Lokale capaciteit voor Europese middelen

De regering moet een plan maken om lokale deskundigheid te vergroten. Nu worden Europese middelen nog niet goed gebruikt omdat er te weinig mensen zijn om dit uit te voeren. Door meer lokale kennis op te bouwen, worden landen minder afhankelijk van Nederlandse ambtenaren en externe adviseurs.

Motie van het lid Nanninga over een plan opstellen voor het inbouwen van duurzame capaciteit binnen de landen

De kamer, constaterende dat volgens het kabinet nog niet alle beschikbare Europese middelen en mogelijkheden voor de Nederlandse LGO’s worden benut; constaterende dat beperkte uitvoeringscapaciteit deelname aan Europese programma’s bemoeilijkt; overwegende dat ondersteuning moet leiden tot blijvende lokale deskundigheid en minder afhankelijkheid van Nederlandse ambtenaren en externe adviseurs; verzoekt de regering om een plan op te stellen voor het inbouwen van duurzame capaciteit binnen de landen zodat zij voortaan zelfstandig hiervan gebruik kunnen maken en daarbij een overzicht naar de Kamer sturen van de nog niet benutte Europese instrumenten als gevolg van ondercapaciteit.
9 september | JA21 | Aangenomen: 131–19 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma Volt

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 80%)

Argumenten voor: De partij streeft naar het bevorderen van de toegang tot EU-fondsen voor het Caribisch deel van het Koninkrijk om sociaal-economische en culturele ontwikkelingen te stimuleren [3]. Daarnaast wil de partij de lokale slagkracht versterken door expertise lokaal beschikbaar te houden en de afhankelijkheid van externe adviesbureaus te verminderen [2]. Ook wordt de inzet van capaciteit om ondersteuning buiten de EU te bieden ondersteund [1] en wordt benadrukt dat projecten door de landen zelf moeten worden uitgevoerd [4].

Argumenten tegen: Het programma bevat geen argumenten die het versterken van de lokale capaciteit of het benutten van Europese middelen in het Caribisch gebied tegenwerken.

Bronnen:

  1. "Nederland steunt actief het maatschappelijk middenveld in landen buiten de EU. Om dit te doen vergroten we de capaciteit op ambassades zodat vanuit daar mensen in het veld beter ondersteund kunnen worden."
  2. "Door decentralisatie en de uitstroom van specialistische ambtenaren, komt de kennis en kunde bij kleinere gemeenten steeds verder onder druk te staan. Specialistische expertise moet ook lokaal beschikbaar blijven. Daarom geven we provincies de benodigde middelen om als expertisecentra te fungeren, met pools van deskundigen ter ondersteuning van gemeenten. Zo versterken we de lokale slagkracht en verminderen we de afhankelijkheid van externe adviesbureaus."
  3. "bevorderen we de toegang tot EU-fondsen en onderliggende subsidieprogramma's voor het Caribisch deel van het Koninkrijk. Door samenwerking tussen de landen kunnen deze fondsen worden gebruikt om een impuls te geven aan de sociaal-economische en culturele ontwikkelingen. Met name in de groene en digitale omslag;"
  4. "De EU moet Afrika als een gelijkwaardige partner behandelen. Samenwerking moet gericht zijn op door Afrikaanse landen zelf gekozen ontwikkeling, met respect voor hun soevereiniteit en welvaart. De EU helpt daarbij met leningen en investeringen via internationale en lokale ontwikkelingsbanken. Deze investeringen richten zich op het voorkomen van klimaatschade, het bestrijden van armoede en het versterken van democratie in de regio. Het geld gaat alleen naar projecten die financieel rendabel zijn en door de landen zelf worden uitgevoerd. Goede ambassades ter plekke zijn hiervoor belangrijk."