De regering moet voor de zomer van 2027 met de energiesector maatregelen uitwerken om te voorkomen dat de stroomproductie stopt door strenge regels voor koelwater tijdens warme periodes. Dit is nodig om de levering van elektriciteit te garanderen en Nederlandse bedrijven een eerlijke kans te geven.
Motie van het lid Goudzwaard over concrete maatregelen uitwerken om productiebeperkingen door koelwaterregels tijdens warme periodes zo veel mogelijk te voorkomen
De kamer,
constaterende dat de Minister de juridische mogelijkheden voor een
werkbare toepassing van de koelwaternormen onderzoekt;
overwegende dat de toepassing van deze normen rekening moet houden
met de leveringszekerheid van elektriciteit en een gelijk speelveld voor
Nederlandse bedrijven;
verzoekt de regering om voor de zomer van 2027 met de energiesector en
bevoegde gezagen concrete maatregelen uit te werken om productiebeperkingen door koelwaterregels tijdens warme periodes zo veel mogelijk
te voorkomen, met benutting van de beschikbare juridische ruimte en
vergelijking met de toepassing in buurlanden.
Argumenten voor: De partij streeft naar duidelijke wetgeving die bedrijven perspectief biedt [3] en wil voorkomen dat burgers en bedrijven in de knel komen door gebrekkige randvoorwaarden [2]. Ook is het voor de partij essentieel dat regels werkbaar zijn [4] en dat er een gelijk speelveld wordt gecreëerd om de industriële sector te behouden [5].
Argumenten tegen: De partij stelt dat de doelen van de Europese kaderrichtlijn water (KRW) expliciet en bindend moeten worden opgenomen in de wet- en regelgeving [1] en hanteert het voorzorgsbeginsel om negatieve effecten op de ecologie te minimaliseren [6].
Bronnen:
"In 2027 moeten we voldoen aan de Europese kaderrichtlijn water (KRW). Op dit moment voldoet Nederland er nog niet aan. Dat heeft niet alleen consequenties voor de chemische en ecologische kwaliteit van het water en wat daarin leeft, maar ook voor de vergunningverlening. Er komt een snelle en geïntegreerde aanpak om de KRWdoelen te halen. Dit werkt door in het beleid voor mest, gewasbescherming en geneesmiddelen en de inrichting van de waterlopen. De KRW-doelen en bijbehorende normen worden expliciet en bindend opgenomen in wet- en regelgeving en in besluitvorming op alle relevante beleidsterreinen."
"De klimaat- en energietransitie zit in een taaie fase. Klimaatdoelen afspreken bleek nog vrij eenvoudig, klimaatdaden stellen en volhouden blijkt een stuk ingewikkelder. Dat heeft deels te maken met de ingewikkelde internationale context, maar ook met het feit dat Nederland zijn randvoorwaarden voor vergroening van de economie niet op orde heeft: het elektriciteitsnet zit overvol, de vergunningverlening zit op slot en er is een gebrek aan goed opgeleide vakmensen. Die randvoorwaarden moeten met voorrang op orde worden gebracht, anders komen burgers en bedrijven in de knel, omdat er geen reëel handelingsperspectief is (zie ook hoofdstuk 2 'Nederland van het slot')."
"Het kabinet dat na de verkiezingen aantreedt, moet Nederland van het slot halen. Met dappere keuzes, doortastend beleid, grootschalige investeringen in onderhoud, uitvoering, (energie)infrastructuur en duidelijke wetgeving, komt Nederland uit het stikstofmoeras en krijgen bedrijven perspectief op een duurzame toekomst."
"Stikstofwetgeving moet in de praktijk werkbaar zijn. Sturen op neerslag van stikstof in de natuur (depositie) is onwerkbaar gebleken. Het herleiden van depositiewaardes naar bedrijven is immers uiterst ingewikkeld en onzeker. Daarom moeten er landelijke, sectorale en uiteindelijk bedrijfsspecifieke emissienormen worden vastgelegd. Natuurlijk geldt de kritische depositiewaarde nog als indicator van de staat van de natuur, maar als wettelijk doel om op te sturen is de KDW onverstandig gebleken. Op deze manier creëren we handelingsperspectief. Om de bouw van woningen en wegen los te trekken voeren we een houdbare NOx-bouwvrijstelling in. Dit alles gaat samen met ambitieus emissiereductiebeleid."
"Wij zien het Akkoord van Parijs en de Europese doelstellingen die daarop zijn gebaseerd als een goede basis. Dat geldt ook voor de Nederlandse Klimaatwet waarin is vastgelegd dat we in 2030 55% CO2-reductie moeten hebben behaald ten opzichte van 1990. De ChristenUnie richt zich op een hogere reductie in 2030, zodat tegenvallers er niet direct toe leiden dat we het minimale doel niet halen. Vermindering van uitstoot in eigen land mag niet leiden tot hogere uitstoot elders. Daarom wordt bij klimaatbeleid zoveel mogelijk ingezet op een Europees gelijk speelveld, met zo min mogelijk weglek. We normeren verstandig, maken gerichte afspraken met (top)sectoren en subsidiëren innovatie, zoals via schoon- en emissieloos bouwen. In het Klimaatfonds trekken we extra geld uit voor energie-infrastructuur, zoals elektriciteits- en wartmenetten, isolatie van huizen en verduurzaming van de industrie, zodat Nederland een sterke en schone industriële sector behoudt."
"Het fundament van onze toekomstige energievoorziening bestaat uit een mix van wind en zonne-energie. We faseren de gas- en kolencentrales uit, en vullen het energiesysteem aan met twee nieuwe grote kerncentrales. Daarnaast onderzoeken we de inzet van kleine modulaire kerncentrales (SMR's) van Europese producenten als alternatief voor of aanvulling op grote kerncentrales. Wind op zee vormt de basis. Daarbij passen we het voorzorgsbeginsel toe, zodat negatieve effecten op ecologie en visserij(gemeenschappen) worden geminimaliseerd. Via slimme contracten worden risico's tussen markt en overheid gespreid."