel op. Groene middelen moeten sneller beschikbaar komen. De toelating van gewasbeschermingsmiddelen door het Ctgb wordt in lijn gebracht met kwaliteitsnormen voor de natuur, water en volksgezondheid. We willen een gericht verbod op het gebruik van glyfosaat voor grasland en groenbemesters. Hardnekkige uitbraken van ziekten en plagen vanwege afnemende resistentie door klimaatverandering vragen om realistisch beleid. Dat betekent enerzijds een sterke reductie van gewasbeschermingsmiddelen door bijvoorbeeld precisietechnieken. Anderzijds verdienen kleinschalige teelten en de oer-Hollandse vollegrondsgroenteteelt bescherming."
  5. "De stikstofuitstoot wordt de komende tien jaar gehalveerd ten opzichte van 2019, zowel de uitstoot van stikstofoxiden in de mobiliteit en industrie als ammoniakuitstoot in de landbouw. Alle sectoren dragen naar rato bij. We stappen af van ingewikkelde berekeningen over waar stikstof precies terechtkomt en richten ons op het verminderen van de daadwerkelijke uitstoot. Ondernemers en dus ook boeren benaderen we vanuit vertrouwen in hun vakmanschap. Daarom stappen we zo veel mogelijk over van sturen op middelen naar sturen op doelen. Elk boerenbedrijf krijgt een bindend bedrijfsspecifiek doel dat is afgeleid van de landelijke opgave en sectorale emissieplafonds. Er komt daarmee veel minder nadruk in het beleid op opkoop van boerenbedrijven. De nadruk op emissie- en doelsturing is effectiever, zorgt ervoor dat er minder boerenbedrijven verdwijnen en vergt ook minder belastinggeld. Immers, met managementmaatregelen, slimme innovaties en een gunstige extensiveringsregeling in kwetsbare gebieden, zodat een bedrijf met minder vee uit kan, is aanzienlijke ammoniakreductie mogelijk. Er komt een agrarische hoofdstructuur, waar ruimte blijft voor hoogproductieve landbouw, en overgangszones rond natuurgebieden, waarin sprake is van extensivering van veehouderij en landgebruik. Grondgebondenheid in de melkveehouderij is een randvoorwaarde en gaan we na decennia van discussie eindelijk wettelijk vastleggen."
  6. "Voor een bloeiend Nederland zijn ondernemers van essentieel belang. Met hun creativiteit en lef zorgen zij voor het verdienvermogen van de toekomst. Voor de ChristenUnie is dit toekomstige verdienvermogen meer dan financieel van aard. Natuurlijk is een goede boterham van belang, maar welvaart is breder dan geld alleen. We willen dat onze economie de grenzen van de schepping respecteert en recht doet aan eerlijke arbeidsverhoudingen en productiestandaarden wereldwijd."