Minimumleeftijd voor sekswerk naar 21 jaar

De regering moet de minimumleeftijd voor sekswerk verhogen naar 21 jaar. Jongvolwassenen lopen in de sekswerkbranche namelijk een groot risico op uitbuiting, dwang en misstanden. Deze verhoging beschermt hen tegen gevaarlijke situaties.

Motie van het lid Tijs van den Brink over de minimumleeftijd ook voor sekswerk verhogen naar 21 jaar

De kamer, constaterende dat de regering werkt aan een wetsvoorstel om de minimumleeftijd voor prostitutie te verhogen van 18 jaar naar 21 jaar, maar dat het nog onduidelijk is of dit ook geldt voor sekswerk; overwegende dat niet alleen prostitutie, maar ook sekswerk ingrijpende gevolgen kan hebben voor kwetsbare jongvolwassenen in de persoonlijke levenssfeer, mentale gezondheid en veiligheid; overwegende dat juist deze kwetsbaarheid ertoe kan leiden dat jongvolwassenen binnen de sekswerkbranche gemakkelijker slachtoffer worden van misstanden, grensoverschrijdend gedrag, dwang of uitbuiting; overwegende dat in het coalitieakkoord is opgenomen dat de minimumleeftijd voor sekswerk wordt verhoogd naar 21 jaar; verzoekt de regering in de uitwerking van het wetsvoorstel de verhoging van de minimumleeftijd van 18 jaar naar 21 jaar niet alleen toe te passen op prostitutie, maar ook op sekswerk, en de Kamer te informeren over hoe dit wordt uitgevoerd in de praktijk.
8 september | CDA | Aangenomen: 89–61 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma PvdD

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij wil seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld bestrijden [3]. Ook wordt gestreefd naar het waarborgen van de fysieke veiligheid en het mentale welzijn van jongeren in kwetsbare situaties [2]. Daarnaast wordt sekswerk erkend als volwaardig werk waarbij sekswerkers gelijke rechten en bescherming krijgen [1].

Argumenten tegen: Het programma bevat geen argumenten tegen het verhogen van de minimumleeftijd.

Bronnen:

  1. "Sekswerk wordt erkend als volwaardig werk. Sekswerkers krijgen gelijke rechten en bescherming tegen discriminatie."
  2. "In het ontwikkelingssamenwerkingsbeleid komen ook duidelijke doelen voor het bereiken van jongeren in kwetsbare situaties zoals LHBTIQA+-jongeren, jongeren met een beperkingen etnische of religieuze minderheden. Zolang het voor hen nog niet veilig is, wordt er ook geïnvesteerd in sociale programma's die zich richten op fysieke veiligheid en mentaal welzijn van kinderen en jongeren."
  3. "Seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld worden bestreden. Bi+, trans en non-binaire personen, neurodivergente personen en mensen met een beperking worden relatief vaak slachtoffer van seksuele intimidatie of geweld. Hiervoor is een cultuuromslag nodig waarbij we ons richten op voorlichting, bewustwording en preventie. Slachtoffers worden goed opgevangen en begeleid bij een eventuele aangifte en de nasleep van grensoverschrijdende gebeurtenissen. Verspreiding en bezit van pornografie waarbij sprake is van geweld en (niet-fatale) wurging wordt verboden."