Doelstelling inclusief onderwijs herzien

De regering moet de 2035-doelstelling voor inclusief onderwijs herzien. Het verminderen van leerlingen in het speciaal onderwijs is onhaalbaar door het lerarentekort en de hoge werkdruk. De regering moet eerst een plan maken voor de versterking van het speciaal onderwijs en de ondersteuning op reguliere scholen. Kinderen hebben de rust en expertise van het speciaal onderwijs juist nodig.

Motie van het lid Boomsma over 2035 loslaten als streefdatum voor het realiseren van inclusief onderwijs en eerst een plan voor een dekkend netwerk van speciaal onderwijs opstellen

De kamer, constaterende dat het huidige beleid als toekomstbeeld formuleert dat in 2035 alle kinderen toegang hebben tot een «inclusieve leeromgeving», waarbij «een flink deel van de kinderen die op dit moment gespecialiseerd onderwijs op een aparte locatie volgen naar een school in de buurt kan»; overwegende dat het aantal kinderen in de jeugdzorg en het speciaal basisonderwijs de afgelopen jaren juist is toegenomen en 70.000 kinderen thuiszitten; overwegende dat leraren en schoolleiders alarm slaan over de onhaalbaarheid van deze ambitie, onder meer vanwege de hoge werkdruk, de grote klassen, het lerarentekort en het gebrek aan ondersteuning; overwegende dat voor veel kinderen rust, structuur, expertise en kleinschaligheid van het (voortgezet) speciaal onderwijs essentieel zijn voor hun ontwikkeling en welzijn; verzoekt de regering 2035 niet te presenteren als ambitie of doel dat moet worden gehaald voor het realiseren van inclusief onderwijs, met een grote vermindering van het aantal kinderen op speciaal onderwijs; verzoekt de regering tevens eerst een gedegen plan te presenteren voor het behoud en de versterking van een realistisch en dekkend netwerk van speciaal (basis)onderwijs en voortgezet onderwijs, en goede randvoorwaarden voor ondersteuning op reguliere scholen.
30 september | JA21 |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma D66

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 75%)

Argumenten voor: De partij wil dat kinderen zoveel mogelijk samen naar school kunnen gaan [1]. Hiervoor zijn voldoende leraren, ondersteuners, kennis en ruimte nodig [1]. De partij stelt dat veel onderwijsproblemen kunnen worden opgelost als scholen de benodigde ruimte, tijd en geld krijgen [2] en investeert in programma's om onderwijsachterstanden aan te pakken [3].

Argumenten tegen: De partij streeft naar een inclusieve leeromgeving waarbij kinderen zoveel mogelijk samen naar school gaan [1], wat nauw verbonden is met de ambitie voor inclusief onderwijs.

Bronnen:

  1. "D66 wil dat kinderen zoveel mogelijk samen naar school kunnen gaan. Onderwijs moet voor ieder kind passend zijn. Dat vraagt om genoeg leraren, ondersteuners, kennis en ruimte. Daar wil D66 sneller voor zorgen."
  2. "Geen kind ontwikkelt hetzelfde. Niet alles wat anders is, is een zorgvraag. Veel kan op school worden opgelost als scholen hiervoor de ruimte, tijd en geld krijgen. D66 wil scholen die ruimte geven."
  3. "We investeren in gelijke kansen op school. Daarom herstellen we het budget om onderwijsachterstanden aan te pakken. Dat is belangrijk voor programma's zoals de brede brugklas en de hulp voor kwetsbare leerlingen in het voortgezet onderwijs."