De regering moet de stichting NMSG'95 ondersteunen bij het maken van een blijvend monument voor de genocide in Srebrenica. Dit monument is nodig om de slachtoffers van de genocide te herdenken.
Motie van het lid Van Baarle over organisatorische en financiële ondersteuning van de stichting Nationaal Monument Srebrenica Genocide '95
De kamer,
constaterende dat de stichting Nationaal Monument Srebrenica Genocide
«95 (NMSG’95) een ontwerpwedstrijd wil organiseren voor de totstandkoming van een permanent monument ter herdenking van de genocide in
Srebrenica;
verzoekt de regering om in overleg met de stichting Nationaal Monument
Srebrenica Genocide «95 te bezien of de rijksoverheid de stichting in de
totstandkoming van het ontwerp organisatorisch en financieel kan
ondersteunen, waarbij de behoefte van de stichting leidend is.
Argumenten voor: De partij wil dat er vaart wordt gezet achter het oprichten van een nationaal monument ter herdenking van de genocide in Srebrenica als een blijvende plek voor reflectie en erkenning [1]. Ook ziet de partij een belangrijke verbintenis en historische verantwoordelijkheid van Nederland richting Bosnië en Herzegovina, waarbij zij de steun aan de nabestaanden van de slachtoffers willen vergroten [3][2].
Argumenten tegen: Het programma bevat geen argumenten tegen de oprichting van een monument of tegen financiële steun aan de stichting.
Bronnen:
"Er wordt vaart gezet achter het oprichten van een nationaal monument ter herdenking van de genocide in Srebrenica, als blijvende plek van reflectie en erkenning voor de slachtoffers en de Bosnische gemeenschap. Het gebouw van het voormalig Joegoslaviëtribunaal wordt behouden en ingezet voor educatie en bewustwording."
"Gezien de bijzondere historische verantwoordelijkheid van Nederland, vergroten we de steun aan de nabestaanden van de slachtoffers in de gemeenschappen in Srebrenica en omgeving en gaan we actiever helpen bij het vinden van de vermisten."
"Nederland heeft vanwege de geschiedenis een belangrijke verbintenis met Bosnië en Herzegovina. Vanuit de verantwoordelijkheid die daaruit voortkomt, stelt DENK de volgende maatregelen voor:"