De regering moet in 2027 de helft van de militaire steun aan Oekraïne besteden bij Nederlandse bedrijven of joint ventures (samenwerkingsverbanden). Zo wordt de Nederlandse economie versterkt door deze investeringen.
Motie van het lid Keijzer over de helft van de militaire steun aan Oekraïne besteden bij in Nederland producerende bedrijven en Nederlands-Oekraïense joint ventures
De kamer,
constaterende dat het kabinet ervoor kiest veel geld aan militaire steun
aan Oekraïne te verstrekken;
overwegende dat de Nederlandse belastingbetaler mag verwachten dat
dit geld ook de Nederlandse economie sterker maakt;
verzoekt de regering binnen afzienbare tijd ten minste de helft van de
militaire steun aan Oekraïne in 2027 te besteden bij in Nederland
producerende bedrijven en Nederlands-Oekraïense joint ventures, en de
Kamer over het tijdspad bij de Voorjaarsnota te informeren.
Argumenten voor: De partij wil de defensie-industrie versterken door middel van gezamenlijke inkoop en ontwikkeling [2]. Ze willen de strategische autonomie vergroten via aanbestedingen [3] en onderzoeken of er voorrang kan worden gegeven aan Europese bedrijven bij inkoop [4]. Daarnaast willen ze dat de winsten van defensiebedrijven terugvloeien naar de samenleving door de overheid medeaandeelhouder te laten worden [5].
Argumenten tegen: De partij geeft aan dat er kosten bespaard kunnen worden door samenwerking in Europa bij de inkoop van munitie en wapensystemen [1].
Bronnen:
"Een verantwoord investeringsplan. Voor het opbouwen van een sterke krijgsmacht zijn forse investeringen nodig en veel tijd. Daar moet een verantwoord investeringsplan voor komen. Vooraf moet duidelijk zijn waarin we gaan investeren, of deze investeringen het internationaal humanitair recht respecteren, en of defensie en de industrie dat geld ook goed kunnen uitgeven. Daarbij streven we naar maximale openbaarheid, onderzoeken we vooraf de belangen van de defensie-industrie en leggen we transparant vast hoe we mogelijke lobby-invloeden en belangenconflicten vermijden. Zo voorkomen we verspilling en onnodige prijsstijgingen. Ook kunnen we kosten besparen met betere samenwerking in Europa bij het inkopen van munitie en wapensystemen."
"Europese defensiesamenwerking. Defensie moet een gedeelde EUcompetentie worden; besluiten over inzet van de krijgsmacht blijven echter een nationale bevoegdheid. Integratie van de krijgsmachten zetten we voort. We bouwen een onafhankelijke Europese defensie-industrie via de gezamenlijke ontwikkeling en inkoop van wapensystemen, diensten en infrastructuur. We beschermen onszelf en onze infrastructuur tegen cyberaanvallen, desinformatie, spionage en sabotage. We bouwen onze afhankelijkheid van de VS af en plaatsen geen orders meer bij de Israëlische defensie-industrie. Vooruitlopend op toekomstig EU-lidmaatschap kan de EU Oekraïne al integreren via een Veiligheidspact op het gebied van veiligheid en defensie."
"Sociaal en groen aanbesteden: Bij aanbestedingen moeten niet alleen de kosten meewegen, maar ook de kwaliteit. We willen een aanpassing van Europese aanbestedings- en mededingingsregels waarbij arbeidsvoorwaarden, de impact op de planeet en strategische autonomie meewegen. Aanbestedingen vanuit de (semi)overheid en overheidsbedrijven worden alleen gegund aan bedrijven die cao-lonen betalen."
"Made in Europe. We kiezen voor een groene en eerlijke economie waarin meer producten in Europa worden gemaakt. Hiermee worden we minder afhankelijk van vervuilende import en krijgen we meer grip op arbeidsrechten en het milieu, en vergroten we onze strategische autonomie. Daarom moet er voor strategische sectoren en technologieën een Europees voorkeursprincipe gaan komen in publieke aanbestedingsregels. Ook op nationaal niveau gaan we onderzoeken of we bij inkoop- en aanbestedingen voorrang kunnen geven aan Europese bedrijven."
"Een sterke krijgsmacht die ons beschermt. Een sterke krijgsmacht is onmisbaar als we autocraten willen afschrikken. We staan voor een historische verhoging van de uitgaven aan defensie. We houden ons aan de nieuwe NAVO-norm en groeien toe naar de afspraak om 3,5% van het bbp uit te geven aan defensie. De overheid wordt medeaandeelhouder van defensiebedrijven, zodat de winsten terugvloeien naar de samenleving. We betalen de hogere defensieuitgaven niet met bezuinigen op zorg, onderwijs, sociale zekerheid en pensioenen. De hogere defensieuitgaven betalen we door een eerlijke bijdrage te vragen van de rijkste Nederlanders. We gaan door met investeren in onze verzorgingsstaat en de verduurzaming van onze economie."