De regering moet geen nieuwe klimaatverplichtingen opleggen aan de industrie. Er is momenteel te weinig capaciteit op het elektriciteitsnet om bedrijven de ruimte te geven om te verduurzamen.
Motie van het lid Vermeer over geen aanvullende duurzaamheidsverplichtingen voor de industrie invoeren voordat er voldoende energie-infrastructuur is
De kamer,
constaterende dat duizenden bedrijven wachten op transportcapaciteit op
het elektriciteitsnet en dat belangrijke randvoorwaarden voor verduurzamingen nog ontbreken;
overwegende dat beleid volgens de principes van haalbaarheid, betaalbaarheid en uitvoerbaarheid vormgegeven moet worden;
verzoekt de regering geen aanvullende klimaat- of verduurzamingsverplichtingen voor de industrie in te voeren voordat voor de betreffende
bedrijven aantoonbaar voldoende energie-infrastructuur beschikbaar is.
Argumenten voor: De partij stelt dat de huidige randvoorwaarden voor de energietransitie niet op orde zijn, waarbij het overvolle elektriciteitsnet en de trage vergunningverlening als grote obstakels worden gezien [1][2]. Zij wijzen erop dat de trage aanleg van elektriciteitsnetten de verduurzaming belemmert [4]. De partij vindt dat randvoorwaarden met voorrang op orde moeten worden gebracht om te voorkomen dat bedrijven in de knel komen [1] en waarschuwt voor onnodige regeldruk en onduidelijkheid voor het bedrijfsleven [6]. Tevens geeft de partij aan de CO2-heffing op nul te willen zetten voor bedrijven wanneer de overheid in gebreke blijft [3].
Argumenten tegen: De partij streeft naar ambitieuze klimaatdoelen, zoals een hogere CO2-reductie in 2030 dan de Europese standaarden [5] en het afbouwen van emissiehandelrechten naar nul in 2040 [3]. Ook ziet de partij Europese regelgeving voor verduurzaming als een kans [6].
Bronnen:
"De klimaat- en energietransitie zit in een taaie fase. Klimaatdoelen afspreken bleek nog vrij eenvoudig, klimaatdaden stellen en volhouden blijkt een stuk ingewikkelder. Dat heeft deels te maken met de ingewikkelde internationale context, maar ook met het feit dat Nederland zijn randvoorwaarden voor vergroening van de economie niet op orde heeft: het elektriciteitsnet zit overvol, de vergunningverlening zit op slot en er is een gebrek aan goed opgeleide vakmensen. Die randvoorwaarden moeten met voorrang op orde worden gebracht, anders komen burgers en bedrijven in de knel, omdat er geen reëel handelingsperspectief is (zie ook hoofdstuk 2 'Nederland van het slot')."
"Het volle stroomnet vormt een groot obstakel voor woningbouw, maatschappelijke voorzieningen en verdere verduurzaming. De elektriciteitsvraag en congestie in het stroomnet stijgen naar verwachting nog verder. We kunnen het ons niet veroorloven om dit machteloos over ons heen te laten komen. Overheden, netbeheerders, bouwers en het bedrijfsleven trekken samen op om de netcongestie aan te pakken. Het netwerk en werk van netbeheer wordt verstevigd, slim gemaakt en omgebouwd voor het toekomstige meer decentrale systeem. We weten dat het een opgave van decennia is en daarom moeten we nu aan de slag."
"Om grote uitstoters te verduurzamen, steunen we het Europese plan om versneld de uitstootrechten voor broeikasgassen in het emissiehandelssysteem in 2040 naar nul af te bouwen. We blijven werk maken van maatwerkafspraken met grote, strategische bedrijven en sectoren. Bedrijven die een plan hebben om volledig te verduurzamen, krijgen steun. De nationale CO2-heffing blijft als instrument bestaan, maar zetten we voor bedrijven waar de overheid in gebreke blijft op nul. Het doel van de heffing is niet om geld op te halen. Mochten er opbrengsten zijn, dan komen die ten goede aan de industrie om de overstap van fossiele naar duurzame productiemethoden te realiseren. We maken in Europees verband werk van het normeren van de vraag, zodat er ook Europese markten zijn voor de duurzaam (en circulair) geproduceerde producten. We stimuleren waterstofinnovatie, om duurzaam opgewekte energie ook te kunnen gebruiken. Naast eigen productie en opslag in Nederland richten we ons op de import van groene waterstof uit landen waar meer ruimte is voor duurzame energieopwekking."
"Nederland staat voor grote uitdagingen. Een groeiende en vergrijzende bevolking, woningnood, de overgang naar een duurzame energievoorziening, het klimaatvraagstuk, de toekomst van onze landbouw en industrie - het zijn geen nieuwe thema's, maar de urgentie ervan is groter dan ooit. Helaas lopen we vast. Nederland zit op slot. Er worden niet genoeg woningen gebouwd, de aanleg van nieuwe elektriciteitsnetten gaat te langzaam, allerlei vergunningen worden niet verleend. De economie verliest kracht, arbeidsproductiviteit stagneert, verduurzaming wordt belemmerd en het vertrouwen in de overheid brokkelt af."
"Wij zien het Akkoord van Parijs en de Europese doelstellingen die daarop zijn gebaseerd als een goede basis. Dat geldt ook voor de Nederlandse Klimaatwet waarin is vastgelegd dat we in 2030 55% CO2-reductie moeten hebben behaald ten opzichte van 1990. De ChristenUnie richt zich op een hogere reductie in 2030, zodat tegenvallers er niet direct toe leiden dat we het minimale doel niet halen. Vermindering van uitstoot in eigen land mag niet leiden tot hogere uitstoot elders. Daarom wordt bij klimaatbeleid zoveel mogelijk ingezet op een Europees gelijk speelveld, met zo min mogelijk weglek. We normeren verstandig, maken gerichte afspraken met (top)sectoren en subsidiëren innovatie, zoals via schoon- en emissieloos bouwen. In het Klimaatfonds trekken we extra geld uit voor energie-infrastructuur, zoals elektriciteits- en wartmenetten, isolatie van huizen en verduurzaming van de industrie, zodat Nederland een sterke en schone industriële sector behoudt."
"We zien aanvullende Europese regelgeving voor verduurzaming en maatschappelijk verantwoord ondernemen niet als bedreiging, maar als een kans. Het is zaak om dergelijke regelingen proactief en verstandig te implementeren, om niet de boot te missen, en te voorkomen dat het bedrijfsleven wordt overladen met onnodige regeldruk en onduidelijkheid. De opbrengsten van beprijzingsmechanismen als ETS-2 komen ten goede aan de vergroening van de economie en financiële compensatie van bedrijven en burgers. Nationale heffingen bovenop Europese maatregelen zijn niet altijd effectief, omdat vervuiling in sommige gevallen niet minder wordt, maar simpelweg verplaatst. Dergelijke effecten moeten worden meegewogen bij beleidsvorming."