De regering moet een escalatieprocedure instellen binnen het Nationaal Programma Verduurzaming Industrie. Als een bedrijf in een industriecluster wegvalt, kunnen andere bedrijven in die keten ook grote problemen krijgen. Deze procedure moet voorkomen dat essentiële industriële ketens onherstelbaar beschadigd raken.
Motie van het lid Van den Berg over een escalatieprocedure vaststellen voor concrete signalen van dreigende uitval binnen een strategisch industriecluster
De kamer,
constaterende dat de uitval van één bedrijf binnen een geïntegreerd
industriecluster grote gevolgen kan hebben voor andere bedrijven in dat
cluster;
overwegende dat onomkeerbaar verlies van essentiële industriële ketens
moet worden voorkomen;
verzoekt de regering binnen het Nationaal Programma Verduurzaming
Industrie een escalatieprocedure vast te stellen waarbij concrete signalen
van dreigende uitval binnen een strategisch industriecluster aanleiding
geven tot een clusteranalyse, waarin de oorzaken en keteneffecten van de
dreigende uitval in kaart worden gebracht en mogelijke opties voor
overheidsingrijpen worden voorgelegd.
Argumenten voor: De partij wil de transitie naar een duurzame industrie ondersteunen door middel van garanties of instrumenten [3] en door innovatiesubsidies en -fondsen in stand te houden voor cruciale infrastructuur [5]. Ook vindt de partij het essentieel om een strategische, duurzame industrie te ontwikkelen [2].
Argumenten tegen: De partij wil de industrie een Europese competentie maken door te focussen op sectoren die Nederland toekomstbestendig maken [4]. Zij willen de oude industrie niet langer ondersteunen [1] en vervuilende bedrijven die niet kunnen vergroenen, zorgvuldig uitfaseren [10236, 10245, 10247].
Bronnen:
"We staken alle overheidssteun aan de oude industrie en besteden onze tijd, aandacht en ons geld nog uitsluitend aan sectoren met groeiperspectief. Dat betekent dat sommige grote bedrijven uit de oude industrie beter kunnen verhuizen naar andere delen van de EU waar ze van waarde zijn. Daar is bijvoorbeeld meer groene energie of meer technisch personeel. Die verdeling van industrie zal geregeld worden door een Europese minister van Industrie, die zo efficiënt en groen mogelijk in onze gezamenlijke industriebehoeften zal voorzien. Zo spelen we ruimte vrij in ons eigen land. Geen wachtrijen meer voor aansluiting op het stroomnet, geen prangende personeelstekorten en minder problemen met stikstof. Dat zorgt voor ademruimte in Nederland en groei in heel de EU."
"In een tijdperk van klimaatverandering en geopolitieke spanningen is een strategische, duurzame Europese industrie essentieel. We kiezen voor een Europees industriebeleid met een productie op plaatsen waar voldoende ruimte en betaalbare groene energie beschikbaar is en met een slimme spreiding. Nederland richt zich daarbij op een hoogwaardige maakindustrie in plaats van de huidige energie-intensieve basisindustrie. Dat is beter voor het klimaat, de netcapaciteit, de gezondheid en de Nederlandse economie."
"De duurzame industrie heeft vaak opstartproblemen doordat zij hun duurzame en circulaire producten moeilijk voor lange termijn af kunnen zetten. We onderzoeken hoe de overheid hier het best kan bijspringen, bijvoorbeeld door middel van garanties of instrumenten gebaseerd op het Europese H2Global."
"Volt bepleit dat industrie een Europese competentie wordt. Nederland is namelijk een klein land en we zitten aan onze fysieke en ecologische grenzen. Er is te weinig ruimte op het stroomnet en de stikstofkwestie houdt ons land op slot. Dat zorgt voor problemen, omdat vernieuwende bedrijven, zoals het innovatieve het midden- en kleinbedrijf (mkb), en grotere bedrijven, zoals ASML, niet meer organisch kunnen groeien. Daarom moeten we duidelijke keuzes maken en richting geven aan de economie van de toekomst. Volt kiest voor die sectoren die Nederland en de EU toekomstbestendig maken."
"Om bedrijven te helpen bij de transities worden de innovatiesubsidies en -fondsen in stand gehouden. Zo verlagen we de drempel voor innovatie en investeringen in cruciale processen en infrastructuur zoals batterijen, waterstofproductie en de grondstoffentransitie."