De regering moet pro-Palestinademonstraties niet beperken. Het verbieden van acties zoals sit-ins, leuzen of demonstraties op specifieke data belemmert de vrijheid om te demonstreren voor de Palestijnse zaak.
Motie van het lid Van Baarle over pro-Palestinademonstraties niet beknotten
De kamer,
overwegende dat er voorstellen worden gedaan zoals het verbieden van
sit-ins, leuzen, demonstreren op bepaalde data en nog meer, wat
neerkomt op het beknotten van pro-Palestinademonstraties;
verzoekt de regering om pro-Palestinademonstraties niet te beknotten.
Argumenten voor: De partij ziet het grondrecht om te demonstreren als een groot goed [1]. Daarnaast beschouwt de partij de vrijheid van meningsuiting als een belangrijke pijler van de samenleving die niet aangetast mag worden [2].
Argumenten tegen: De partij stelt dat de voorwaarden om te kunnen demonstreren waar nodig aangescherpt moeten worden om de orde te handhaven [1]. Daarnaast wil de partij de invloed van ongewenste geldstromen uit onvrije landen beperken [3] en de rol van extremistische organisaties uitsluiten [4].
Bronnen:
"Het grondrecht om te demonstreren is een groot goed. Het merendeel van de demonstraties verloopt vreedzaam, maar acties die de orde buitensporig verstoren of de rechten en vrijheden van andere mensen ernstig beperken, zijn in opkomst. Om dit gerichter aan te kunnen pakken, moeten de voorwaarden om te kunnen demonstreren waar nodig aangescherpt. Onderdeel daarvan is het verbod op gezichtsbedekkende kleding en het zo mogelijk verhalen van schade op de organisatoren. Daarnaast moet intimidatie en het op andere manier verhinderen van vreedzame bijeenkomsten worden tegengegaan door misbruik van het beginsel van zicht- en gehoorsafstand aan te pakken."
"De vrijheid van godsdienst, vereniging, onderwijs en meningsuiting zijn belangrijke pijlers van de manier waarop we samenleven. Die mogen niet worden aangetast. Deze vrijheden gelden voor iedereen, juist ook voor minderheden. De gedachte dat vrijheid alleen geldt als je dingen doet of zegt die passen bij de opvatting van de meerderheid is een bedreiging van deze grondrechten."
"De Parlementaire ondervragingscommissie ongewenste beïnvloeding uit onvrije landen (POCOB) heeft verontrustende conclusies gepresenteerd. Uit het onderzoek blijkt dat bepaalde islamitische landen met geldstromen invloed uitoefenen in onder meer moskeeën en informeel islamonderwijs. Om dit tegen te gaan leggen we geldstromen uit onvrije landen aan banden. We streven er naar organisaties die dergelijke invloed uitoefenen te verbieden. Vaak zijn deze organisaties in andere landen om deze reden al verboden. Landen die onvrijheid of terrorisme subsidiëren worden gesanctioneerd. Hierin telt de dreigingsappreciatie van de NCTV zwaar mee. De Nederlandse regering stuurt geen afvaardiging naar sportevenementen in dergelijke landen."
"We moeten ook nadenken over de fase na een wapenstilstand. Er moet een economisch plan en pakket komen voor Gaza. Het gebied moet sociaaleconomisch perspectief krijgen. We moeten investeren in een toekomst, zodat het zaad voor een volgende oorlog niet in vruchtbare bodem valt. En extremistische organisaties mogen geen rol hebben in de uitvoering van dit plan."