Zorg en kerken in Caribisch Nederland

De Minister moet de samenwerking tussen de openbare lichamen en kerken in Caribisch Nederland verbeteren. Kerken spelen namelijk een belangrijke rol bij het verlenen van zorg en ondersteuning in de regio.

Motie van het lid Diederik van Dijk over de samenwerking tussen openbare lichamen en kerken ten aanzien van zorg en ondersteuning versterken

De kamer, overwegende dat de regering een belangrijke rol ziet weggelegd voor de lokale gemeenschap bij de vormgeving van zorg en ondersteuning in Caribisch Nederland; constaterende dat de kerken in Caribisch Nederland een belangrijke rol vervullen als het gaat om het verlenen van zorg en ondersteuning; verzoekt de Minister te bezien hoe de samenwerking tussen de openbare lichamen en de kerken ten aanzien van zorg en ondersteuning versterkt kan worden, met volledig respect voor de onderscheiden rollen, en de Kamer hierover te informeren.
23 september | SGP | Aangenomen: 144–6 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (erg zeker, 95%)

Argumenten voor: De partij ziet kerken en geloofsgemeenschappen als volwaardige partners van de overheid [1]. Zij willen dat de rol van kerken en maatschappelijke organisaties beter verankerd wordt in het beleid [2] en dat de overheid de samenwerking tussen formele en informele zorg faciliteert [4]. De partij wil dat de overheid ruimte geeft en ondersteunt aan gemeenschappen in plaats van deze te beperken met regelgeving [5][3], en steunt het maken van afspraken tussen gemeenten en kerken over zorg en ondersteuning [6].

Argumenten tegen: Het programma bevat geen argumenten tegen het versterken van de samenwerking tussen de overheid en kerken.

Bronnen:

  1. "Kerken en geloofsgemeenschappen zijn volwaardige partners van de overheid. Ze spelen een cruciale rol in het ondersteunen van mensen in armoede en het voorkomen van eenzaamheid en sociale uitsluiting, juist op plekken waar de overheid vaak geen rol heeft. De overheid voert regelmatig overleg met kerken en andere geloofsgemeenschappen. Daarbij is aandacht voor praktische belemmeringen zoals huisvesting. Nu is de overheid hier vaak (soms vanuit religieus analfabetisme, soms vanwege gebrek aan samenlevingsvisie) een sta-in-deweg, terwijl het haar taak is om mee te denken. Bij woningbouwprojecten moet vanaf het begin ruimte worden gereserveerd voor ontmoeting: kerken, buurthuizen, verenigingsgebouwen en maatschappelijk vastgoed zoals huisarts- en hulpverleningspraktijken. Deze voorzieningen zijn essentieel voor een sterke samenleving."
  2. "Kerken zijn al eeuwen actief om armoede te bestrijden. In plaats van hun rol te bemoeilijken geven we ruim baan aan kerken en maatschappelijke organisaties (zoals voedselbanken en Schuldhulpmaatje). Hun rol wordt beter verankerd in het beleid en er komt een duidelijkere rolverdeling tussen de overheid en vrijwilligers."
  3. "Mensen zijn geschapen om met elkaar te leven. Dat gebeurt in de eerste plaats in het gezin en familie, maar ook in buurt, wijk en dorp. We willen meer ruimte geven aan mensen die de handen ineenslaan en samen zorg dragen voor elkaar of met elkaar het verenigingsleven laten bloeien. De overheid moet dit stimuleren en ruimte geven, in plaats van in de kiem te smoren met onnodig veel regelgeving. De ChristenUnie zet zich in voor wijken waar mensen elkaar ontmoeten en ondersteunen. We investeren in leefbare buurten, goede voorzieningen en verbondenheid tussen stad en regio."
  4. "De overheid kan deze onderlinge betrokkenheid stimuleren en ondersteunen, als aanvulling op goede, toegankelijke zorg. De overheid faciliteert een goede samenwerking tussen formele en informele zorg. Hierdoor krijgen mensen passende zorg en ondersteuning op een manier die toegankelijk, warm en op de lange termijn betaalbaar is."
  5. "Want samenleven gebeurt niet in systemen, maar in gemeenschappen: in straten, buurten, families, kerken en sportverenigingen. Nederland heeft een rijke traditie van vrijwilligerswerk, mantelzorg en onderlinge betrokkenheid. Juist in regio's waar de onderlinge verbondenheid sterk is, zijn mensen minder eenzaam en gelukkiger. De overheid kan dit niet van bovenaf organiseren, maar moet wel ruimte geven, aanmoedigen en ondersteunen."
  6. "Geclusterd wonen van ouderen met een (beginnende) zorgvraag gebeurt nog op te kleine schaal. Daarom maakt elke gemeente afspraken met zorg- en welzijnsorganisaties, kerken, woningcorporaties en verenigingen over huisvesting, zinvolle dagbesteding, bestrijding van eenzaamheid en de invulling van zorg en ondersteuning. Deze afspraken gaan ook over gezamenlijke zorgfinanciering en de bouw van geclusterde woningen waar verpleeghuiszorg thuis geleverd kan worden. Gemeenten krijgen meer beleidsruimte om echt regie te kunnen nemen."