De regering moet de wet pas in werking laten treden nadat de ACM (Autoriteit Consument en Markt) een leidraad heeft opgesteld. Via een openbare consultatie moeten bedrijven eerst kunnen reageren op de nieuwe werkwijze. Dit zorgt voor de nodige duidelijkheid voor ondernemers over de uitvoering van de regels.
Motie van het lid Bühler c.s. over de wet niet in werking laten treden voordat de ACM de conceptleidraad in openbare consultatie heeft gebracht
De kamer,
constaterende dat de inroepbevoegdheid pas in werking treedt nadat de
ACM een leidraad heeft opgesteld en de mogelijkheid voor een informele
zienswijze heeft ingericht;
overwegende dat deze instrumenten belangrijk zijn voor de rechtszekerheid en voorspelbaarheid voor ondernemingen;
overwegende dat het daarom wenselijk is dat ondernemingen en andere
betrokkenen vooraf kunnen reageren op de praktische uitwerking daarvan;
verzoekt de regering de wet niet in werking te laten treden voordat de
ACM de conceptleidraad in openbare consultatie heeft gebracht en daarbij
in ieder geval gelegenheid is geboden te reageren op de omstandigheden
waaronder inroeping aan de orde kan zijn, concrete voorbeeldsituaties en
de werkwijze rond informele zienswijzen.
3 september | CDA, JA21, VVD | Aangenomen: 89–61 |
Argumenten voor: De partij wil dat de overheid ondernemers serieus neemt en naar hen luistert bij het vaststellen van nieuw beleid [3]. Daarnaast streeft de partij naar werkbare wet- en regelgeving [2] en wil zij de regelzucht beperken door wetgeving efficiënter, simpeler en goedkoper te maken [1].
Argumenten tegen: De beschikbare fragmenten bieden geen argumenten om tegen de motie te stemmen.
Bronnen:
"Minder regelzucht, betere wetgeving: We zien nu te vaak dat de Tweede Kamer regel op regel stapelt, steeds om extra onderzoek vraagt en te vaak wetgeving ondoordacht verandert. Bij alle wetsbehandelingen kijken we hoe wetten efficiënter, simpeler en goedkoper kunnen worden. We maken meer tijd voor de behandeling van wetten en willen dat amendementen zoveel mogelijk voor aanvang van een debat worden ingediend en dat in het geval van ingrijpende amendementen er een week zit tussen het moment van indienen en de stemming over de amendementen. Bij ingrijpende amendementen moet het de standaard worden dat er een uitvoeringstoets wordt gedaan. Indien partijen de belastingen willen verhogen per amendement, moet altijd eerst in kaart worden gebracht wat het effect is voor het vestigingsklimaat en voor de koopkracht van werkende Nederlanders."
"Wet- en regelgeving werkbaar maken: Op het moment dat een structurele emissiereductie wettelijk is geborgd, zorgt de overheid voor de noodzakelijke randvoorwaarden. Zo worden PAS-melders, ondernemers die te goeder trouw hebben gehandeld maar nu zonder vergunning zitten, gelegaliseerd met bijvoorbeeld een juridisch houdbare rekenkundige ondergrens. We willen per sector bekijken of een drempelwaarde mogelijk is - om te beginnen voor de bouw, die slechts tijdelijk een geringe uitstoot veroorzaakt. Er moeten weer vergunningen komen voor agrariërs om aan de slag te gaan met stikstofreducerende innovaties, waarvan het grote potentieel recent is aangetoond door onderzoek van de Wageningen Universiteit. En uiteindelijk moeten we waar mogelijk af van de eenzijdige focus op stikstof door op basis van onafhankelijke en langdurige monitoring de feitelijke staat van de natuur leidend te maken bij vergunningverlening."
"Luisteren naar ondernemers: We vinden dat de overheid meer moet luisteren naar ondernemers. De overheid zou niet moeten bepalen voor ondernemers wat hun problemen zijn, maar moet vooral naar hen luisteren. We willen dat de overheid ondernemers serieus neemt bij het vaststellen van nieuw beleid, en vooral bij het afschaffen van regels."