De regering moet 30 miljoen euro uit het Defensiebudget vrijmaken voor landelijk inzetbare specialistische brandweerteams. Grote rampen, zoals grote natuurbranden, overstijgen vaak de grenzen van veiligheidsregio's. Hiervoor is gespecialiseerde hulp nodig.
Motie van het lid Van der Plas over vanuit Defensie 30 miljoen beschikbaar stellen voor landelijk inzetbare specialistische brandweerteams
De kamer,
constaterende dat grote rampen en crises de grenzen van veiligheidsregio’s kunnen overstijgen en specialistische kennis, mensen en materieel
vereisen;
overwegende dat met de vijf STH-teams al succesvol bovenregionale
specialistische brandweercapaciteit is georganiseerd;
overwegende dat ook voor andere bovenregionale risico’s, waaronder
grote natuurbranden, specialistische capaciteit noodzakelijk is;
verzoekt de regering 30 miljoen euro uit het Defensiebudget beschikbaar
te stellen voor het opzetten van landelijk inzetbare specialistische
brandweerteams voor grote nationale en bovenregionale crises.
Argumenten voor: De partij wil fors investeren in defensie om te voldoen aan de NAVO-norm [2] en vindt dat de krijgsmacht in staat moet blijven om bijstand te verlenen bij rampen en crises [1].
Argumenten tegen: De partij vindt dat de prioriteit bij de krijgsmacht moet liggen bij het verdedigen van het grondgebied van Nederland en bondgenoten [1]. Daarnaast is het essentieel dat defensie-investeringen worden ingezet om te voldoen aan de NAVO-normen [2][3].
Bronnen:
"De basisgereedheid van onze krijgsmacht moet op orde zijn, zodat de krijgsmacht aan de hoofdtaken kan blijven voldoen. Daarbij moet prioriteit liggen bij het verdedigen van het grond gebied van Nederland en bondgenoten. Verder moet de krijgsmacht in staat blijven nationale bijstand te verlenen bij rampen en crises (zoals langdurige stroomuitval of watersnood). Ook investeren we in luchtverdediging en veilige communicatie, en zorgen we ervoor dat eenheden van de krijgsmacht in staat zijn gevechtstaken uit te voeren en zich hierop voor te bereiden. Daarnaast zet Nederland in op hoogtechnologische capaciteiten, om te kunnen optreden tegen dreigingen vanuit het cyberdomein en hybride dreigingen. Hiermee beschikt onze krijgsmacht over unieke capaciteiten die het verschil maken bij bondgenootschappelijk optreden."
"We investeren de komende jaren fors in defensie om te kunnen voldoen aan de NAVO-norm om in 2035 3,5% van ons BBP uit te geven aan defensie en daarnaast 1,5% aan bijvoorbeeld infrastructuur die ook defensie ten goede komt. Naast financiële ruimte is er fors meer fysieke ruimte nodig om te kunnen uitbreiden en om meer op Nederlands grondgebied te kunnen oefenen. De uitbreiding van kazernes en oefenterreinen gebeurt altijd in afstemming met lokale overheden. Er wordt zo veel mogelijk rekening gehouden met lokale wensen, bijvoorbeeld als het gaat om infrastructuur. Bij nieuwe kazernes kijken we met nadruk naar gebieden waar deze ook een bijdrage kunnen leveren aan economische ontwikkeling en werkgelegenheid."
"De Russische inval in de Oekraïne heeft pijnlijk duidelijk gemaakt dat vrede en vrijheid niet vanzelfsprekend is. Vrijheid kan niet zonder bescherming. De krijgsmacht heeft een duidelijke taak bij het bewaken van die vrijheid, door het grondgebied van Nederland en onze bondgenoten te beschermen en door het bevorderen van de internationale rechtsorde. De nieuwe NAVO-norm vraagt veel van de Nederlandse schatkist, defensieorganisatie en defensie-industrie, maar is noodzakelijk om onze vrijheden te kunnen verdedigen. Onze inzet van de krijgsmacht is onderdeel van een doordachte integrale benadering, in afstemming met de inzet van diplomatie, internationale- en ontwikkelingssamenwerking. Juist omdat het bij defensie om een ultiem machtsmiddel gaat, namelijk de inzet van wapens en militairen, is het belangrijk dat defensie onderdeel is van een integraal veiligheidsbeleid met voldoende politieke controle."