De regering moet garanderen dat duurzame koplopers niet benadeeld worden als de CO2-heffing verdwijnt. De huidige compensatie voor elektriciteitskorting helpt namelijk vooral vervuilende bedrijven. Hierdoor verliezen innovatieve bedrijven hun verdiende voordeel.
Motie van het lid Teunissen over garanderen dat koplopers niet de dupe worden van het afschaffen van de CO2-heffing
De kamer,
constaterende dat enkel het compenseren van de elektriciteitskorting
vervuilende en trage bedrijven onevenredig helpt en koplopers hun
verdiende voordeel ontneemt;
verzoekt de regering te garanderen dat deze koplopers niet de dupe
worden van het afschaffen van de CO2-heffing.
Argumenten voor: De partij streeft ernaar dat grote vervuilers een eerlijke bijdrage leveren volgens het principe dat de vervuiler betaalt [2]. Daarnaast wordt de CO2-heffing specifiek genoemd als een middel om een extra stimulans te geven om te verduurzamen [1].
Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma bevat geen argumenten die de motie tegenstrijdig zijn.
Bronnen:
"Grote vervuilers gaan eerlijker bijdragen. Bedrijven in de commerciële sector die veel energie verbruiken, gaan relatief méér energiebelasting en opslag voor duurzame energie betalen. Met een CO2-heffing voor de grootste vervuilers geven we een extra stimulans om te verduurzamen."
"Op fiscaal gebied kan dekking worden gerealiseerd door een eerlijkere bijdrage uit de winsten van grote bedrijven en van de superrijken. Wij verhogen daarom de winstbelasting voor grote bedrijven en schaffen ondoelmatige belastingvoordelen die de ongelijkheid vergroten af. Binnen de inkomstenbelasting zorgen wij voor een rechtvaardigere verdeling door van superrijken een eerlijke bijdrage te vragen. Deze eerlijke bijdrage vragen wij ook van zeer grote vermogens. De grote vervuilende bedrijven moeten ook hun eerlijke deel bijdragen, volgens het principe dat de vervuiler betaalt. Aanvullende dekking kan worden gevonden door een doelmatigheidsslag binnen de overheid en het anders inzetten van bestaande fondsen. Tot slot heeft bij optredende begrotingstekorten het altijd eerst de voorkeur om in te zetten op een doelmatigere overheid, waarbij de uitgaven voor de sociale zekerheid, de zorg en het onderwijs worden ontzien en altijd op peil blijven."