De regering moet ervoor zorgen dat draagmoeders die hun besluit om een kind af te staan veranderen, toegang krijgen tot juridische en psychosociale hulp. Contracten mogen namelijk nooit leiden tot dwang of de scheiding tussen moeder en kind. Het belang van het kind staat hierbij voorop.
Motie van de leden Diederik van Dijk en Bikker over waarborgen dat contractuele afspraken waar draagmoeders op terugkomen nooit mogen leiden tot feitelijke dwang of scheiding van moeder en kind
De kamer,
constaterende dat uit jurisprudentie blijkt dat voorafgaande contractuele
instemming met het afstaan van een kind niet zelden leidt tot situaties
waarin een draagmoeder gedurende de zwangerschap of na de geboorte
op haar beslissing terugkomt;
overwegende dat bij beslissingen over de scheiding van moeder en kind
het belang van het kind en het recht op eerbiediging van het gezinsleven
zwaarwegend zijn;
verzoekt de regering te waarborgen dat draagmoeders die terugkomen op
eerdere afspraken over het afstaan van hun kind, toegang hebben tot
onafhankelijke juridische en psychosociale ondersteuning en dat
contractuele afspraken nooit mogen leiden tot feitelijke dwang of
scheiding van moeder en kind.