Betrekken partijen bij luchtkwaliteitsregels

De regering moet bedrijven, gemeenten en uitvoeringsorganisaties vroegtijdig betrekken bij de nieuwe Europese luchtkwaliteitsregels. Zij hebben de nodige praktijkkennis om de regels uitvoerbaar en kosteneffectief te maken. De regering moet ook laten zien hoe de inbreng van deze partijen is verwerkt.

Motie van het lid Bikkers over bedrijven, medeoverheden en uitvoeringsorganisaties vroegtijdig betrekken bij de verdere uitwerking van de luchtkwaliteitsregels

De kamer, constaterende dat de inhoudelijke implementatie van de herziene Europese Luchtkwaliteitsrichtlijn nog wordt uitgewerkt in lagere regelgeving; overwegende dat de aangescherpte luchtkwaliteitsregels gevolgen kunnen hebben voor vergunningverlening, woningbouw, infrastructuur, mobiliteit en economische bedrijvigheid; overwegende dat bedrijven, medeoverheden en uitvoeringsorganisaties beschikken over noodzakelijke praktijkkennis om de regels uitvoerbaar, proportioneel en kosteneffectief vorm te geven; verzoekt de regering bedrijven, medeoverheden en uitvoeringsorganisaties vroegtijdig en aantoonbaar te betrekken bij de verdere uitwerking van de luchtkwaliteitsregels en bij de voorhang van de lagere regelgeving inzichtelijk te maken hoe hun inbreng is betrokken en verwerkt.
9 september | VVD | Aangenomen: 147–3 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma VVD

Stemverwachting: voor (erg zeker, 95%)

Argumenten voor: De partij streeft naar werkbare wet- en regelgeving [1] en wil de regelzucht verminderen door wetgeving efficiënter, simpeler en goedkoper te maken [2]. Daarnaast vindt de partij dat de overheid ondernemers serieus moet nemen en meer naar hen moet luisteren bij het vaststellen van nieuw beleid [4], en dat regionale betrokkenheid noodzakelijk is voor een effectieve uitvoering [3].

Argumenten tegen: Het programma biedt geen argumenten om tegen de motie te stemmen.

Bronnen:

  1. "Wet- en regelgeving werkbaar maken: Op het moment dat een structurele emissiereductie wettelijk is geborgd, zorgt de overheid voor de noodzakelijke randvoorwaarden. Zo worden PAS-melders, ondernemers die te goeder trouw hebben gehandeld maar nu zonder vergunning zitten, gelegaliseerd met bijvoorbeeld een juridisch houdbare rekenkundige ondergrens. We willen per sector bekijken of een drempelwaarde mogelijk is - om te beginnen voor de bouw, die slechts tijdelijk een geringe uitstoot veroorzaakt. Er moeten weer vergunningen komen voor agrariërs om aan de slag te gaan met stikstofreducerende innovaties, waarvan het grote potentieel recent is aangetoond door onderzoek van de Wageningen Universiteit. En uiteindelijk moeten we waar mogelijk af van de eenzijdige focus op stikstof door op basis van onafhankelijke en langdurige monitoring de feitelijke staat van de natuur leidend te maken bij vergunningverlening."
  2. "Minder regelzucht, betere wetgeving: We zien nu te vaak dat de Tweede Kamer regel op regel stapelt, steeds om extra onderzoek vraagt en te vaak wetgeving ondoordacht verandert. Bij alle wetsbehandelingen kijken we hoe wetten efficiënter, simpeler en goedkoper kunnen worden. We maken meer tijd voor de behandeling van wetten en willen dat amendementen zoveel mogelijk voor aanvang van een debat worden ingediend en dat in het geval van ingrijpende amendementen er een week zit tussen het moment van indienen en de stemming over de amendementen. Bij ingrijpende amendementen moet het de standaard worden dat er een uitvoeringstoets wordt gedaan. Indien partijen de belastingen willen verhogen per amendement, moet altijd eerst in kaart worden gebracht wat het effect is voor het vestigingsklimaat en voor de koopkracht van werkende Nederlanders."
  3. "Fors verminderen van de stikstofuitstoot: We gaan zorgen voor concrete, generieke stikstofreductie door te sturen op emissies waarbij alle sectoren evenredig bijdragen. Zo komt er weer ruimte voor vergunningverlening. De huidige wetgeving kent reductiedoelen voor de berekende hoeveelheid neerslag op natuurgebieden. We gaan deze KDW-doelen vervangen door sectorgebonden emissieplafonds, inclusief wettelijke tussendoelen, die optellen tot 50% geborgde emissiereductie in 2035. Daarnaast is er een gebiedsgerichte aanpak nodig voor de gebieden waar de problematiek het zwaarst speelt, zoals bij De Peel en De Veluwe, met regionale betrokkenheid noodzakelijke keuzes over aanvullende emissiereductie en extensivering. Rijk, provincies en gemeenten moeten samenwerken om te komen tot een effectieve uitvoering, onder meer met ruimtelijke ordeningsinstrumentarium, ondersteuning van nieuwe verdienmodellen, vrijwillige regelingen en gerichte inzet van middelen voor agrarisch natuurbeheer."
  4. "Luisteren naar ondernemers: We vinden dat de overheid meer moet luisteren naar ondernemers. De overheid zou niet moeten bepalen voor ondernemers wat hun problemen zijn, maar moet vooral naar hen luisteren. We willen dat de overheid ondernemers serieus neemt bij het vaststellen van nieuw beleid, en vooral bij het afschaffen van regels."