Meer geld voor duurzame industrie

De regering moet zorgen voor voldoende geld voor nieuwe groene industrieën. De huidige regelingen, zoals de DEI+, zijn te klein en duren te kort. Hierdoor mist Nederland kansen om koploper te worden in schone technologie en groene chemie.

Motie van het lid Van Oosterhout over opties in kaart brengen voor een toereikend financieel instrumentarium om nieuwe groene ketens op te schalen

De kamer, overwegende dat instrumenten voor het opschalen van nieuwe duurzame industriële activiteiten, zoals de VEKI, NIKI en DEI+ beperkt zijn in omvang en tijd; constaterende dat Nederland daardoor veel kansen laat liggen om een koploperspositie te pakken in sectoren als schone technologie en groene chemie, terwijl we daarmee onze weerbaarheid en concurrentiepositie kunnen versterken; verzoekt de regering opties in kaart te brengen voor een toereikend financieel instrumentarium om nieuwe groene ketens op te schalen en die te betrekken bij het voorjaarspakket.
9 september | PRO | Aangenomen: 105–45 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij wil dat bedrijven die een plan hebben om volledig te verduurzamen, steun krijgen [1]. Daarnaast is het essentieel om te investeren in innovatie en productiviteit om de toekomstige welvaart te verzekeren [2]. Er wordt benodigde investeringen en perspectief voor bedrijven genoemd als onderdeel van een duurzame toekomst [3], en het wordt ondersteund om bestaande ketens indien nodig financieel te ondersteunen [4].

Argumenten tegen: Het programma bevat geen argumenten tegen het bieden van financiële instrumenten voor groene ketens.

Bronnen:

  1. "Om grote uitstoters te verduurzamen, steunen we het Europese plan om versneld de uitstootrechten voor broeikasgassen in het emissiehandelssysteem in 2040 naar nul af te bouwen. We blijven werk maken van maatwerkafspraken met grote, strategische bedrijven en sectoren. Bedrijven die een plan hebben om volledig te verduurzamen, krijgen steun. De nationale CO2-heffing blijft als instrument bestaan, maar zetten we voor bedrijven waar de overheid in gebreke blijft op nul. Het doel van de heffing is niet om geld op te halen. Mochten er opbrengsten zijn, dan komen die ten goede aan de industrie om de overstap van fossiele naar duurzame productiemethoden te realiseren. We maken in Europees verband werk van het normeren van de vraag, zodat er ook Europese markten zijn voor de duurzaam (en circulair) geproduceerde producten. We stimuleren waterstofinnovatie, om duurzaam opgewekte energie ook te kunnen gebruiken. Naast eigen productie en opslag in Nederland richten we ons op de import van groene waterstof uit landen waar meer ruimte is voor duurzame energieopwekking."
  2. "Om onze toekomstige welvaart zeker te stellen is het van belang om nu te investeren in innovatie en productiviteit. Dat vraagt om een beter samenspel van wetenschap, kennisinstituten, opleidingen en bedrijven. Er komt een nationale investeringsbank, als voortzetting van InvestNL. Op macroniveau bedragen op termijn de publieke en private uitgaven aan innovatie en onderzoek 3% van het nationaal inkomen. We verbeteren de toegang van het mkb, start-ups en scale-ups tot groeikapitaal, ook via nonbancaire financiers als Qredits. We versterken de regionale industrieclusters, bijvoorbeeld via een investeringsdeal waar huisvesting onderdeel van is. Hierbij valt te denken aan de herbestemming van ongebruikte kantoorpanden."
  3. "Het kabinet dat na de verkiezingen aantreedt, moet Nederland van het slot halen. Met dappere keuzes, doortastend beleid, grootschalige investeringen in onderhoud, uitvoering, (energie)infrastructuur en duidelijke wetgeving, komt Nederland uit het stikstofmoeras en krijgen bedrijven perspectief op een duurzame toekomst."
  4. "Circulaire bedrijven hebben het zwaar terwijl de circulaire economie de toekomst is. Circulaire producten zijn duurder dan wegwerpproducten en de vraag blijft achter. Normering van de vraag op Europees niveau is noodzakelijk om het circulair maken van de economie te laten slagen. We stimuleren de circulaire capaciteit van de industrie, bijvoorbeeld met ketenafspraken. Ketenafspraken met onvoldoende resultaat, zoals statiegeld op blikjes, worden dwingender opgelegd. Producenten worden waar mogelijk verantwoordelijk voor identificeerbare stromen, zoals luiers of plastics. Bij dit alles is van belang dat een eerlijk speelveld ontstaat en dat geen onnodig zware administratieve verplichtingen worden opgetuigd. Bestaande, soms prille hergebruikketens worden indien nodig financieel ondersteund. Met verplichte bronscheiding of nasortering en een verbrandingsverbod op recyclebare materialen, blijven deze langer beschikbaar voor de economie. Er komt een heffing op het gebruik van nieuw plastic (virgin plastic), zodat hergebruik van plastic lonend wordt."