Geen bezuiniging op het kindgebonden budget

De regering moet het wetsvoorstel voor het kindgebonden budget intrekken. De huidige bezuiniging van 330 miljoen euro treft vooral gezinnen met een middeninkomen. Dit is in strijd met de afspraak om gezinnen juist te versterken. Er moet een nieuw voorstel komen dat gezinnen vanaf 2028 financieel helpt.

Motie van de leden Bikker en Bontenbal over het wetsvoorstel inzake het kindgebonden budget hernemen en een aangepast voorstel aan de Kamer voorleggen

De kamer, constaterende dat het kabinet een wijziging van de Wet op het kindgebonden budget (36 923) aan de Kamer heeft voorgelegd waarin aanvankelijk 300 miljoen euro, vanwege tegenvallers in arbeidsongeschiktheidsregelingen, en uiteindelijk 330 miljoen euro wordt bezuinigd op vooral gezinnen met een middeninkomen; overwegende dat in het coalitieakkoord aanvankelijk een reeks van 600 miljoen euro was opgenomen ter versterking van gezinnen, die inmiddels is teruggebracht tot 450 miljoen euro in de Miljoenennota 2027, met als doel te komen tot één kindregeling; verzoekt de regering het wetsvoorstel inzake het kindgebonden budget te hernemen en een aangepast voorstel aan de Kamer voor te leggen met een significante netto plus voor en daarmee versterking van gezinnen, in de geest van de afspraken in het coalitieakkoord, dat in 2028 ingaat, en de Kamer voor het einde van het jaar over de voortgang te informeren.
17 september | CU, CDA | Aangenomen: 127–23 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma GL-PvdA

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij streeft naar het uitbannen van kinderarmoede [1][4] en wil dat gezinnen financiële zekerheid ervaren zonder onzekerheid over toeslagen [2]. Dit wordt onder andere nagestreefd door het verhogen van de kinderbijslag en het bieden van hogere inkomens [2]. Daarnaast zet de partij zich in voor het beschikbaar stellen van voldoende middelen voor de zorg voor kinderen [5][3].

Argumenten tegen: Er zijn geen fragmenten in het programma die een argument bieden om de bezuinigingen op het kindgebonden budget te steunen.

Bronnen:

  1. "Uitbannen kinderarmoede. Ieder kind dat opgroeit in armoede is er één te veel. Daarom strijden we net zo lang totdat in Nederland geen kind meer in armoede opgroeit. Er komt een Wet reductie armoede onder kinderen, die de overheid verplicht ervoor te zorgen dat het aantal kinderen dat in armoede opgroeit de komende jaren fors daalt."
  2. "Armoede en toeslagen. Wie rond moet komen van toeslagen, leeft vaak in onzekerheid. Eén foutje, één verandering in je inkomen - en je zit in de problemen. We willen dat mensen weer zelf kunnen bouwen op hun loon of uitkering, zonder ingewikkelde formulieren of angst voor terugvorderingen. Daarom maken we toeslagen stap voor stap overbodig: met gratis kinderopvang, hogere kinderbijslag, lagere zorgpremies, een basistoelage en hogere inkomens. Niet afhankelijkheid, maar eenvoud en zekerheid staan voorop. We onderzoeken of het belastingstelsel op termijn vervangen kan worden door een garantieinkomen, basisinkomen of een negatieve inkomenstenbelasting."
  3. "Voldoende geld voor jeugdzorg. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de jeugdzorg, maar krijgen daar nu onvoldoende geld voor. We stellen structureel voldoende geld beschikbaar voor kinderen die hulp nodig hebben en nemen het advies van de deskundigencommissie volledig over."
  4. "Kinderrechten. We zorgen dat Nederland zich houdt aan het Internationale Kinderrechtenverdrag, zodat we toegaan naar betere kinderbescherming ook voor kinderen in de asielketen en jeugdzorg en minder kinderarmoede en discriminatie. Ook zorgen we dat de stem van kinderen voldoende gehoord wordt bij beslissingen over kinderen. We letten extra goed op de zorg voor kinderen met een handicap of beperking."
  5. "Een plan voor betere jeugdzorg en jeugdbescherming. We stellen voldoende middelen beschikbaar voor kinderen met een beperking, en voor kinderen en jongeren die hulp nodig hebben, in lijn met de adviezen van de deskundigencommissie. Die kosten betalen we samen. Jongeren krijgen meer zeggenschap over hun behandeling en krijgen recht op een vertrouwenspersoon. De inspectie krijgt voldoende middelen en wordt daarmee in staat gesteld om zowel aangekondigd als onaangekondigd voldoende controles uit te voeren."