De regering moet voor zomer 2027 samen met de glastuinbouwsector een nieuw plan maken voor de overgang naar 2040. Het huidige klimaatbeleid maakt het voor kwekers te duur om de doelen te halen. Er is een nieuw plan nodig om de sector zowel klimaatneutraal als economisch rendabel te houden.
Motie van het lid Grinwis c.s. over de broeikasgasbeprijzing in de glastuinbouw zodanig vormgeven dat de glastuinbouwsector rendabel blijft
De kamer,
constaterende dat de glastuinbouwsector de afgelopen jaren aanzienlijke
verduurzamingsstappen heeft gezet, mede dankzij het Convenant
Energietransitie Glastuinbouw 2022–2030;
constaterende dat uit de tussenevaluatie van het convenant en uit het
onderzoek van Wageningen University & Research blijkt dat het restemissiedoel voor 2030, door het ontbreken van de juiste randvoorwaarden en
de sinds het convenant aanvullende kostenopdrijvende maatregelen van
het Rijk, alleen kan worden behaald door onevenredig in te leveren op
economische rentabiliteit;
overwegende dat de CO2-reductie door de bijmengverplichting groen gas
slechts gedeeltelijk wordt verrekend in de restemissies van de
glastuinbouw, aangezien het voordeel van de verminderde CO2-intensiteit
van gas aan alle gasgebruikers wordt toegerekend;
overwegende dat de strategische rol van warmte-krachtkoppeling (wkk) in
het Nederlandse elektriciteitssysteem nog niet wordt meegewogen in het
klimaat- en beprijzingsbeleid voor de glastuinbouw;
overwegende dat het klimaatbeleid voor de glastuinbouw daarom toe is
aan een herijking, onder meer inzake het tussendoel in 2030 en het
toevoegen van een transitiepad richting 2040;
verzoekt de regering om voor de zomer van 2027, met het Convenant
Energietransitie Glastuinbouw als basis en in samenwerking met de
sector, toe te werken naar een geactualiseerd transitiepad richting 2040,
de conclusies uit de tussenevaluatie en het WUR-onderzoek daarbij
expliciet mee te wegen, en het beleid rond de energietransitie en
broeikasgasbeprijzing in de glastuinbouw daarmee zodanig vorm te
kst-36947-25
ISSN 0921 - 7371
’s-Gravenhage 2026
Tweede Kamer, vergaderjaar 2026–2027, 36 947, nr. 25
1
geven dat een klimaatneutrale en economisch rendabele glastuinbouwsector haalbaar blijft.
Argumenten voor: De partij wil maatwerkafspraken maken met grote, strategische sectoren [3] en streeft naar het maken van gerichte afspraken met sectoren [2]. Ook is het belangrijk dat de randvoorwaarden voor vergroening op orde worden gebracht om te voorkomen dat bedrijven in de knel komen [1]. Daarnaast wordt het stimuleren van alternatieven zoals aardwarmte voor het verwarmen van kassen ondersteund [5].
Argumenten tegen: De partij pleit voor doortastend beleid [4] en streeft naar een hogere CO2-reductie in 2030 om te voorkomen dat de minimale doelen niet worden gehaald [2].
Bronnen:
"De klimaat- en energietransitie zit in een taaie fase. Klimaatdoelen afspreken bleek nog vrij eenvoudig, klimaatdaden stellen en volhouden blijkt een stuk ingewikkelder. Dat heeft deels te maken met de ingewikkelde internationale context, maar ook met het feit dat Nederland zijn randvoorwaarden voor vergroening van de economie niet op orde heeft: het elektriciteitsnet zit overvol, de vergunningverlening zit op slot en er is een gebrek aan goed opgeleide vakmensen. Die randvoorwaarden moeten met voorrang op orde worden gebracht, anders komen burgers en bedrijven in de knel, omdat er geen reëel handelingsperspectief is (zie ook hoofdstuk 2 'Nederland van het slot')."
"Wij zien het Akkoord van Parijs en de Europese doelstellingen die daarop zijn gebaseerd als een goede basis. Dat geldt ook voor de Nederlandse Klimaatwet waarin is vastgelegd dat we in 2030 55% CO2-reductie moeten hebben behaald ten opzichte van 1990. De ChristenUnie richt zich op een hogere reductie in 2030, zodat tegenvallers er niet direct toe leiden dat we het minimale doel niet halen. Vermindering van uitstoot in eigen land mag niet leiden tot hogere uitstoot elders. Daarom wordt bij klimaatbeleid zoveel mogelijk ingezet op een Europees gelijk speelveld, met zo min mogelijk weglek. We normeren verstandig, maken gerichte afspraken met (top)sectoren en subsidiëren innovatie, zoals via schoon- en emissieloos bouwen. In het Klimaatfonds trekken we extra geld uit voor energie-infrastructuur, zoals elektriciteits- en wartmenetten, isolatie van huizen en verduurzaming van de industrie, zodat Nederland een sterke en schone industriële sector behoudt."
"Om grote uitstoters te verduurzamen, steunen we het Europese plan om versneld de uitstootrechten voor broeikasgassen in het emissiehandelssysteem in 2040 naar nul af te bouwen. We blijven werk maken van maatwerkafspraken met grote, strategische bedrijven en sectoren. Bedrijven die een plan hebben om volledig te verduurzamen, krijgen steun. De nationale CO2-heffing blijft als instrument bestaan, maar zetten we voor bedrijven waar de overheid in gebreke blijft op nul. Het doel van de heffing is niet om geld op te halen. Mochten er opbrengsten zijn, dan komen die ten goede aan de industrie om de overstap van fossiele naar duurzame productiemethoden te realiseren. We maken in Europees verband werk van het normeren van de vraag, zodat er ook Europese markten zijn voor de duurzaam (en circulair) geproduceerde producten. We stimuleren waterstofinnovatie, om duurzaam opgewekte energie ook te kunnen gebruiken. Naast eigen productie en opslag in Nederland richten we ons op de import van groene waterstof uit landen waar meer ruimte is voor duurzame energieopwekking."
"Het veranderende klimaat vraagt om doortastend beleid. We nemen onze verantwoordelijkheid om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, en maken Nederland weerbaar tegen extreme weersomstandigheden. Tegelijkertijd kiezen we voor een ruimtelijke ordening waarin water en bodem sturend zijn. Zo gaan we verstandig om met de ruimte die we hebben en is er toekomst voor natuur, landbouw, wonen en energie."
"Biomassa zetten we gericht in op hoogwaardige toepassingen, zoals via bijmenging in de luchtvaartsector en groen gas in het aardgasnetwerk. Er komt op den duur een einde aan het verbranden van biomassa. We stimuleren de ontwikkeling van aardwarmte als duurzaam en lokaal alternatief voor aardgas, om huizen, gebouwen en kassen mee te verwarmen. Onder strikte voorwaarden blijft het voor de middellange termijn mogelijk om in de Noordzee (niet onder de Waddenzee) gas te winnen."