Startrekening voor pasgeboren kinderen

De regering moet onderzoeken of er een startrekening voor pasgeboren kinderen moet komen. Hiermee kunnen mensen al vroeg vermogen opbouwen en leren beleggen voor de lange termijn.

Motie van de leden Inge van Dijk en Grinwis over een verkenning naar een startrekening voor pasgeborenen in Nederland

De kamer, overwegende dat het wenselijk is dat mensen de kans krijgen om vermogen op te bouwen en al vroeg kennis te maken met beleggen voor de lange termijn; overwegende dat een startrekening voor kinderen daaraan mogelijk kan bijdragen, maar er nog vragen bestaan over onder meer de kosten, uitvoering, fiscale behandeling en waarborgen; verzoekt de regering te verkennen wat ervoor nodig is om een startrekening voor pasgeboren kinderen in Nederland mogelijk te maken, waarbij een startbedrag gedurende de jeugd kan worden aangevuld en langjarig kan worden belegd, en daarbij in ieder geval de budgettaire gevolgen, uitvoering, fiscale aspecten en beleggingswaarborgen in beeld te brengen; verzoekt de regering de Kamer hierover voor de zomer van 2027 te informeren.
1 oktober | CDA, CU |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma PvdD

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij wil kinderen en gezinnen vroegtijdig ondersteunen om problemen te voorkomen [3] en vindt dat beleid getoetst moet worden op de impact voor toekomstige generaties [2]. Daarnaast is er behoefte om te onderzoeken hoe er een ontwikkelbudget voor iedere Nederlander beschikbaar kan worden gesteld [1].

Argumenten tegen: Het programma bevat geen argumenten die een onderzoek naar een startrekening voor kinderen zouden tegengaan.

Bronnen:

  1. "Er wordt onderzocht op welke manier er een ontwikkelbudget voor iedere Nederlander beschikbaar kan worden gesteld."
  2. "Kinderen hebben recht op een stem in beleid dat hen raakt. We borgen structurele en betekenisvolle jeugdparticipatie op lokaal, regionaal en landelijk niveau. Beleid wordt standaard getoetst op de impact voor kinderen en toekomstige generaties."
  3. "Kinderen, gezinnen en scholen krijgen op een eerder moment ondersteuning om erger te voorkomen. Hiervoor komt extra geld beschikbaar. Verschillen tussen gemeenten in aanbod en kwaliteit van jeugdhulp zijn onaanvaardbaar. We zorgen dat elke gemeente voldoende middelen heeft voor een goed en gelijkwaardig georganiseerde lokale en bovenregionale jeugdzorg. De leeftijdsgrens gaat naar 21 jaar en de jeugdhulp wordt vanaf 18 jaar geleidelijk afgebouwd. Zorg wordt lokaal aangeboden waar dat kan en (boven)regionaal waar dat moet."