De regering moet in het Natuurplan vastleggen dat er geen nieuwe grote ontpolderingen (land teruggeven aan de natuur) mogen plaatsvinden in de Westerschelde. Eerdere ontpolderingen zorgden namelijk voor verlies van vruchtbare landbouwgrond. Het herstel van de natuur moet daarom buitendijks, dus buiten de dijken, gebeuren.
Motie van de leden Diederik van Dijk en Flach over in het definitieve Natuurplan opnemen dat er geen sprake kan zijn van nieuwe ingrijpende ontpolderingen in het Westerscheldegebied
De kamer,
constaterende dat het ontwerpNatuurplan aangeeft dat de toestand van
honderden vierkante kilometers wetlands aan de kust in 2030 en daarna
hersteld moet worden;
overwegende dat deze opgave met name betrekking heeft op de estuariene natuur in de Westerschelde, waar eerder al ingrijpende ontpolderingen ten koste van vruchtbare landbouwgrond hebben plaatsgevonden;
verzoekt de regering in het definitieve Natuurplan als uitgangspunt op te
nemen dat na eerdere ontpolderingen in het Westerscheldegebied geen
sprake kan zijn van nieuwe ingrijpende ontpolderingen en dat herstel
buitendijks gerealiseerd moet worden.