Verbod op wapenexport naar Israël

Het kabinet moet een algeheel verbod op de levering van wapens aan Israël instellen. De Nederlandse overheid kan namelijk niet garanderen dat het Israëlische leger deze wapens niet gebruikt voor illegale nederzettingen in bezet gebied.

Motie van het lid Dobbe c.s. over een algeheel wapenembargo op Israël

De kamer, constaterende dat het kabinet een verbod op import van goederen uit onrechtmatige nederzettingen in de door Israël bezette gebieden wil instellen; overwegende dat het kabinet niet kan garanderen dat wapens die Nederland exporteert naar Israël niet worden ingezet voor het in stand houden van het illegale nederzettingenbeleid; verzoekt het kabinet om een algeheel wapenembargo op Israël in te stellen.
3 september | SP, DENK, PvdD | Verworpen: 37–113 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CDA

Stemverwachting: tegen (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij stelt dat de Nederlandse regering zich moet inzetten voor de handhaving van het internationaal recht en constateert dat het militaire optreden van Israël dit recht schendt en onvoorstelbaar burgerleed veroorzaakt [3][2]. Tegen het illegale nederzettingenbeleid moeten effectieve maatregelen worden genomen en er moet grotere druk op Israël worden uitgeoefend [2][1]. Een wapenembargo sluit aan bij de wens om schendingen van het internationaal recht en het nederzettingenbeleid effectief tegen te gaan [2][1].

Argumenten tegen: De partij benadrukt dat Israël bestaansrecht heeft en het volste recht heeft zich te verdedigen binnen internationaal erkende normen [3]. Een algeheel wapenembargo kan dit verdedigingsrecht ondermijnen. Daarnaast kiest de partij voor specifieke maatregelen, zoals het opschorten van handelsvoordelen uit het EU-associatieverdrag, gerichte sancties tegen personen en een verbod op nederzettingenproducten, bij voorkeur via Europese en diplomatieke kanalen [2][1], en niet voor een algeheel wapenembargo.

Bronnen:

  1. "Het illegale Israëlische nederzettingenbeleid ondermijnt de tweestatenoplossing en brengt vrede verder weg. Het kabinet moet verder gaan dan ontmoedigen en effectieve maatregelen nemen, zoals sancties tegen verantwoordelijken en een verbod op producten uit de illegale nederzettingen."
  2. "De Nederlandse regering moet zich inspannen voor de handhaving van het internationaal recht. Doelgerichte aanvallen op burgers, journalisten en hulpverlenersvormen een grove schending van dit internationaal recht. Hierbij past grotere druk op Israël bijvoorbeeld door de handelsvoordelen uit het EU-Israël-associatieverdrag op te schorten, of sancties op personen. Dit gebeurt bij voorkeur via de economische en politieke kanalen van de EU. Blijft dat zonder resultaat, dan neemt de Nederlandse regering deze maatregelen samen met gelijkgestemde landen."
  3. "De bescherming en waardigheid door het recht geldt voor zowel Israëli's als Palestijnen. Op 7 oktober 2023 pleegde Hamas een weerzinwekkende terreuraanslag. Israël heeft bestaansrecht, en het volste recht zich te verdedigen binnen internationaal erkende normen. De invulling van dat recht is echter verworden tot een offensief dat het internationale recht schendt en onvoorstelbaar leed veroorzaakt onder de Palestijnse burgerbevolking. Handhaving van het internationaal recht geldt ook hier. Het is juist in Israëls belang dat de staat niet verder afglijdt van waarden van democratie, rechtsorde en respect voor mensenrechten."