De regering moet in 2027 een opleiding tot cyberofficier starten bij de Nederlandse Defensie Academie in Breda. Deze opleiding moet ook openstaan voor internationale bondgenoten. Dit is nodig omdat cyberdreigingen toenemen en digitale capaciteiten steeds belangrijker worden in moderne oorlogsvoering.
Motie van het lid Van Lanschot c.s. over in 2027 een volwaardige opleiding tot cyberofficier oprichten aan de Nederlandse Defensie Academie in Breda
De kamer,
constaterende dat cyberdreigingen tegen Nederland en onze bondgenoten toenemen;
overwegende dat defensieve en offensieve cybercapaciteiten in het
moderne gevecht doorslaggevend kunnen zijn;
constaterende dat verdere professionalisering en internationale samenwerking op het gebied van cyberdefensie noodzakelijk is;
overwegende dat de gemeente Breda de Koninklijke Militaire Academie
huisvest, een sterke focus heeft op toegepaste technologie, IT en data, en
ondersteund wordt door het Brabant House of Cyber;
verzoekt de regering om in 2027 een volwaardige opleiding tot cyberofficier op te richten aan de Nederlandse Defensie Academie in Breda, die
ook voor onze internationale bondgenoten toegankelijk is.
Argumenten voor: De partij wil dat de krijgsmacht over hoogtechnologische capaciteiten beschikt om op te kunnen treden tegen dreigingen in het cyberdomein en hybride dreigingen [2]. Ook wordt expliciet aangegeven dat extra defensiebudget moet worden ingezet voor het verbeteren van de cyberveiligheid [3]. Daarnaast is het waarborgen van de digitale infrastructuur en de strategische autonomie een belangrijk doel [1].
Argumenten tegen: Het programma bevat geen argumenten tegen de oprichting van een opleiding voor cyberofficieren.
Bronnen:
"Nederland (en Europa) moet investeren in de ontwikkeling van hoogwaardige technologie waarmee we als land en continent onafhankelijk worden van de Verenigde Staten en China. Onze digitale infrastructuur, zowel van overheden als bedrijven, is kwetsbaar voor manipulatie door kwaadwillenden. We zijn te veel afhankelijk geworden van partijen buiten Europa. Dat moet anders. Voor het waarborgen van onze strategische autonomie is het hebben van een Europese cloudoplossingen noodzakelijk. Nederland zet zich in om dit te realiseren."
"De basisgereedheid van onze krijgsmacht moet op orde zijn, zodat de krijgsmacht aan de hoofdtaken kan blijven voldoen. Daarbij moet prioriteit liggen bij het verdedigen van het grond gebied van Nederland en bondgenoten. Verder moet de krijgsmacht in staat blijven nationale bijstand te verlenen bij rampen en crises (zoals langdurige stroomuitval of watersnood). Ook investeren we in luchtverdediging en veilige communicatie, en zorgen we ervoor dat eenheden van de krijgsmacht in staat zijn gevechtstaken uit te voeren en zich hierop voor te bereiden. Daarnaast zet Nederland in op hoogtechnologische capaciteiten, om te kunnen optreden tegen dreigingen vanuit het cyberdomein en hybride dreigingen. Hiermee beschikt onze krijgsmacht over unieke capaciteiten die het verschil maken bij bondgenootschappelijk optreden."
"Nederland moet zich goed beschermen tegen spionage, diefstal van militaire technologie, ontwrichting door desinformatie en het hacken van wapensystemen en vitale infrastructuur (zoals een waterkering). Nederland is goed in cyberveiligheid en dat willen we zo houden. Extra geld voor defensie gebruiken we daarom ook voor het verbeteren van cyberveiligheid. De veiligheid op de Noordzee staat onder druk. Er komt een strategie om met bondgenoten de vitale onderdelen van de infrastructuur, zoals zeekabels, te beschermen. We werken daarbij nauw samen met bondgenoten aan de Oostzee die soortgelijke ervaringen hebben."