Geen nieuwe defensiedeals met Israël

De regering moet geen nieuwe deals meer sluiten met de Israëlische defensie-industrie. De afhankelijkheid van de Israëlische wapenindustrie moet worden afgebouwd.

Motie van het lid Teunissen c.s. over geen nieuwe deals sluiten met de Israëlische defensie-industrie

De kamer, constaterende dat de Kamer dit jaar heeft besloten dat de Nederlandse afhankelijkheid van onder andere de Israëlische wapenindustrie afgebouwd dient te worden; constaterende dat Nederland in de eerste helft van 2026 voor ruim 163 miljoen euro aan deals heeft gesloten met in Israël gevestigde bedrijven; verzoekt de regering om geen nieuwe deals te sluiten met de Israëlische defensie-industrie.
17 september | PvdD, DENK, SP | Verworpen: 30–120 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma Volt

Stemverwachting: voor (erg zeker, 100%)

Argumenten voor: De partij pleit voor een volledig embargo op de import en export van wapens en militaire technologie [1]. Zij bepleiten een streng economisch sanctiepakket tegen Israël [5], inclusief een verbod op handel en investeringen met entiteiten die bijdragen aan de illegale bezetting van Palestina [2] en in illegale Israëlische nederzettingen [3]. Bovendien stelt de partij dat landen onder het Genocideverdrag verplicht zijn nationale maatregelen tegen Israël te treffen [4] en stelt zij het opschorten van het associatieverdrag tussen de EU en Israël voor [6].

Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma bevat geen argumenten tegen het staken van militaire deals of het opleggen van sancties aan Israël.

Bronnen:

  1. "Het opschorten van militaire samenwerking en een volledig embargo op de import en export van wapens en (militaire) technologie. Nederland levert op dit moment geen materieel voor de Iron Dome en brengt met een embargo dus geen mensenlevens in gevaar."
  2. "Een verbod op handel en investeringsrelaties met entiteiten die bijdragen aan de instandhouding van de illegale bezetting van Palestina."
  3. "Een verbod op handel met en investeringen in illegale Israëlische nederzettingen in Palestina."
  4. "Omdat gezamenlijke EU-actie uitblijft, zijn staten onder het Genocideverdrag verplicht om alles in het werk te stellen om een genocide te voorkomen. Het uitblijven van actie op EU-niveau ontslaat landen niet van hun verantwoordelijkheid om nationale maatregelen tegen Israël te treffen. De sterke historische en economische band tussen Nederland en Israël biedt ons meer handelingsperspectief en verantwoordelijkheid om het geweld te stoppen dan in conflicten waarbij deze band met de geweldpleger ontbreekt."
  5. "Een streng economisch sanctiepakket tegen Israël."
  6. "Het opschorten van het associatieverdrag tussen de EU en Israël, op basis van de mensenrechtenclausule in artikel 2 van datzelfde associatieverdrag."