De regering moet landelijk onderzoek laten doen naar de link tussen religie en hoe jongeren denken over lhbti-personen. Dit is nodig om te begrijpen waarom de acceptatie onder jongeren afneemt, zodat de regering gericht beleid kan maken.
Motie van het lid Clemminck over een representatief vervolgonderzoek naar de samenhang tussen religieuze achtergrond en lhbti-opvattingen onder jongeren
De kamer,
constaterende dat uit het HBSC-onderzoek van de Universiteit Utrecht en
het Trimbos-instituut blijkt dat de positieve houding tegenover homoseksualiteit tussen 2021 en 2025 sterk is afgenomen onder jongeren;
constaterende dat het HBSC-onderzoek niet kijkt naar de rol van religie bij
deze ontwikkeling;
constaterende dat een ander recent onderzoek van de UvA naar lhbtiopvattingen onder jongeren wel verschillen naar godsdienst vindt, maar
dat dit is onderzocht in een beperkte, niet volledig representatieve dataset;
constaterende dat het CBS uitgebreide statistieken bijhoudt over de
religieuze betrokkenheid van de Nederlandse bevolking;
overwegende dat de grotere UvA-dataset van ruim 30.000 jongeren geen
gegevens over godsdienst bevat en daardoor niet naar religie kan worden
uitgesplitst;
overwegende dat inzicht in de oorzaken van de afnemende homoacceptatie noodzakelijk is voor gericht beleid;
verzoekt de regering landelijk representatief vervolgonderzoek te laten
uitvoeren naar de samenhang tussen religieuze achtergrond en lhbtiopvattingen onder jongeren, en de Kamer hierover te informeren.