Steun voor zorgzame buurten en welzijnswerk

De regering moet gemeenten ondersteunen bij het ontwikkelen van zorgzame buurten en voorzorgcirkels. Welzijnswerk is essentieel om deze lokale initiatieven te laten slagen.

Motie van het lid Van Brenk over gemeenten ondersteunen en faciliteren bij initiatieven rondom zorgzame buurten en voorzorgcirkels

De kamer, overwegende dat zorgzame buurten niet uit zichzelf ontstaan; overwegende dat welzijnswerk een belangrijke rol speelt bij het ondersteunen van lokale initiatieven; overwegende dat voor 2027 40 miljoen is vrijgemaakt voor zorgzame wijken en buurten; overwegende dat er 342 gemeenten zijn; verzoekt de regering waar nodig en mogelijk gemeenten te ondersteunen en te faciliteren bij het nader ontwikkelen van initiatieven rondom zorgzame buurten en voorzorgcirkels, en daarbij veel aandacht te hebben voor de rol van het welzijnswerk.
23 september | 50PLUS |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (erg zeker, 95%)

Argumenten voor: De partij vindt dat de overheid samenleven in gemeenschappen niet van bovenaf moet organiseren, maar juist ruimte moet geven, moet aanmoedigen en moet ondersteunen [1]. Zij zetten zich in voor de leefbaarheid van buurten en sociale samenhang [3] en willen dat zorg dichtbij mensen wordt georganiseerd [4]. Daarnaast pleiten zij ervoor dat het Rijk gemeenten ruimte, vertrouwen en voldoende financiële middelen geeft om hun werk te kunnen doen [2].

Argumenten tegen:

Bronnen:

  1. "Want samenleven gebeurt niet in systemen, maar in gemeenschappen: in straten, buurten, families, kerken en sportverenigingen. Nederland heeft een rijke traditie van vrijwilligerswerk, mantelzorg en onderlinge betrokkenheid. Juist in regio's waar de onderlinge verbondenheid sterk is, zijn mensen minder eenzaam en gelukkiger. De overheid kan dit niet van bovenaf organiseren, maar moet wel ruimte geven, aanmoedigen en ondersteunen."
  2. "De Rijksoverheid moet recht doen aan gemeenten als eerste overheid. Van alle overheden krijgen burgers vaak het meest te maken met de eigen gemeente, van de wieg tot het graf. Het Rijk geeft gemeenten daarom ruimte, vertrouwen en voldoende geld om hun werk te kunnen doen. De Rijksoverheid stopt met het overhevelen van taken aan gemeenten zonder toereikend budget en herstelt waar dit de afgelopen jaren is misgegaan: geen taken zonder knaken. Gemeenten worden beter gefinancierd zodat ze ruimte hebben voor eigen beleid."
  3. "Voor de ChristenUnie is leefbaarheid geen bijzaak, maar een kwestie van goed bestuur. Ieder mens, of je nu in de stad woont of in een krimpregio, verdient een veilige, schone en mooie omgeving om te wonen, werken en op te groeien. Toch staat die leefbaarheid in veel dorpen en wijken onder druk door het verdwijnen van voorzieningen, zoals bushaltes, bibliotheken en winkels. Verschillen in gezondheid, veiligheid en toekomstkansen nemen hierdoor toe. Dat accepteren we niet. Daarom zetten we het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV) voort. We zien dat dit programma effect heeft in wijken als Amsterdam Zuid-Oost, Delft-West en Dordrecht-West. We breiden dit programma uit naar regio's die nu nog buiten de boot vallen, zoals Zeeuws-Vlaanderen, de Veenkoloniën, Twente en zogenaamde New Towns (voormalige groeikernen zoals Zoetermeer). We zetten in op een integrale versterking van de leefbaarheid door verouderde wijken te vernieuwen, sociale samenhang te bevorderen en kansen voor jongeren te vergroten. We bundelen het geld in één krachtig en meerjarig budget, zodat gemeenten gericht en langdurig kunnen investeren. We leren van de ervaringen van de New Towns en passen die toe bij nieuw te bouwen wijken."
  4. "Wij willen zorg dichtbij mensen. Veel zorg is (gelukkig) informeel en nabij: buurtbewoners die boodschappen doen voor een oudere met beginnende dementie of een groep vrijwilligers die een vervuild huis schoonmaken. Ook formele zorg moet dichtbij georganiseerd zijn. Een huisarts die zijn patiënten kent, betrokken is en goed helpt of verwijst. De wijkverpleegkundige die regelmatig langskomt en naast de zorgtaken ook tijd heeft voor een praatje. De jongen met een beperking die samen met andere kinderen kan spelen in de speeltuin. De psycholoog die in de wijk samenwerkt met andere hulpverleners."