De regering moet dit jaar een testgebied boven de Noordzee beschikbaar maken voor onbemande vluchten. Dit is nodig voor vluchten die verder gaan dan het zichtveld van de bestuurder (BVLOS). Zo kan Defensie het doel halen om binnen vijf jaar meer dan de helft van de taken met onbemande systemen uit te voeren.
Motie van de leden Jagtenberg en Diederik van Dijk over nog dit jaar een operationeel testgebied boven de Noordzee voor BVLOS-vluchten mogelijk maken
De kamer,
constaterende dat Defensie in de Defensienota de ambitie heeft uitgesproken om binnen vijf jaar meer dan de helft van de operationele
effecten met behulp van onbemande systemen te realiseren;
constaterende dat het veilig en op schaal kunnen testen van onbemande
systemen, waaronder «beyond visual line of sight»-vluchten, noodzakelijk
is om deze ambitie te kunnen realiseren;
overwegende dat vorig jaar de alliantie BVLOS-testgebied boven de
Noordzee is ondertekend, maar dat het nog niet operationeel is;
verzoekt de regering om nog dit jaar een operationeel testgebied boven
de Noordzee voor BVLOS-vluchten mogelijk te maken, en de Kamer
uiterlijk begin 2027 te informeren over de inrichting, beschikbare
capaciteit en voorwaarden voor het gebruik daarvan.
Argumenten voor: De partij wil fors investeren in defensie om te voldoen aan de NAVO-normen [1] en zet in op hoogtechnologische capaciteiten [3]. Bovendien linkt de partij de groei van het defensiebudget aan onderzoek, ontwikkeling en de groei van de defensie-industrie [5], en benadrukt het belang van de veiligheid op de Noordzee [4].
Argumenten tegen: De partij signaleert dat de inzet van autonome wapensystemen grote morele vragen oproept [2] en pleit voor internationale regulering met betrekking tot de ontwikkeling en inzet van dergelijke systemen [2].
Bronnen:
"We investeren de komende jaren fors in defensie om te kunnen voldoen aan de NAVO-norm om in 2035 3,5% van ons BBP uit te geven aan defensie en daarnaast 1,5% aan bijvoorbeeld infrastructuur die ook defensie ten goede komt. Naast financiële ruimte is er fors meer fysieke ruimte nodig om te kunnen uitbreiden en om meer op Nederlands grondgebied te kunnen oefenen. De uitbreiding van kazernes en oefenterreinen gebeurt altijd in afstemming met lokale overheden. Er wordt zo veel mogelijk rekening gehouden met lokale wensen, bijvoorbeeld als het gaat om infrastructuur. Bij nieuwe kazernes kijken we met nadruk naar gebieden waar deze ook een bijdrage kunnen leveren aan economische ontwikkeling en werkgelegenheid."
"Veiligheid wordt niet slechts bereikt met militaire middelen. Internationale inzet van de krijgsmacht is onderdeel van een doordachte integrale benadering, in nauwe samenwerking met de inzet van diplomatie, ontwikkelingssamenwerking en de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, gericht op een lange termijn commitment, (weder) opbouw, conflictpreventie en civiel-militaire samenwerking. Dit is een extra reden voor ontwikkelingssamenwerking en daarom keren we terug naar de internationale norm om hier 0,7% van het bruto nationaal inkomen aan uit te geven. We zien in gewapende conflicten steeds vaker inzet van (deels) autonome wapensystemen. Dat stelt ons voor grote morele vragen. We willen internationale regulering met betrekking tot de vraag of en onder welke voorwaarden autonome wapensystemen kunnen worden ontwikkeld en ingezet."
"De basisgereedheid van onze krijgsmacht moet op orde zijn, zodat de krijgsmacht aan de hoofdtaken kan blijven voldoen. Daarbij moet prioriteit liggen bij het verdedigen van het grond gebied van Nederland en bondgenoten. Verder moet de krijgsmacht in staat blijven nationale bijstand te verlenen bij rampen en crises (zoals langdurige stroomuitval of watersnood). Ook investeren we in luchtverdediging en veilige communicatie, en zorgen we ervoor dat eenheden van de krijgsmacht in staat zijn gevechtstaken uit te voeren en zich hierop voor te bereiden. Daarnaast zet Nederland in op hoogtechnologische capaciteiten, om te kunnen optreden tegen dreigingen vanuit het cyberdomein en hybride dreigingen. Hiermee beschikt onze krijgsmacht over unieke capaciteiten die het verschil maken bij bondgenootschappelijk optreden."
"Nederland moet zich goed beschermen tegen spionage, diefstal van militaire technologie, ontwrichting door desinformatie en het hacken van wapensystemen en vitale infrastructuur (zoals een waterkering). Nederland is goed in cyberveiligheid en dat willen we zo houden. Extra geld voor defensie gebruiken we daarom ook voor het verbeteren van cyberveiligheid. De veiligheid op de Noordzee staat onder druk. Er komt een strategie om met bondgenoten de vitale onderdelen van de infrastructuur, zoals zeekabels, te beschermen. We werken daarbij nauw samen met bondgenoten aan de Oostzee die soortgelijke ervaringen hebben."
"De forse uitbreiding van het defensiebudget gaat waar mogelijk gepaard gaan met de groei van de Nederlandse defensie-industrie en met onderzoek en ontwikkeling, zodat investeringen vanuit belastinggeld voor een deel terugkeren in de vorm van economische groei, innovaties"