De regering moet de Wet internationaal verantwoord ondernemen (Wivo) precies volgens de Europese CSDDD-richtlijn uitvoeren. De regels mogen namelijk niet strenger zijn dan deze Europese regels.
Motie van het lid Hoogeveen over in de Wivo geen verplichtingen opnemen die verder gaan dan de CSDDD vereist
De kamer,
constaterende dat het kabinet heeft toegezegd de CSDDD via de Wet
internationaal verantwoord ondernemen zuiver en lastenluw te
implementeren;
overwegende dat er zorgen bestaan dat de Nederlandse uitwerking op
onderdelen verder kan gaan dan de Europese richtlijn vereist;
verzoekt de regering om bij de verdere uitwerking van de Wivo geen
verplichtingen op te nemen die verder gaan dan de CSDDD vereist.
Argumenten voor: De partij stelt expliciet dat er geen "nationale koppen" mogen komen op Europees beleid die leiden tot zwaardere verplichtingen dan de EU voorschrijft [3]. Daarnaast wil de partij voorkomen dat Europese regels nationaal worden verzwaard, omdat dit de concurrentiekracht van Nederland aantast [4][6]. Er is bovendien een algemene wens voor minder regelgeving en een rem op onuitvoerbare richtlijnen om de regeldruk te beperken [1][2].
Argumenten tegen: Het programma bevat geen argumenten die pleiten voor het opleggen van zwaardere nationale regels dan de Europese richtlijn vereist; de focus ligt juist op het beperken van regeldruk [2][5].
Bronnen:
"Minder regelgeving. De regelgeving op nationaal niveau moet drastisch verminderen en worden getoetst op de impact op ons concurrentievermogen."
"Rem op onuitvoerbare verduurzaming. BBB wil een rem op de verstikkende en onuitvoerbare EU-richtlijnen ten aanzien van verduurzaming (zoals bijhouden van CO2-administratie en plastictax) en andere regelgeving. De voorgestelde Omnibus-vereenvoudigingen inzake de doorgeschoten regels over duurzaamheid gaan BBB niet ver genoeg."
"Geen nationale koppen. Nederland maakt keuzes die in het belang van Nederland zijn. Er mogen geen nationale koppen komen op Europees beleid waarmee we ons zwaardere verplichtingen opleggen dan de EU voorschrijft."
"De concurrentiekracht van Nederland neemt af door extra regelgeving, hoge lasten en een gebrek aan economisch strategisch beleid. Europese regels worden vaak vergaand doorvertaald en nationaal verzwaard. We zetten in op een economie die past bij de kracht van Nederland: slimme landbouw, technische innovatie, hoogwaardige productie en sterke regio's. Economisch beleid moet gericht zijn op versterking van ons concurrentie- en verdienvermogen."
"Beperking van de verplichtingen vanuit de Wet ter voorkoming van witwassen (Wwft) tot de strikt noodzakelijke wettelijke taken."
"Ook bij de invoering van eventuele nieuwe fiscale milieumaatregelen is het voor ons belangrijk dat onze Nederlandse bedrijven daardoor niet in een nadelige concurrentiepositie komen in vergelijking met hun buitenlandse concurrenten."