De regering moet onderzoeken welke gaswinningslocaties in veenweidegebieden nog geweigerd kunnen worden. Tot die tijd mogen er geen nieuwe vergunningen voor gaswinning worden gegeven. Gaswinning versnelt namelijk de bodemdaling in deze gebieden. Deze daling is onomkeerbaar en beschadigt het watersysteem en de leefomgeving blijvend.
Motie van het lid Van Oosterhout over in kaart brengen voor welke gaswinningslocaties in veenweidegebieden een vergunning nog kan worden geweigerd
De kamer,
constaterende dat er plannen bestaan voor nieuwe of uitgebreide
gaswinning in de Friese en Utrechtse veenweidegebieden;
constaterende dat veenweidegebieden al kampen met structurele
bodemdaling en dat gaswinning deze daling verder versnelt;
overwegende dat bodemdaling door gaswinning permanent en
onomkeerbaar is, en dat de effecten op het watersysteem, de drinkwatervoorziening en de leefomgeving niet te herstellen zijn;
verzoekt de regering in kaart te brengen voor welke gaswinningslocaties
in veenweidegebieden een vergunning nog kan worden geweigerd en tot
die tijd geen nieuwe vergunningen te verlenen en geen onomkeerbare
besluiten te nemen over bestaande aanvragen.
Argumenten voor: De partij wil dat gaswinning volledig wordt afgebouwd en niet wordt uitgebreid [1]. Ook hanteert de partij het principe 'water en bodem sturend' om te voorkomen dat dure aanpassingen nodig zijn door klimaatverandering en natuurverlies [4]. De partij hecht waarde aan een gezonde leefomgeving [3] en ziet de waarde van veenweidegebieden voor het vasthouden van water en de biodiversiteit in [2]. Daarnaast kiest de partij voor de belangen van toekomstige generaties boven kortetermijn economisch gewin [5].
Argumenten tegen: Het programma bevat geen argumenten die de bescherming van de bodem en het watersysteem in veenweidegebieden tegen de belangen van gaswinning plaatsen.
Bronnen:
"Gaswinning in de overige kleine velden op land en onder de Waddenzee wordt volledig afgebouwd en niet uitgebreid."
"Op verschillende plekken in Nederland verdwijnt op grote schaal grasland. Vaak wordt grasland vervangen door teelten die veel kunstmest, bestrijdingsmiddelen en grondwater vragen. Dat is zonde én niet nodig. Grasland kan CO₂ opslaan, water vasthouden én ruimte bieden aan weidevogels, áls het natuurinclusief en minder intensief wordt beheerd. Vooral rondom kwetsbare natuur en in veenweidegebieden is dat van grote waarde."
"De ruimte in Nederland is schaars en waardevol. Dus hoe we die ruimte gebruiken, zegt alles over wat we belangrijk vinden. We willen wonen in groene, veilige buurten. Werken aan een eerlijke economie. Leven in een gezonde omgeving, met schoon water, betaalbaar voedsel en schone lucht. En dus moeten we keuzes maken."
"Om te bepalen wat we waar doen, hanteren we het principe van 'water en bodem sturend'. Dat betekent bijvoorbeeld dat we bouwen op hogere grond als er overstromingsgevaar is. En dat we niet meer vee houden dan de natuurlijke omgeving aankan. Zo voorkomen we dat op termijn dure aanpassingen nodig zijn door klimaatverandering en natuurverlies. Ook maken we zo het best gebruik van de eigenschappen van verschillende regio's voor de activiteiten die we daar doen."
"In ons dichtbevolkte land kan niet alles en zeker niet alles tegelijk. We moeten dus keuzes maken. D66 kiest voor wat goed is voor de generaties na ons en niet langer alleen voor wat economisch het meest oplevert op korte termijn. Voor zo'n aanpak is regie en kracht in de uitvoering van beleid nodig. D66 wil dat de overheid, Rijk samen met provincies en gemeenten, die regie weer actief voeren. Per gebied spreken we met inwoners en betrokkenen over de keuzes die nodig zijn en over hoe die keuzes met elkaar samenhangen. Denk aan keuzes om de krapte op de woningmarkt aan te pakken, de leefomgeving beter in te richten op het veranderende klimaat, de natuur te versterken en de overbelasting van het stroomnet op te lossen. Samen vinden we oplossingen die bijdragen aan een leefbaar en groen Nederland. En door goede samenwerking kunnen verstedelijking, verduurzaming van de landbouw, versterking van de natuur, de energietransitie en klimaatadaptatie elkaar juist versterken."