Stop de nieuwe ammoniaknorm voor boeren

De regering moet de voorgestelde ammoniaknorm voor de melkveehouderij niet invoeren. Deze norm dwingt boeren namelijk tot zeer dure aanpassingen aan hun stallen. Ook moeten veel boeren hun bedrijf verkleinen of zelfs helemaal stoppen. Daarbij verdwijnt de beloofde keuzevrijheid om zelf de regie te voeren over het bedrijf.

Motie van de leden Vermeer en Van der Plas over afzien van de voorgestelde ammoniaknorm

De kamer, constaterende dat het kabinet voor de melkveehouderij een ammoniaknorm van 0,164 kg NH3 per fosfaatrecht per jaar voorstelt; constaterende dat volgens het kabinet en WUR veel melkveehouders hiervoor hun stal vergaand moeten aanpassen; overwegende dat deze norm de beloofde keuzevrijheid bij doelsturing wegneemt en boeren dwingt tot kostbare stalaanpassingen, krimp of beëindiging van het bedrijf; verzoekt de regering af te zien van de voorgestelde ammoniaknorm.
17 september | BBB | Verworpen: 55–95 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma SGP

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 85%)

Argumenten voor: De partij is kritisch over van bovenaf opgelegde eisen voor grondgebondenheid in de melkveehouderij, omdat deze samenwerkingsverbanden doorkruisen en weinig bijdragen aan doelsturing [4]. De partij geeft de voorkeur aan doelsturing in plaats van een stapeling van middelvoorschriften [3]. Daarnaast wil de partij dat de normale bedrijfsontwikkeling niet onnodig wordt belemmerd door de inperking van productie- en fosfaatrechten [1].

Argumenten tegen: De partij spreekt zich niet direct uit tegen de norm, maar geeft wel aan dat de overheid de ontwikkeling van vernieuwende stalsystemen en fiscale investeringsreserves voor stalvernieuwing kan ondersteunen [2].

Bronnen:

  1. "De afroming van productie- en fosfaatrechten bij transacties wordt ingeperkt, zodat normale bedrijfsontwikkeling niet onnodig belemmerd wordt."
  2. "De overheid ondersteunt de ontwikkeling en toepassing van vernieuwende en brandveilige stalsystemen en maakt bijvoorbeeld een fiscale investeringsreserve voor stalvernieuwing mogelijk."
  3. "Gebieden waar de landbouw weinig problemen voor de waterkwaliteit veroorzaakt, worden niet aangewezen als kwetsbaar gebied voor de Nitraatrichtlijn. Het volgende actieprogramma voor de Nitraatrichtlijn bevat de volgende elementen: 1) meer doelsturing, bijvoorbeeld op basis van het stikstofbodemoverschot, in plaats van een stapeling van middelvoorschriften, 2) een gebiedsgerichte aanpak op basis van metingen, 3) meer ruimte voor het uitrijden van mest bij hoge gewasopbrengsten."
  4. "De SGP is kritisch over van bovenaf opgelegde eisen voor grondgebondenheid in de melkveehouderij. Het doorkruist samenwerkingsverbanden met andere bedrijven en voegt weinig toe aan normen voor doelsturing."