
De regering moet afgeschreven laptops en computers standaard aanbieden voor hergebruik. Dit draagt bij aan een circulaire economie (een systeem waarin spullen niet worden weggegooid maar opnieuw worden gebruikt). Ook helpt het mensen met een laag inkomen, omdat zij zo makkelijker toegang krijgen tot computers. ›› De regering moet een plan maken om koeien en kalveren meer buiten te laten lopen (weidegang) en hun gezondheid te verbeteren. De huidige plannen om de mestproductie te beperken leiden namelijk tot een grotere industrie en minder goed dierenwelzijn. ›› De regering moet binnen vier weken een plan maken om de melkveestapel te verkleinen met dierenwelzijn als belangrijkste doel. De melkveestapel is door de Wet verantwoorde groei melkveehouderij te groot geworden, waardoor 170.000 koeien geslacht moeten worden. Ook het fosfaatplan zorgt voor te veel industriële landbouw en minder weidegang. ›› De regering moet een actieplan maken om te voorkomen dat gezonde dieren voortijdig worden geslacht. Naar schatting worden er nu 170.000 gezonde koeien geslacht. Dit is een schande voor een beschaafde samenleving. ›› De regering moet de weidegang voor koeien wettelijk vastleggen. Zo is het voor koeien altijd zeker dat ze buiten op het gras kunnen lopen. ›› De Kamer moet met de commissie Economische Zaken op werkbezoek gaan naar melkveebedrijven. De discussie over de groei van de melkveehouderij en de verplichting van weidegang (koeien in de wei laten grazen) moet met de boeren worden gevoerd, niet over hen. ›› De regering moet weidegang voor koeien wettelijk vastleggen. Het aantal koeien dat buiten loopt, neemt namelijk af. De huidige plannen van de overheid werken niet goed genoeg om deze daling te stoppen. De nieuwe regels moeten ingaan als de doelstelling van 80% weidende koeien in 2020 niet wordt gehaald. ›› 
De regering moet zorgen dat iedereen gratis de contactgegevens van rijksambtenaren kan vinden. Iedereen moet namelijk makkelijk contact kunnen opnemen met de overheid om zijn belangen te behartigen. Toegang tot de overheid mag niet afhankelijk zijn van geld. ›› 
De regering moet vaker discussiedocumenten gebruiken om burgers en organisaties vroegtijdig te laten meepraten over nieuw beleid. Dit werkt volgens de 'green paper'-methode van de Europese Commissie. Nu kan men vaak pas aan het einde van een proces iets zeggen. Eerdere inspraak zorgt voor betere regels en kwalitatief beter beleid. ›› 
De regering moet in de implementatiemonitor (een onderzoek naar de uitvoering van regels) de gevolgen van de keuzes van lokale overheden volgen en de Kamer informeren. De landelijke overheid is afhankelijk van deze besluiten. Deze keuzes bepalen namelijk hoe goed de gezondheid, veiligheid en het milieu beschermd zijn en hoeveel regels bedrijven moeten volgen. ›› 
De regering moet het Besluit kwaliteit leefomgeving aanpassen. Gemeenten moeten bij het toestaan van tijdelijke gebouwen in het omgevingsplan (het plan met regels voor de leefomgeving) ook rekening houden met geluid en trillingen van bedrijven. Gezondheidsschade door lawaai kan namelijk al veel eerder optreden dan de huidige grens van tien jaar. ›› 
De regering moet in de uitleg van het Bkl (Besluit kwaliteit leefomgeving) verduidelijken wanneer economische of maatschappelijke belangen groot genoeg zijn om van de regels voor trillingen af te wijken. Bedrijven mogen alleen in uitzonderlijke gevallen afwijken van deze limieten. Ook moet die afwijking zo kort mogelijk duren. ›› 
De regering moet de voortgang van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO: het digitale systeem voor de Omgevingswet) opnemen in de jaarlijkse Monitor Implementatie Omgevingswet. Ook moeten er 'go/no go'-momenten komen voor de informatiehuizen in het DSO. Dit is nodig zodat de systemen klaar zijn als de wet ingaat. Zo kunnen burgers en de overheid makkelijk de juiste informatie vinden. ›› 
De regering moet via de invoeringswet regelen dat het Rijk ook regels mag maken over meet- en rekenmethoden in lokale regels. Verschillende rekenmethoden per gemeente zorgen namelijk voor onnodige extra lasten voor bedrijven. ›› 
De regering moet eisen stellen aan onderzoek voor lokale omgevingswaarden, zoals regels voor luchtkwaliteit. Dit moet in de invoeringswet en het Besluit kwaliteit leefomgeving worden opgenomen. Nu is er namelijk een risico dat slecht of niet-onafhankelijk onderzoek de basis vormt voor deze waarden. Dat kan grote gevolgen hebben voor de leefomgeving. ›› 
De regering moet onderzoeken hoe een kleurcodering op verpakkingen kan helpen. Consumenten moeten namelijk direct kunnen zien of een product duurzaam en eerlijk is. Er moet worden onderzocht welke kenmerken per productgroep op de verpakking moeten staan en welke bestaande keurmerken (logo's die kwaliteit garanderen) hiervoor geschikt zijn. ›› 
De regering moet onderzoeken hoe boeren hun regionale producten beter in supermarkten kunnen verkopen. Zo krijgen boeren meer verkoopkracht. Ook kunnen zij hun producten, die herkenbaar zijn voor de regio, makkelijker aanbieden. De regering moet samen met partners in de sector een plan maken om dit te verbeteren. ›› 
De regering moet onderzoeken of de ACM (de Autoriteit Consument & Markt) de rol van actieve marktmeester in de landbouw kan overnemen. In de landbouwsector is er namelijk behoefte aan een actievere marktmeester. Het aansluiten bij een bestaande toezichthouder is hiervoor de beste oplossing. ›› 
De regering moet controleren of de regels voor toegankelijkheid goed werken en verbeteringen voorstellen als dat niet zo is. Gemeenten moeten de Integrale toegankelijkheidsstandaard gebruiken voor de buitenruimte. Toegankelijkheid moet de norm zijn voor mensen met een beperking. Dit staat in het VN-verdrag voor de rechten van personen met een beperking. ›› 
De regering moet de regels voor de bruikbaarheid van woningen uit het Bouwbesluit 2012 overnemen in het Besluit bouwwerken leefomgeving (de nieuwe bouwregels). Dit zorgt ervoor dat woningen toegankelijk blijven voor mensen met een beperking. Ook maakt het de bouw van de miljoen nieuwe woningen makkelijker, omdat standaard bouwprocessen sneller gaan. ››