Lokale betrokkenheid bij Defensie vergroten

De regering moet de bestedingsvrijheid van commandanten vergroten. Ook moet de regering afspraken maken met lokale ondernemers om hen als leverancier voor kazernes te gebruiken. Dit zorgt voor meer draagvlak en betrokkenheid bij Defensie in de regio.

Motie van het lid Grinwis c.s. over onderzoeken of de bestaande bestedingsvrijheid voor commandanten uitgebreid kan worden

De kamer, constaterende dat Defensie door heel Nederland meer plek nodig heeft; overwegende dat lokale gemeenschappen vaak positief betrokken zijn bij Defensie en dat hun draagvlak en vitaliteit belangrijk zijn; verzoekt de regering te onderzoeken of de bestaande bestedingsvrijheid voor commandanten uitgebreid kan worden, en er concreet op in te zetten om voor kazernes en andere grootschalige Defensielocaties afspraken te maken met lokale en regionale ondernemers als toeleverancier, en de Kamer hierover te informeren.
8 oktober | CU, 50PLUS, CDA, JA21, SGP, VVD | Aangenomen |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma VVD

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij wil de economie en innovatiekracht versterken door bij militaire aankopen waar mogelijk voorkeur te geven aan Nederlandse ondernemers [2][3]. Daarnaast streeft de partij naar meer flexibiliteit in de wetgeving om vertragingen door bureaucratische rompslomp te voorkomen [1]. Ook is de partij van mening dat de effecten van beleid op de regio moeten worden getoetst [4].

Argumenten tegen: Het programma bevat geen argumenten die tegen de motie ingaan.

Bronnen:

  1. "Ruim baan voor militaire oefeningen: De veiligheid van onze militairen staat voorop; zonder training riskeren we de levens van onze mannen en vrouwen in een conflictsituatie. De krijgsmacht moet daarom alle ruimte krijgen om te oefenen. Niet alleen in natuurgebieden, maar ook in steden en binnen de bebouwde kom. Hiervoor wordt intensief samengewerkt met de regio. Om onze krijgsmacht in optimale gereedheid te brengen en geen vertraging op te lopen door bureaucratische rompslomp, is flexibiliteit in de wetgeving cruciaal. Daarom willen we in Nederlandse en Europese wetgeving voldoende flexibiliteit in waar en hoe Defensie mogelijke natuurschade compenseert, en de ruimte om desnoods met een beroep op nationale veiligheid Defensie uit te zonderen. De Wet op de defensiegereedheid zet hierin een eerste stap."
  2. "Nederland als aanjager van defensie-innovatie: Nederland heeft alles in huis om een technologische koploper te zijn. Veel technologieën die we dagelijks gebruiken, zoals het internet (ARPANET) en GPS, vinden hun oorsprong in militair onderzoek. De VVD wil dat grote investeringen in onze veiligheid ook onze eigen innovatiekracht en economie versterken. Daarom geven we bij militaire aankopen waar mogelijk voorkeur aan Nederlandse ondernemers op de terreinen waar onze industrie goed in is. Hier speelt het mkb een belangrijke rol. We werken op andere terreinen nauw samen met onze bondgenoten in de NAVO en de EU. Op Europees niveau pleiten we voor een Defensie-Innovatieautoriteit (EDIA) naar het model van het Amerikaanse DARPA. Deze organisatie moet toptalent uit de wetenschap en industrie aantrekken en hen de vrijheid en middelen geven om autonoom te investeren in potentieel baanbrekende projecten."
  3. "Slim aanbesteden van de overheid: De overheid moet in haar aanbestedingen in essentie streven naar de beste producten of diensten tegen de laagste prijs. Het gaat immers om belastinggeld. We willen echter dat de overheid voortaan in haar aanbestedingsbeleid vaker het Nederlandse bedrijfsleven voortrekt en belangrijke transities een zetje geeft, zoals de overgang naar een circulaire economie. De overheid treedt dan op als launching customer. Dit resulteert op de langere termijn in een sterkere economie, waar alle Nederlanders profijt van hebben."
  4. "Alle regio's in Nederland doen ertoe: Nederland bestaat uit uiteenlopende regio's, met eigen krachten en uitdagingen. Die krachten benutten we. Investeringen en beleid van de overheid richten we op alle regio's en niet alleen op dichtbevolkte regio's. Bij de totstandkoming van nieuw beleid toetsen we wat de effecten daarvan op de regio zijn. Werken voor de Rijksoverheid betekent bovendien niet automatisch werken in Den Haag, maar moet net zo goed in bijvoorbeeld Goes of Doetinchem kunnen. Dit kan door het maken van afspraken over werken op satellietlocaties of vanuit huis."